Johanna Clementina Hudig

Johanna Clementina Hudig
Algemene informatie
Geboortedatum 27 maart 1907Bewerken op Wikidata
Geboorteplaats Groningen
Overlijdensdatum 29 juli 1996Bewerken op Wikidata
Werk
Beroep rechter, academisch docent,[1] buitengewoon hoogleraarBewerken op Wikidata
Werkgever(s) Universiteit Utrecht
Werkplaats Rotterdam
Persoonlijk
Talen Nederlands
Moedertaal Nederlands
Diversen
Archieflocatie(s) Atria, kennisinstituut voor emancipatie en vrouwengeschiedenis[2]Bewerken op Wikidata
De informatie in deze infobox is afkomstig van Wikidata.
U kunt die informatie bewerken.

Johanna Clementina (Han) Hudig (Groningen, 27 maart 1907Amersfoort, 29 juli 1996) was de eerste vrouwelijke rechter in Nederland. Daarnaast was zij buitengewoon hoogleraar.

Opleiding en werk

Hudig bezocht de meisjes-HBS in Groningen. Aangezien deze opleiding geen toegang gaf tot een universitaire studie, deed zij vervolgens staatsexamen gymnasium. Hudig studeerde rechten in Utrecht. Ze behaalde in 1934 de graad van meester in de rechten. Na haar afstuderen kreeg ze een onbetaalde baan aan het Criminologisch Instituut, dat net door W.P.J. Pompe was opgericht. In 1939 promoveerde zij op het proefschrift: De criminaliteit der vrouw (1939). In 1938 kwam zij te werken in Rotterdam als inspectrice bij de kinderpolitie. In 1946 nam ze ontslag bij de Rotterdamse politie. In de periode 1946-1947 studeerde zij sociologie en sociaal werk aan de Universiteit van Chicago. Van 1947 tot 1977 was zij als kinderrechter verbonden aan de Rotterdamse rechtbank. Zij was de eerste vrouwelijke rechter in Nederland. Van 1957 tot 1972 was zij aan de Universiteit van Utrecht verbonden als buitengewoon hoogleraar kinderrecht en kinderbescherming.

Besturen

Hudig heeft in besturen van verschillende instellingen voor jeugdbescherming gezeten. Ook was zij van 1948 tot 1972 bestuurslid van de Rotterdamse Stichting Bevordering van Volkskracht.

Privéleven

Hudig werd geboren als dochter van Joost Hudig (1880-1967), landbouwconsulent en hoogleraar, en Sophia Alida Hudig (1880-1924). Ze was een kleindochter van Jan Hudig en een nicht van Ferrand Whaley Hudig. Han Hudig bleef ongehuwd.

Eerbetoon

Trivia

  • In haar tijd bij de Rotterdamse Kinderpolitie heeft ze het leven van een kind gered door het te laten onderduiken.[6]

Zie ook

  • (en) First women lawyers around the world op de Engelstalige Wikipedia