James L. Alcorn

James Lusk Alcorn
Alcorn (ca. 1860 tot 1875)
Alcorn (ca. 1860 tot 1875)
Geboren 4 november 1816
Golconda, Illinois
Overleden 19 december 1894
Friars Point, Mississippi
Rustplaats Alcorn Cemetery
Friars Point, Mississippi
Land/zijde Geconfedereerde Staten van Amerika
Onderdeel Confederate States Army
Dienstjaren 1861-1862 (CSA)
Rang brigadegeneraal (CSA)
Slagen/oorlogen Amerikaanse Burgeroorlog
James L. Alcorn
Handtekening Handtekening
Lid van de
Amerikaanse senaat
voor Mississippi
Aangetreden 1 december 1871
Einde termijn 3 maart 1877
Voorganger Hiram R. Revels
Opvolger Lucius Q.C. Lamar
28ste Gouverneur van Mississippi
Aangetreden 10 maart 1870
Einde termijn 30 november 1871
Voorganger Adelbert Ames
Opvolger Ridgley C. Powers
lid van de Mississippi State Senate
Aangetreden 1848
Einde termijn 1854
Lid van het Mississippi House of Representatives
Aangetreden 1846 en 1856
Einde termijn 1857
Lid van het Kentucky House of Representatives
Aangetreden 1843
Einde termijn 1843
Portaal  Portaalicoon   Politiek

James Lusk Alcorn (Golconda, 4 november 1816Friars Point, 19 oktober 1894) was een Amerikaans politicus en militair. Hoewel hij voor de unie was[1] diende hij tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog kort als brigadegeneraal in de Mississippi State Troops.

Na een gevarieerde loopbaan in zijn thuisstaat werd Alcorn tijdens de Reconstructieperiode verkozen tot eerste Republikeinse Gouverneur van Mississippi. Daarna zetelde hij in de Amerikaanse senaat. Hij stond bekend als een gematigd Republikein en een "scalawag"[2]

Vroege jaren

James L. Alcorn werd geboren op 4 november 1816 in Golconda, Illinoisterritorium.[3] Hij was de zoon van James Alcorn en Hanna Lusk. Zijn familie was van Schots-Ierse afkomst. Alcorn liep school aan de Cumberland College in Princeton, Kentucky.[3] In 1838 werd hij toegelaten tot de balie. Tussen 1839 en 1844 werkte hij ook als hulp sheriff in Livingston County. Alcorn zetelde in 1843 in het Kentucky House of Representatives. Het jaar daarop verhuisde hij naar Mississippi.

Hij opende een advocatenkantoor in Coahoma County.[4] Dankzij zijn bloeiende praktijk kon hij al snel vastgoed kopen in de Mississippi Delta. In 1850 liet hij een huis met drie verdiepingen bouwen op zijn Mound Place Plantation in Coahoma County waar hij introk met zijn gezin. Tegen 1860 werkten er ongeveer honderd slaven op zijn landgoed. Tijdens de jaren 1840 en 1850 zetelde hij voor de Whig Partij in het Mississippi House of Representatives en de Mississippi Senate.

Hij liet grote stukken van de Mississippi indijken en werd aangesteld als directeur van het comité die verantwoordelijk was voor het onderhoud van deze dijken.[3] In 1856 stelde hij zich verkiesbaar voor het Amerikaans Congres maar werd niet verkozen. Het jaar daarop, in 1857, werd hij genomineerd om voor de Whigs gouverneur te worden. Hij bedankte voor de eer en weigerde de nominatie.[3]

In 1839 huwde Alcorn met Mary C. Stewart uit Kentucky. Ze overleed in 1849. Het jaar daarop, in 1850, huwde hij met Amelia Walton Glover uit Alabama. Alcorn was in 1851 lid van een speciale conventie die bijeengeroepen werd in Mississippi door gouverneur John A. Quitman die tegen het Compromis van 1850 van Henry Clay was en daarom voor secessie ageerde.[5] Alcorn, voorstander van de unie, probeerde de plannen van Quitman te torpederen. Zoals vele Zuidelijke plantage-eigenaren met een Whig-achtergrond geloofde hij sterk in een evenwicht tussen de Noordelijke en Zuidelijke staten binnen de unie. Hij waarschuwde in zijn toespraken dat een secessie tot oorlog kon leiden waarbij de Zuidelijke staten alles konden verliezen.[6] Tien jaar later toen er een nieuwe conventie plaats vond in Mississippi om over secessie te stemmen, koos Alcorn de zijde van de afscheidingsbeweging. Hij werd verkozen tot het Committee of Fifteen die de officiële ordonantie voor secessie diende voor te bereiden.[7]

