Jacopone da Todi

Jacopone da Todi, eigenlijk: Jacopo de' Benedetti (Todi, ca. 1230klooster Collazzone, 25 december 1306) was een Italiaans dichter.

De boeteling

Jacopo de' Benedetti stamde uit een adellijke familie en leidde tot 1268 het wereldse leven van een jurist. De plotselinge dood van zijn vrouw tijdens een publiek festijn vormde een breekpunt in zijn leven. Toen zijn echtgenote van onder het puin van een ingestorte tribune tevoorschijn werd gehaald, bleek zij onder haar feestgewaad een boetekleed (cilicio) te dragen. Onder de indruk van deze ontdekking gaf Jacopo zijn beroep op, werd franciscaans tertiaris en begon het zwervende bestaan van een "heilige dwaas" die voortaan "Jacopone" (Gekke Jacob) genoemd werd. Tenslotte trad hij als lekebroeder in bij de Franciskaner orde.

De kerkcriticus

In zijn laatste jaren speelde Fra Jacopone een niet onbelangrijke rol in de kerkpolitiek. Als fel tegenstander van de verwereldlijking van de Kerk, raakte hij in hevig conflict met de machtspoliticus paus Bonifatius VIII, die hem in de ban deed en tussen 1298 en 1303 gevangen zette. Zijn opvolger, paus Benedictus XI, nam hem weer in de Kerk op.

De dichter

Van na Jacopo's "bekering" stammen de talloze laude (geestelijke liederen), deels autobiografisch van aard, die hem beroemd hebben gemaakt, zeker ook onder het gewone volk. Zeer vreemd en soms stotend van toon, getuigen ze van een machtige poëtische persoonlijkheid. Zijn gedialogeerde laude (devozioni) werden de kiem van het Italiaanse drama. Zeer waarschijnlijk dichtte hij ook het Stabat Mater.

Literatuur

J.C. de Haan, Jacopone da Todi. De Gids jaargang 94 (1930) pp. 78-103.