Madeliefjesvezelkop
| Inocybe bellidiana | ||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Taxonomische indeling | ||||||||||||||
| ||||||||||||||
| Soort | ||||||||||||||
| Inocybe bellidiana Bandini, Oertel & Eberhardt (2021) | ||||||||||||||
| ||||||||||||||
Madeliefjesvezelkop (Inocybe bellidiana) is een schimmel uit de familie Inocybaceae. Vruchtlichamen komen voor op klei en humusarme zandgronden.
Kenmerken
Uiterlijke kenmerken
- Hoed: De hoed heeft een diameter van 2–4 cm en is aanvankelijk klokvormig, later plat met een lichte umbo. De kleur varieert van witachtig tot bleekgrijs, soms met een lichtgele tint. Het oppervlak is glad en matig vezelig.
- Lamellen: De lamellen zijn aanvankelijk wit, later crème tot lichtbruin, smal en dicht opeenstaand.
- Steel: De steel is 4–7 cm lang, 0,2–0,3 cm dik, cilindrisch, witachtig en vezelig.
- Geur: De geur is zwak of afwezig; er is geen kenmerkende geur zoals bij sommige andere Inocybe-soorten.
- Smaak: De smaak is mild en niet merkbaar.
Microscopische kenmerken
- Sporen: De sporen zijn glad, hyaliene, ellipsoïde en meten 7–9 × 4–5 µm.
- Cystidia: Cheilocystidia zijn aanwezig, maar niet opvallend.
- Basidia: Basidia zijn viersterig en meten 20–25 × 6–8 µm.
- Hymeniale structuur: De hymeniale structuur is typisch voor het geslacht Inocybe, met een duidelijke aanwezigheid van cystidia en basidia.
Verspreiding
Inocybe bellidiana is een zeldzame soort die voornamelijk voorkomt in gemengde loofbossen in Europa. Er zijn weinig waarnemingen bekend, wat de soort tot een interessante vondst maakt voor mycologen. De soort is ectomycorrhizale en vormt symbiotische relaties met verschillende loofbomen. In Nederland komt de madeliefjesvezelkop zeer zeldzaam voor.
Bronnen, noten en/of referenties