Jo de Wit

Jo de Wit
Jo de Wit
Algemene informatie
Geboortedatum 21 mei 1894Bewerken op Wikidata
Geboorteplaats Rotterdam
Overlijdensdatum 11 november 1973Bewerken op Wikidata
Overlijdensplaats Den Haag
Werk
Beroep schrijverBewerken op Wikidata
Familie
Echtgenoot Nout van Dullemen
Kinderen Inez van Dullemen
Persoonlijk
Talen Nederlands
De informatie in deze infobox is afkomstig van Wikidata.
U kunt die informatie bewerken.
Portaal  Portaalicoon   Literatuur

Johanna (Jo) van Dullemen-de Wit, beter bekend onder haar auteursnaam Jo de Wit (Rotterdam, 21 mei 1894Den Haag, 11 november 1973) was een Nederlands letterkundige, schrijfster en vertaalster. Ze publiceerde tussen 1918 en 1948 tijdschriftbijdragen, feuilletons in kranten, romans, poëzie en vertalingen.

Biografie

De Wit werd geboren in Rotterdam als dochter van Arie Cornelis de Wit en Jannetje van Hoffen.[1] In 1918 verscheen haar debuutroman Donker geluk bij A.W. Sijthoff's Uitgeversmaatschappij te Leiden. Het boek kende in 1920 een tweede druk. Een jaar later volgde De branding (1919), eveneens uitgegeven door Sijthoff.[2] In 1922 publiceerde zij Open zee, wederom bij Sijthoff. Naast haar eigen prozawerk trad De Wit ook op als vertaler. In 1922 vertaalde zij Die Poggenpuhls van Theodor Fontane onder de titel De familie Poggenpuhl, uitgegeven in de Elsevier's Algemeene Bibliotheek te Amsterdam.[3]

In 1923 trouwde ze in Den Haag met de jurist Nout van Dullemen, met wie ze drie kinderen kreeg, onder wie schrijfster Inez van Dullemen.[4]

Tijdens de Tweede Wereldoorlog bracht De Wit in eigen beheer een bundel poëzie uit onder de titel Gedichten (Amsterdam, 1943). In 1948 stelde zij mede het werk Over den dichter A. Roland Holst samen, dat bijdragen bevatte van onder anderen Henriette Roland Holst-van der Schalk, M. Nijhoff, Jan Engelman, Victor E. van Vriesland en M. Vasalis. Het boek werd uitgegeven door De Bezige Bij. In datzelfde jaar verscheen ook haar dichtbundel Het lied vangt aan, uitgegeven door N.V. Uitgeverij vh C.A. Mees te Santpoort.

De Wit overleed in 1973.

Prijs

1924: Haagsche Post-Prijs voor Open Zee[5]

Literatuur

Dochter Inez schreef in het Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde, 1974, een biografie over haar moeder.[6] Ook schreef ze het boek Vroeger is dood (1976), over het proces dat haar ouders doormaakten in de laatste periode voor hun dood.[7] In Heldendroom (2007) schreef ze over het oorlogsverleden van hun zoon, haar broer, die zich tijdens de Tweede Wereldoorlog tot verdriet van de familie aansloot bij de Nationale Jeugdstorm.[8]