Joaquinraptor

Joaquinraptor is een geslacht van vleesetende theropode dinosauriërs, behorende tot de Tetanurae, dat tijdens het late Krijt leefde in het gebied van het huidige Argentinië. De enige benoemde soort is Joaquinraptor casali.
Vondst en naamgeving
Begin 2019 en begin 2023 werd door Lucio Manuel Ibiricu een skelet van een grote theropode opgegraven in de Valle Joaquín op de zuidoostelijke oever van het Lago Colhué Huapi op het land van Luis Insúa waar de Rio Chico uit het meer ontspruit.
In 2025 werd de typesoort Joaquinraptor casali benoemd en beschreven door Lucio Manuel Ibiricu, Ignacio Alejandro Cerda, Matthew Carl Lamanna, Bruno Nicolás Álvarez, Julieta Caglianone, Noelia Victoria Cardozo, Marcelo Luna en Rubén Dario Martínez. De geslachtsnaam verbindt een verwijzing naar de vindplaats en Ibiricu's jong overleden zoontje Joaquín met het Latijn raptor, "rover". De soortaanduiding eert de geoloog Gabriel Andrés Casal welke de formatie van de vindplaats benoemde. Omdat de naam benoemd werd in een elektronisch tijdschrift zijn Life Science Identifiers nodig voor de geldigheid erven. Deze zijn AED2BB3B-C081-445C-A081-C357E7CEC580 voor het geslacht en 3AA601F2-5DFC-452B 9609-E83C913F8C2D voor de soort.
Het holotype, UNPSJB-PV 1112, is gevonden in een laag zandsteen van de Lago Colhué Huapi-formatie die dateert uit het late Maastrichtien, ongeveer zesenzestig miljoen jaar oud. Daarmee is Joaquinraptror de jongste bekende megaraptoor. Het bestaat uit een skelet met schedel. Van de schedel is voornamelijk de rechterhelft bewaard en het schedeldak met hersenpan. De praemaxillae, neusbeenderen en verhemelte ontbreken. Van de onderkaken zijn beide dentaria bewaard. Verder zijn er losse tanden gevonden. Van de wervelkolom zijn alleen de draaier, het intercentrum van de atlas, drie middelste of achterste staartwervels, ribben, buikribben en een chevron aangetroffen. Van de ledematen omvat het de linkerschoudergordel, de linkerarm, de tweede rechterhandklauw, het linkerdijbeen, het rechterscheenbeen, het onderste uiteinde van vermoedelijk het derde kootje van de derde rechterteen, de derde rechtervoetklauw en een mogelijk stuk van het eerste kootje van de vierde teen.
Het holotype ligt gedeeltelijk in verband, maar de schedel werd in losse stukken gevonden. Het betreft een jongvolwassen dier. Afgaande op de groeilijnen in het bot is dat minstens negentien jaar oud. Het moet vrijwel zeker al seksueel gerijpt zijn. Maar de botwanden tonen geen external fundamental system, een structuur die er op wijst dat de maximale grootte bereikt was. Het holotype was dus kennelijk nog niet uitgegroeid.
Beschrijving
Grootte en onderscheidende kenmerken
De lengte van het holotype is geschat op ongeveer zeven meter. Het gewicht is, afgaande op een vergelijking met verwanten, geschat op ruwweg een ton. Extrapolatie van de omtrek van het dijbeen uit levert een gewichtsschatting van 1036 kilogram op volgens de vaak gebruikte methode Campione.
De beschrijvers hebben enkele onderscheidende kenmerken vastgesteld. Het zijn autapomorfieën, unieke afgeleide eigenschappen. De wandbeenderen zijn sterk overdwars samengedrukt, smaller dan de voorhoofdsbeenderen. De voorrand van het bovenste slaapvenster vormt een golvende contour. De hersenpan mist een middenschot in de recessus pneumaticus. Het intercentrum van de atlas heeft een ruw oppervlak met opvallende beenlippen en een rechthoekige omtrek van de onderzijde. De middelste of achterste staartwervels hebben opvallende elliptische uithollingen op de zijden die meer dan de helft van het oppervlak van de zijkanten beslaat. Het opperarmbeen draagt een min of meer rechthoekige deltopectorale kam. De ellepijp heeft een verticaal vergrote processus olecrani. De ellepijp heeft een verticale richel op het binnenvlak van het bovendeel. De ellepijp heeft een vrijwel rechte schacht. Het onderste uiteinde van de ellepijp is naar binnen gericht en van voor naar achter toegeknepen. Het onderste uiteinde van het spaakbeen is halvemaanvormig.
Skelet
Net als de meeste megaraptoren heeft Joaquinraptor een langwerpige snuit en lange armen. Het aantal maxillaire tanden is onbekend. Er staan minstens zeventien tanden in de onderkaak. De voorste tand van de onderkaak is gereduceerd. De tanden hebben geen kartelingen op de voorranden.
De arm is, zonder hand, zo'n zeventig centimeter lang. De ellepijp heeft een processus olecrani die overdwars afgeplat is, plaatvormig en min of meer driehoekig in zijaanzicht. De schacht van de ellepijp heeft een goed ontwikkelde verticale kam op de buitenzijde. Dit kan duiden op een zware musculatuur om de grote handklauwen aan te drijven. De bewaarde tweede handklauw heeft een lengte in rechte lijn van veertien centimeter en de eerste handklauw is bij Megaraptora typisch nog langer.
Fylogenie
Joaquinraptor is in de Megaraptora geplaatst in een afgeleide positie in de Megaraptoridae, onder Megaraptor in de stamboom. De positie van de megaraptoren zelf is omstreden. Eerst werden ze gezien als leden van de Carnosauria, maar rond 2020 vielen ze meestal uit als Coelurosauria.
| ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Levenswijze
Tussen de kaken van het holotype bevond zich het rechteropperarmbeen van een crocodyliform, een mogelijke prooi. Megaraptora waren de apexpredatoren van het toenmalige gebied van Patagonië. De habitat was vrij droog maar met riviertjes en een nat seizoen. De variabele omstandigheden vergden een flexibel gedragsrepertoire en de grote armen kunnen daaraan hebben bijgedragen. De bouw lijkt niet geschikt voor het aanvallen van zeer grote prooien maar geologisch jonge Titanosauria zijn uit het vondstgebied niet bekend; Argyrosaurus komt uit een oudere laag en de grootste planteneters waren kennelijk Hadrosauroidea. Megaraptora namen aan het eind van hun evolutie steeds verder in grootte toe.
Literatuur
- (en) Ibiricu, Lucio M., Lamanna, Matthew C., Alvarez, Bruno N., Cerda, Ignacio A., Caglianone, Julieta L. (23 september 2025). Latest Cretaceous megaraptorid theropod dinosaur sheds light on megaraptoran evolution and palaeobiology. Nature Communications 16 (1). ISSN:2041-1723. DOI:10.1038/s41467-025-63793-5.