Jan II van Polanen

Jan II
1325-1378
Heer van Breda en de Lek
Periode 1342-1378
Voorganger Jan I van Polanen (pandheer)
Opvolger Jan III van Polanen
Familie
Vader Jan I van Polanen
Moeder Catherina van Brederode
Wapen Van Polanen. De tak Polanen voerde een variant van het van Wassenaer-wapen (drie zilveren wassenaars op een rood veld),breking door kleurwisseling. Het Polanen-wapen voert drie zwarte wassenaars op zilver.

Jan II van Polanen (ca. 1325Breda, 3 november 1378) was heer van Polanen, van de Lek en van Breda. Hij was voorts burggraaf van Geertruidenberg, en raad van de hertog van Brabant. De Van Polanens waren een zijtak van een zijtak van van Wassenaer.

Levensloop

De Polanens behoorden tot de grootste grafelijke leenmannen in Holland en hadden uitgestrekte bezittingen[1], al vormden zij een 'aanvankelijk wat armelijke zijtak' [2].Het geslacht maakte een overgang naar Breda en zijn kernbezit verplaatste van het graafschap Holland naar het hertogdom Brabant.

Jan II was een zoon van Jan I van Polanen en Katharine van Brederode. Jan I van Polanen overleed in 1342 en werd te Monster in de kerk begraven. Jan II volgde zijn vader op, waarbij hij ook zitting nam in de grafelijke hofraad van Holland en Zeeland. In 1342 verkocht graaf Willem IV van Holland de heerlijkheid van de Lek[3], waarvan Jan I in 1326 al pandheer was geworden, aan Jan II, die daardoor heer van Polanen en van de Lek werd. Hij reisde in het najaar van 1343 met graaf Willem IV mee naar het Heilige Land. Ook nam Van Polanen deel aan de Kruistocht naar Pruisen in 1344-1345, maar niet aan de veldtocht tegen de Friezen, waardoor hij de desastreuze Slag bij Warns ontliep.

In 1350 eerde hij Margaretha II van Henegouwen in Henegouwen samen met zijn oom Willem van Duivenvoorde; zij steunden zo de Hoekse factie in de Hoekse en Kabeljauwse twisten. Dit werkte echter tegen hem door het Beleg van Geertruidenberg (1351-1352), waar hij zijn broer Filips van Polanen tot burchtheer had benoemd. Jan steunde zijn broer tijdens het langdurige beleg, maar moest dit bekopen met het verlies van zijn goederen van Polanen en de Lek. Het laatstgenoemde werd later (in 1358) weer aan Jan teruggegeven na een verzoening met Willem V van Holland en de Kabeljauwse factie.[4]

Heer van Breda

Grafmonument van Jan II van Polanen

Willem van Duvenvoorde had in 1342 reeds delen van het land van Breda verworven, te weten de dorpen Baarle, Alphen, Gilze en Ulvenhout. Willem werd daardoor een leenman van de hertog van Brabant. Deze verkeerde steeds in geldnood en had de heerlijkheid Breda in 1339 als onderpand overgedaan aan Jan I van Polanen, die daarmee de pandheer werd, met Willem als vruchtgebruiker voor het leven, die daarmee de facto ook heer van Breda werd. In 1350 verkocht Jan III van Brabant het slot, de stad en het land van Breda voor 43.000 kleine florijnen aan Jan II van Polanen. Dit bezit was een hoge heerlijkheid, uit hoofde waarvan Jan II terstond lid werd van de hertogelijke raad en in de jaren daarna intensief betrokken was bij de Brabantse politiek. Tussen 1347 en 1350 werd Jan van Polanen tot burggraaf van Geertruidenberg benoemd. Hij raakte tijdens de Hoekse en Kabeljauwse twisten zijn stamgoed Polanen en de heerlijkheid van de Lek kwijt. Pas in 1358 kreeg hij als vergoeding andere lenen en goederen, maar concentreerde zich nu meer op uitbreidingen in Breda.

Jan II wendde zijn middelen aan om het verworven Bredase bezit van een groter kasteel te voorzien.[5] Ter bescherming daarvan liet hij de stad ommuren. De Polanens gaven ook de voorganger van de Grote Kerk een nieuwe functie, namelijk die van laatste rustplaats van de heren van Breda.[6] Daarmee toonden zij hun dynastieke ambitie bij het nieuwe bezit.

In 1369 werd Jan vazal van koning Eduard III van Engeland.[7] Samen met zijn zoon, de latere Jan III van Polanen, nam hij deel aan de Slag bij Baesweiler in 1371, waar hij met hertog Wenceslas van Brabant gevangen genomen werd, maar na enkele maanden vrijgekocht. Hij werd in 1375 door graaf Albrecht van Beieren (1336-1404) aangesteld als stadhouder van de Grote Waard van Zuid-Holland, van belang voor het dijkenbeheer, samen met Daniël van der Merwede.[8]

Van Polanen overleed op 3 november 1378[9] en is in februari 1379 in Breda begraven[7], waar zijn tombe nog ligt in de Grote Kerk van Breda.

