Jan Frederik Schönfeld

Jan Frederik Schönfeld
Jan Frederik Schönfeld
Algemene informatie
Geboortedatum 2 februari 1883Bewerken op Wikidata
Geboorteplaats Ulrum
Overlijdensdatum 1 februari 1956Bewerken op Wikidata
Overlijdensplaats Arnhem
Werk
Beroep waterbouwkundigeBewerken op Wikidata
Werkgever(s) Rijkswaterstaat
Studie
School/universiteit Polytechnische School te Delft
Familie
Kinderen Johan Christoph Schönfeld
Persoonlijk
Talen Nederlands
De informatie in deze infobox is afkomstig van Wikidata.
U kunt die informatie bewerken.
IJsbreken op de Merwede in de winter van 1929, aan boord van het directiestoomvaartuig Christiaan Brunings van Rijkswaterstaat. De heer links op de foto is ir. Jan Frederik Schönfeld (1883-1956), op dat moment wnd. Hoofdingenieur-Directeur van Rijkswaterstaat directie Groote Rivieren, de dame rechts is zijn echtgenote M.A.F. Beijerman en de jongen is hun zoon J.C. Schönfeld. De heer tweede van rechts is ir. C.G. Krayenhoff van de Leur, arrondissementsingenieur 4e arondissement Groote Rivieren. De winter van 1929 was zeer streng met zware ijsgang. Beeldbank Archief Dordrecht.

Jan Frederik Schönfeld (Ulrum, 2 februari 1883Arnhem, 1 februari 1956) was een Nederlands waterbouwkundig ingenieur.

Biografie

Hij was de tweede zoon van huisarts Johan Christoph Schönfeld (Bellingwolde 10 december 1850 – Lochem 29 december 1938) en Gezina Jantina Kolk (Oude Pekela 8 juli 1854 – Velp 2 oktober 1918). Hij trouwde op 7 augustus 1917 te Vlissingen met Maria Antoinette Françoise Beijerman (Waardenburg 11 november 1888 – Arnhem 4 april 1974).

Zij kregen één zoon, Johan Christoph Schönfeld, die in de jaren vijftig en zestig in dienst van Rijkswaterstaat fundamenteel onderzoek verrichte naar getijbewegingen, essentieel onder andere voor het uitvoeren van de Deltawerken. Deze werd later hoogleraar te Delft.

Loopbaan

Na de HBS in Groningen vervolgde hij zijn studie aan de Polytechnische School (tegenwoordig de TU Delft) Na zijn afstuderen in 1904 werkte enige jaren bij Rijkswaterstaat.[1] Vanaf 1909 werkte hij in Suriname bij de Koloniale Spoorwegen, bij het opzetten van het beheer van de net nieuw aangelegde Lawaspoorlijn (een plan van de toenmalige gouverneur Cornelis Lely). Vervolgens werd hij van 1911 tot 1914 hoofd van het departement Openbare Werken te Paramaribo.[2]

In 1914 kwam hij terug in Nederland en werd ingenieur bij de Rijkswaterstaat te Vlissingen. Hier leerde hij ook zijn vrouw kennen. Hij werd in 1919 een jaar lang gestationeerd in Rijsel en Mézières om de Franse dienst Ponts et Chaussées te adviseren inzake de opbouw van waterwegen.[3] Na afloop hiervan hij benoemd tot Ridder in het Légion d’honneur. In 1924 deed hij een studie naar het badstrand van Malmö.

In 1925 werd hij aangesteld bij het arrondissement Nieuwe Waterweg van Rijkswaterstaat te Rotterdam, vanaf 1933 als Hoofdingenieur-Directeur (HID) van de directie Bovenrivieren te Arnhem en vanaf 1934 tevens als inspecteur van de Rijnvaart. Hij schreef artikelen in uiteenlopende tijdschriften, waaronder in De Ingenieur: ‘Waar lag, ten tijde der Romeinen, het splitsingspunt der Rijn?’ Hij werd in 1930 benoemd tot Officier in de Orde van Oranje-Nassau. Hij ging in 1948 te Arnhem met pensioen.[4] Hij schreef ook een plan om van het Haringvliet een vloedkom te maken (1942). Dit plan is uitgebreid geanalyseerd door Johan van Veen.[5]

Publicaties van ir. J.F. Schönfeld

Opmerking

ir. J.F. Schönfeld moet niet verward worden met de staatsraad van de waterstaat, zijn volle neef mr.dr. Jan Frederik Schönfeld (Windesheim 21 januari 1877 – Den Haag 7 februari 1945), deze is in 1903 gepromoveerd in Groningen[6] (1877-1945)