Jan III van Ranst

Jan III van Ranst of Van Raenst (±1400 – 1476) was heer van Mortsel, Cantecroy, Luithagen, Hove, Vremde, Houtain-le-Val en Edegem. Hij diende zeker twaalf keer als burgemeester van Antwerpen.
Hij was een zoon van Jan II van Ranst en Beatrijs van Duffel. Hij trouwde met Johanna Catarina Vele Rongemans of Rogmans, uit dit huwelijk kwamen geen kinderen voort. Van Ranst liet het Kasteel Cantecroy flink verbouwen en versterken. Hij behoorde tot de machtigste leenmannen van de hertogen van Brabant. Het hertogdom werd tijdens zijn leven verworven door de hertogen van Bourgondië. Hij diende als raadsheer onder Filips de Goede en Karel de Stoute. In 1460 werd hij tot meier van Leuven benoemd. Hij diende vele malen als burgemeester van Antwerpen, waarvan zes keer als binnen- en zes keer als buitenburgemeester, vermoedelijk tussen 1445 en 1473. Na zijn overlijden in 1476 maakten acht erfgenamen aanspraak op zijn bezittingen. Na een langdurig proces werden zijn neven Jan IV van Ranst en Hendrik van Ranst aangeduid als erfopvolgers. Zijn weduwe Johanna Rogmans, die ook meedong naar de erfrechten, kreeg een jaarlijkse uitkering (of douarie) en de ambacht "Bijgaarden" met hoeve of huis Te Eeke toebedeeld.[1]
- Bronnen
- Mortelse Heemskundige Kring, jaarboek 1990 - Het wel en wee van het Klooster van de Luithagen en de van Ransten als Heren van Catincrode, Mortsel en Edegem (L. Van Herwegen)
- Mortelse Heemkundige Kring, jaarboek 1959 - De Wapenschilden der Heren van Cantecroy (R. Pepermans)
- Referenties
- ↑ Robert van Passen, Geschiedenis van Edegem, 1974