Joan Verkerk

Joan Verkerk
Het gebouw van de Fundatie in Utrecht
Het gebouw van de Fundatie in Utrecht
Persoonsinformatie
Nationaliteit Nederlandse
Geboortedatum 1699
Overlijdensdatum 1769 of 1779
Opleiding en beroep
Beroep(en) stadsarchitect, steenhouwer, beeldhouwer[1]Bewerken op Wikidata
Werken
Belangrijke projecten Fundatie van de Vrijvrouwe van Renswoude, in Utrecht
RKD-profiel
Portaal  Portaalicoon   Civiele techniek en bouwkunde
Drift 25
Grafmonument J.J. van Westrenen

Joan Verkerk ook Jan Verkerk of Johan Verkerk (1699 – 1769 of 1779) was een Nederlandse achttiende-eeuwse bouwmeester en steenhouwer.

Verkerk wordt in 1744 genoemd als hij betaald wordt voor een partij marmer en arbeidsloon voor het leggen van marmeren vloeren in het pand Kromme Nieuwegracht 33 in Utrecht.[2]

Fundatie

In 1756 gaven de Utrechtse regenten van de Fundatie van Renswoude opdracht tot de bouw van een groot huis in de Agnietenstraat om voor begaafde weesjongens uit het naastgelegen Stadsambachtskinderhuis (nu het Centraal Museum). Het eerste ontwerp door timmermansbaas Anthony Voskuyl werd niet door de regenten geaccepteerd. Vervolgens werd de Utrechtse steenhouwer Joan Verkerk als bouwmeester in de arm genomen.[3] Zijn ontworpen gebouw werd in 1761 in gebruik genomen en behoort tot de hoogtepunten van de rococo in Nederland. De indrukwekkende gevel was vanuit de Lange Nieuwstraat van veraf zichtbaar.

Drift

Verkerk was in 1752 ook de bouwmeester van het pand Drift 25, waarin later het Kunsthistorisch Instituut zou worden ondergebracht. Op de hardstenen gevel bevindt zich een afbeelding van griffioenen en lege wapenschild met een kroon. Gezien de vergelijkbare bouwstijl zou Verkerk ook de bouwheer van het huis Bellevue aan het Servaasbolwerk kunnen zijn.[4]

Grafmonument

Een van de regenten van de Fundatie was Jan Jacob van Westrenen(1685-1769). Van Westrenen was een handelaar die een monopolie had op windmolens in Utrecht. Hoewel Verkerk al in 1699 geboren was, maakte hij nog in 1769 een grafmonument voor de familie Van Westrenen. Het monument kreeg een plek in het koor van de Jacobikerk.[5]

Sterkenburg 1770

Onder toezicht van Verkerk werd In 1767 de oude vleugel van kasteel Sterkenburg aan de Langbroekerwetering vervangen door een nieuwe vleugel. Dit gebeurde in opdracht van Jan Jacob van Westrenen, die Verkerk nog kende uit Utrecht. Het statige huis kreeg daarbij een strakke rechthoekige gevel.[6] Het koetshuis van Sterkenburg is het enige overblijfsel van Verkerks oeuvre en de bouwactiviteiten tussen 1754-1767.[7]

Kraan

tekening van T. Verrijk uit rond 1780

Jan Verkerk kreeg in 1754 toestemming om een kraan te mogen stellen 'om steen op te halen’. Deze kraan stond op het bolwerk Morgenster in het centrum van Utrecht. Een tekening van T. Verrijk uit ongeveer 1780 toont een gezicht over de stadsbuitengracht op de stadswal te Utrecht uit het westen met links de singel. In het midden staat het bastion Morgenster met de kraan en rechts de waltoren Het Paard; links vooraan is de uitmonding van de Westerstroom. Boven de kraan een grote luifel met een balkon, en een soort loods met een hoog schuin dak erachter.[8]