Johanna Manders

Johanna Manders
Persoonlijke gegevens
Geboortedatum 18 september 1892Bewerken op Wikidata
Geboorteplaats LeeuwardenBewerken op Wikidata
Overlijdensdatum 8 december 1989Bewerken op Wikidata
Overlijdensplaats Den HaagBewerken op Wikidata
Beroep ingenieurBewerken op Wikidata
Academische achtergrond
Alma mater Technische Universiteit Delft[1]Bewerken op Wikidata
Promotor(s) Jan Arnoldus Schouten,[1] Jacob CardinaalBewerken op Wikidata

Johanna Hendrika Maria Manders (Leeuwarden, 18 september 1892Den Haag, 8 december 1989) was een Nederlands elektrotechnika en ingenieur. Ze was de tweede vrouwelijke student elektrotechniek aan de Hogeschool van Delft.[2]

Opleiding en carrière

Manders promoveerde cum laude op het eerste Engelstalige proefschrift aan de Technische Hogeschool en werkte gedurende veertig jaar voor de Octrooiraad. Ze bezocht van 1905 tot 1911 de toen nieuw opgerichte HBS voor Meisjes in Den Haag met zesjarige cursus. In 1911 slaagde ze voor het HBS-eindexamen en schreef zich in bij de afdeling Elektrotechniek van de Technische Hogeschool Delft, waar ze in 1916 afstudeerde. Van 1916 tot 1919 had ze een aanstelling als assistent voor zuivere en toegepaste wiskunde bij de hoogleraren J. Cardinaal en J.A. Schouten.[3] Na haar afstuderen kreeg ze een aanstelling bij de Octrooiraad en begon ze tevens aan een promotieonderzoek bij hoogleraren C. Feldmann en J.A. Schouten. Op 7 juli 1919 promoveerde ze cum laude tot doctor in de Technische Wetenschappen (De Ingenieur 1919-vol.34-28). Haar proefschrift, Application of direct analysis to pulsating and oscillating phenomena, was het eerste Engelstalige proefschrift aan de Technische Hogeschool.[4]

Na haar promotie kreeg ze een aanstelling bij de Octrooiraad, als ingenieur en plaatsvervangend lid;[5] vanaf 1929 als gewoon lid.[6] De Octrooiraad bestond in totaal uit veertig gewone leden. Naast haar werk voor de Octrooiraad was ze tot 1945 verbonden aan de Technische Hogeschool om examens samen te stellen. Johanna Manders bleef tot haar pensionering, in 1956, bij de Octrooiraad werkzaam. Vlak voor haar pensionering onderrichtte ze de ministerraad over kernenergie, met het oog op toekomstige beslissingen.[2]