Huwelijken

Grafmonument van Jan II van Polanen met zijn eerste twee echtgenoten, Oda van Hoorn en Machteld van Rotselaar-Brabant

Jan II van Polanen was achtereenvolgens getrouwd met

-- Het eerste huwelijk werd gesloten kort na 21 mei 1348. Oda van Horne kreeg op 21 mei 1348 pauselijke dispensatie om te trouwen met Jan II van Polanen.[10]
-- Van het tweede huwelijk is slechts bekend dat het werd gesloten voor 20 november 1353.
-- Van het derde huwelijk is slechts duidelijk dat het is gesloten na 12 augustus 1366 en voor 29 augustus 1370. Margriet was eerder (1366) getrouwd met Nicolaas van Sevenborn (overleden circa 1369), heer van Cranendonck. Jan II van Polanen stierf in 1378. Margriet kan hem hebben overleefd, ze is niet opgenomen in het grafmonument.

Kinderen

Waarschijnlijk (maar niet zeker) zijn er drie kinderen geboren uit het eerste huwelijk, vijf uit het tweede huwelijk en één uit het derde. Ook zijn er nog twee bastaardzoons en een bastaarddochter bekend.[11]

  • Een zoon uit het eerste huwelijk, Jan III van Polanen (1340-10 augustus 1394), volgde zijn vader op als heer van Breda, van Polanen en de Lek.
  • Een andere zoon uit dat huwelijk, Philips van Polanen, werd geestelijke na gehuwd geweest te zijn met Maria van Diest.[10]
  • Een dochter Beatrijs van Polanen (ca.1344-1394) was gehuwd met Hendrik VIII van Bautershem (ca. 1342-1419), als 'Hendrik II' heer van Bergen op Zoom. Hij was de zoon van ridder Hendrik VII van Boutersem (als 'Hendrik I' heer van Bergen op Zoom).
  • Een dochter Oda van Polanen (circa 1351-1417), huwde op 30 mei 1378 met Hendrik III van Montfoort, burggraaf van Montfoort.

Alle andere kinderen noemden zich geen 'Van Polanen', maar 'Van der Leck'.

  • Een zoon uit het tweede huwelijk was ridder Hendrik van de Leck (Henrick van der Lecke) (1354-voor 8 augustus 1428), heer van Heeswijk, Dinther, Gestel en Schijndel.
  • Dirk van der Leck(e) (ca. 1355 - na 1416), zoon van Jan II van Polanen, trouwde in 1388 met Gilisje van Cralingen (1355-1410), dochter van Ogier (III), waardoor de goederen Cralingen en Honingen overgingen op het geslacht Van der Leck en vanaf 1485 aan het geslacht Van Assendelft toevielen.
  • Otto van der Leck (ca. 1370 - overleden voor 20 oktober 1428), zoon van Jan II van Polanen en van Margaretha van der Lippe, ridder 1396. Hij was heer van Hedel en vanaf 1392 ambtman in Kleef. Otto trouwde voor 1396 met Sophia van den Bergh († 1412), erfdochter van Frederik III van den Bergh († 1416), heer van den Bergh en van den Bylandt, en Catharina van Buren. Hij werd de stamvader van het Huis Van der Leck.
    Otto van der Leck verkreeg uit zijn huwelijk met Sophia één kind: Willem II van der Leck (1404-1465), als Willem II van den Bergh heer van den Bergh, Bylandt en Hedel.

Bredase voorvader van het huis Oranje-Nassau

Eerst met Jan II raakte het geslacht Van Polanen definitief gevestigd in Breda en begon het zijn opgang in het Hertogdom Brabant en in het machtscentrum Brussel. Hiermee werd tevens de weg geplaveid voor de komst van de grafelijke familie Nassau naar de Lage Landen. Jan II werd de Bredase voorvader van het geslacht Nassau-Breda en daarmee ook van het huis Oranje-Nassau. Het geslacht Van Polanen stierf in de mannelijke lijn uit met de zoon van Jan II, Jan III van Polanen. Diens dochter, erfdochter Johanna van Polanen (1392-1445), vrouwe van Breda en de Lek, trouwde op 1 augustus 1403 in Breda met Engelbrecht I van Nassau-Siegen. Door dit huwelijk ging de Bredase tak van het Huis Nassau-Siegen deel uitmaken van de rijkste en belangrijkste adel van de Nederlanden en begon de opkomst van het Huis Nassau in de Nederlanden. Tot Johanna 's erfenis behoorden vele heerlijkheden en ridderhofsteden in Holland en Brabant, Henegouwen, Utrecht en Zeeland. Omdat Johanna het enige kind was van Jan III kwamen diens titels (via Johanna) terecht bij Johan IV van Nassau, de zoon van Engelbrecht en Johanna. De titels heer van Polanen en baron van Breda behoren nu, ruim zes eeuwen later, nog steeds tot de titels van de Nederlandse koning.

Zie ook