Jan Boogaard

Jan Bogaard (in de media en op andere plekken geschreven als Boogaard) (Amsterdam, 4 april 1918[1]Weesperkarspel, 1 maart 1947) was een Nederlandse SS'er. Jan werd geboren als zoon van metselaar Jan Bogaard (senior) en Johanna Francisca van Klingeren. Hij groeide op in een gezin met twee oudere zussen. In 1937 scheidden zijn ouders[2] en gaat hij bij zijn moeder wonen op Kinkerstraat 344-2.[3] Voor de oorlog was hij in de leer bij een boekendrukker, zo blijkt uit het militieregister. [4] Tijdens het vervullen van zijn dienstplicht maakte hij verschillende promoties. Uiteindelijk verbond hij zich in februari 1940 vrijwillig aan de reservedienst als kanonnier 2e klasse.

In de oorlog meldde hij zich aan als kantoorbediende bij het Nederlands Arbeidsfront. Later ging hij over naar de SD, maar wanneer precies is onduidelijk. In 1943 werd hij gevangenisbewaker in het Huis van Bewaring aan de Weteringschans in Amsterdam. Hij zou ook aan het oostfront hebben gevochten en vanwege ziekte naar huis zijn gestuurd, maar het is onduidelijk uit welke bronnen dit zou blijken.

Boogaard heeft de overval op het Huis van Bewaring in Amsterdam door o.a. Johannes Post en Hilbert van Dijk verraden.[5] Daarna werd hij door de SD in Utrecht ondergebracht, om hem te beschermen tegen de wraak van het Nederlandse verzet.

Na de Tweede Wereldoorlog werd Jan Boogaard in de Weteringschans gevangengezet en in juli 1946 ter dood veroordeeld. Op 1 maart 1947 werd het vonnis voltrokken.[6]