Amerikaanse Burgeroorlog

Hoewel Alcorn uit een Noordelijke staat afkomstig was, sprak hij zich na de secessie van Mississippi toch uit voor de Geconfedereerde Staten van Amerika. De conventie van Mississippi benoemde Alcorn tot brigadegeneraal van de militie. Toen zijn brigade opgenomen werd in het Confederate States Army weigerde president Jefferson Davis Alcorn te bevestigen in zijn rang wegens politieke verschillen.[3] Alcorn hield zich bezig met het rekruteren van nieuwe soldaten en was verantwoordelijk voor verschillende garnizoenen.

Na het uitbreken van de Amerikaanse Burgeroorlog werd Alcorn met zijn eenheden naar centraal Kentucky gestuurd en diende hij voor korte tijd in Fort Donelson in Tennessee. In oktober 1861 rekruteerde Alcorn drie nieuwe militieregimenten die het Army of 10.000 genoemd werd. Met zijn brigade diende hij onder generaal-majoor Leonidas Polk. In januari 1862 werd zijn brigade ontbonden. Alcorn werd gevangen genomen in Arkansas. Na enige tijd doorgebracht te hebben in een krijgsgevangenkamp werd hij geruild voor Noordelijke officieren. Hij keerde terug zijn plantage in Mississippi. Hij werd verkozen tot parlementslid in het parlement van Mississippi en uitte regelmatig kritiek op de beleidsdaden van president Davis.[8]

Hoewel Alcorn geen actieve rol meer speelde aan het front, spendeerde hij een fortuin om nieuwe eenheden te rekruteren en van wapens en uniformen te voorzien. In het voorjaar van 1863 werd zijn plantage gebrandschat door de Noordelijke brigadegeneraal Leonard F. Ross tijdens de zogenaamde Yazoo Pass-expeditie.[9][10] Alcorn kon echter een deel van zijn rijkdom en invloed behouden door het verhandelen van katoen, ook aan verschillende Noordelijke staten.[11]

Latere jaren

Senator James L. Alcorn
Het graf van Alcorn in Coahoma County, Mississippi

Alcorn was voorstander van het kiesrecht voor vrijgelatenen en keurde het Veertiende amendement goed. Alcorn werd de leider van de scalawags, Zuidelijken die voor de Republikeinse partij waren. Samen met carpetbaggers, Afro-Amerikanen die al voor de oorlog vrij waren en pas vrijgelatenen vormde hij een coalitie in Mississippi. Het merendeel van de bevolking weigerde op de Democratische partij te stemmen omdat deze met geweld en intimidatie de verkiezingen van 1868 hadden gewonnen.

In 1869 werd Alcorn tot verkozen tot Gouverneur van Mississippi waarbij hij de Lewis T. Dent versloeg, de schoonbroer van Ulysses S. Grant.[12] Als gouverneur ondersteunde hij de staatscholen die voor iedereen toegankelijk zouden zijn en stond hij aan de wieg van de Alcorn State University die in eerste instantie gericht was op Afro-Amerikanen. Eind 1871 nam Alcorn ontslag als gouverneur om senator in de Amerikaanse senaat te worden.[3] Alcorn probeerde het Zuiden te moderniseren. Hij was een voorstander van de Blanke suprematie maar ondersteunde tegelijkertijd de politieke en burgerrechten van de Afro-Amerikanen. Na zijn politieke loopbaan die eindigde in 1877 zette hij zich opnieuw in voor het indijken van de Mississippi en het onderhouden van deze dijken. Hij had ook nog altijd een advocatenkantoor in Friars Point.

James L. Alcorn overleed op 19 december 1894 in zijn huis in Friars Point, Mississippi. Hij werd begraven op het Alcorn Cemetery in Friars Point.[3][13]

Zie ook