Johann Ulrich Steigleder

Johann Ulrich Steigleder
Geboren Schwäbisch Hall, 22 maart 1593
Overleden Stuttgart, 10 oktober 1635)
Stijl(en) barok
Beroep(en) organist
Instrument orgel
Leerlingen Philipp Friedrich Böddecker

Johann Jakob Froberger (?)

(en) Discogs-profiel
(en) MusicBrainz-profiel
Portaal  Portaalicoon   Muziek

Johann Ulrich Steigleder (Schwäbisch Hall, 22 maart 1593 - Stuttgart, 10 oktober 1635) was een Duitse componist en organist. Hij is een vertegenwoordiger van de vroege barok en wordt beschouwd als een van de laatste grote organisten in Zuid-Duitsland.

Levensloop

Steigleder kreeg zijn muziekopleiding van zijn vader Adam (1561-1633), die zelf als organist was verbonden aan de Michaelskirche te Schwäbisch Hall. De familie Steigleder was sowieso muzikaal: grootvader Utz Steigleder (†1581) was organist aan het hof te Stuttgart, Ulrich Steigleder (†1555) werd vanaf 1546 in aktes vermeld als musicus en een andere Adam Steigleder - wellicht een broer van Johann Ulrich - werkte rond 1617 als organist in Ulm.

Lindau

De Stiftskirche in Stuttgart

In 1613 werd Steigleder aangesteld als organist van de Stephanskirche in Lindau. Volgens gemeentelijke documenten had hij een beenprothese. Voor de uitoefening van zijn werk zal het weinig hebben uitgemaakt, want in de Zuid-Duitse orgeltraditie werd het pedaal zelden gebruikt.

Stuttgart

Vanaf 1617 werkte Steigleder als organist in de Stiftskirche te Stuttgart en vanaf 1627 was hij tevens in dienst van het hertogelijk hof. Op 21 januari 1621 trouwde hij met Chaterina. Het stel kreeg twee dochters.

Als jaarsalaris ontving Steigleder 122 gulden en een aantal goederen, waaronder wijn, twee schepels rogge en 24 schepels spelt. Dit was echter niet toereikend, waardoor hij regelmatig om toeslagen en voorschotten moest vragen.

In 1625 ging zijn vader Adam met pensioen, die vervolgens naar Stuttgart kwam om bij Johann en Chaterina in te wonen.

De Dertigjarige Oorlog eiste inmiddels zijn tol en dat had zijn weerslag op het muziekleven in Stuttgart: de hofkapel werd in 1628 ingekrompen en drie jaar later zelfs opgeheven. Hoewel Steigleder nog steeds werk had als organist van de Stiftskirche, zorgde de geldontwaarding ervoor dat hij verarmde.

In 1634 kwam Stuttgart in Oostenrijkse handen na de dramatisch verlopen Slag bij Nördlingen. Dit betekende dat de Stiftskirche in handen kwam van de katholieke jezuïeten, waardoor de lutherse Steigleder zijn baan kwijtraakte. Tot overmaat van ramp brak in 1635 ook nog de pest uit in de stad. Een van de pestslachtoffers was Steigleder, die op 10 oktober overleed.

Werken

Van Steigleders composities zijn twee gepubliceerde muziekalbums en vier losse vocale en instrumentale muziekstukken bekend. Tevens zijn er nog vijftien anonieme orgelwerken die aan Steigleder worden toegeschreven.

Ricercares

In zijn Ricercar tabulatura (Stuttgart, 1624) gebruikte Steigleder als een van de eersten de moderne muzieknotatie van vijf lijnen in plaats van letters of cijfers. Ook vermeldde hij bij elk stuk de toonsoort. Daarnaast had hij als eerste in Duitsland de muziek uitgebracht door gebruik te maken van etsplaten; overigens had hij het graveerwerk zelf gedaan en het resultaat oogt vrij onbeholpen.

Het album bevat twaalf ricercares. Steigleder onthield zich van traditionele conventies en vaste schema's, waardoor de stukken onderling veel van elkaar verschillen. Zo zijn alleen de eerste vier ricercares geschreven in de gebruikelijke vier delen: de rest bestaat uit drie delen. Ook zijn er grote verschillen in de lengte van elke compositie. Tot slot voegde hij bij een aantal ricercares aanvullende thema's toe. Dit alles maakt het album tot een voor die tijd unieke verzameling composities.

In de muziek is een duidelijke invloed te horen van het Engelse stijl, wat niet verwonderlijk is: het hertogelijk hof te Stuttgart kende veel Engelse musici.

Orgelvariaties

In het Tabulatur Buch (Straatsburg, 1627) bood Steigleder een veertigtal orgelvariaties aan op de lutherse koraal Vater unser. Het album heeft een duidelijk didactische inslag.

Betekenis

De orgeltraditie had in Zuid-Duitsland in de 16e en 17e eeuw geleden onder de reformatie van Zwingli - vele orgels zijn toen weggehaald uit de kerken - en de verwoestingen van de Dertigjarige Oorlog. Steigleder had als organist eenzelfde belangrijke rol kunnen spelen als Samuel Scheidt in Noord-Duitsland, maar de moeilijke omstandigheden in het zuiden maakten dat vrijwel onmogelijk. Hij kan hierdoor worden beschouwd als de laatste grote organist in deze regio.

Wel wist hij het zieltogende muziekleven van Stuttgart weer nieuw leven in te blazen, totdat de Dertigjarige Oorlog hier een einde aan maakte.

Tot Steigleders leerlingen behoorde mogelijk Johann Jakob Froberger.