Jacques van Rossum

Jacques van Rossum
Persoonlijke gegevens
Volledige naam Jacobus Maria van Rossum
Geboortedatum 13 april 1930
Geboorteplaats Berghem (Noord-Brabant)
Overlijdensdatum 27 februari 2020
Overlijdensplaats Nijmegen
Nationaliteit Vlag van Nederland Nederlands
Academische achtergrond
Opleiding Titus Brandsma Lyceum
Alma mater Katholieke Universiteit Nijmegen
Proefschrift Pharmacodynamics of cholinomimetic and cholinolytic drugs (1958)
Promotor(s) Everhardus Jacobus Ariëns
Wetenschappelijk werk
Vakgebied(en) Farmacologie
Universiteit Katholieke Universiteit Nijmegen
Soort hoogleraar Gewoon hoogleraar (1965–1990)
Lector (1963–1965)

Jacobus Maria (Jacques) van Rossum (Berghem (Noord-Brabant), 13 april 1930Nijmegen, 27 februari 2020) was een Nederlands hoogleraar farmacologie.

Leven

Hij was zoon van Woutera Wilhelmina Zonnenberg en bakker(-knecht) Martinus Christianus van Rossum, die in 1946 overleed. Hijzelf was getrouwd met Maria Helena Mathilde Cornelia Kuppens. Beiden werden in Nijmegen begraven.[1]

Hij ging in Oss naar het Titus Brandsma Lyceum (1942-1949). Daaropvolgend ging hij medicijnen en farmacie studeren aan de Katholieke Universiteit Nijmegen, een studie die hij in 1954 afrondde. Zijn promotie vond plaats in 1958 aan diezelfde universiteit onder prof. dr. Everhardus Jacobus Ariëns, met een kandidaatsstudie aan Universiteit Utrecht. Zijn proefschrift droeg de titel: Pharmacodynamics of cholinomimetic and cholinolytic drugs: theories on drug-receptor interactions and structure-action relationships of quaternary ammonium salts. Rond 1960 kon hij door middel van een beurs studeren aan de Tulane University in New Orleans. Hij bezocht ook andere Amerikaanse universiteiten om zich te specialiseren in psychofarmacologie; hetgeen later zou leiden tot de publicatie van een dopaminehypothese in de strijd tegen schizofrenie.

In 1963 werd hij benoemd tot lector aan de Nijmeegse universiteit, twee jaar later werd hij hoogleraar Algemene farmacologie, zowel bij de faculteit Medicijnen als wiskunde en natuurwetenschappen. Die functie zou hij tot zijn emeritaat in 1990 bekleden. Tijdens zijn leven publiceerde hij meer dan 200 stukken op zijn vakgebied, die regelmatig door derden geciteerd worden. Vooral zijn publicatie over de cumulatieve-responcurve kreeg grote aandacht. Onder zijn professorschap promoveerden regelmatig studenten die op zichzelf weer hoogleraar werden.

Hij ontving in 1960 de Struyckenprijs en in 1966 de medaille van de Universiteit Leiden.

Dopinglaboratorium

In Nijmegen zette hij (wellicht met anderen) een dopinglaboratorium (Sportlab) op, dat erkenning kreeg door het Internationaal Olympisch Comité. Het laboratorium verhuisde in 1987 naar Utrecht, maar vond haar eind in 1990 bij gebrek aan steun en financiën.

Van Rossum overleed op 89-jarige leeftijd.