Imad al-Din al-Isfahani

Imad al-Din al-Isfahani
Pagina uit Imad al-Din al-Isfahani's manuscript Tarikh al-Barq al-Bana van een vijftiende-eeuwse kopie.
Pagina uit Imad al-Din al-Isfahani's manuscript Tarikh al-Barq al-Bana van een vijftiende-eeuwse kopie.
Algemene informatie
Geboortenaam Muhammad ibn Hamid
Geboren 1125
Isfahan (Seltsjoekenrijk)
Overleden 5 juni 1201
Damascus (Ajjoebiden)
Beroep Historicus

Muhammad ibn Hamid (Perzisch: محمد ابن حامد; geromaniseerd: Muḥammad ibn Ḥāmid) (Isfahan, 1125Damascus, 5 juni 1201), beter bekend als Imad al-Din al-Isfahani, was een wetenschapper, historicus en redenaar.

Biografie

Achtergrond en studie

Imad al-Din al-Isfahini kwam uit een familie die in de ambtenarij diende in Isfahan, wat indertijd de hoofdstad was van het Seltsjoekenrijk. Een oom van hem, ʿAzīz al-Dīn, kwam in 1132 aan zijn einde door rivaliteit met een rivaliserende vizier aan het hof.[1] Deze Aziz was bevriend met Ajjoeb en Shirkuh, de vader en oom van Saladin.[2] De vader van Imad al-Din trad na de dood van zijn broer vervolgens uit de openbare wereld trok zich terug in vrome afzondering. Bij Imad al-Din motiveerde deze gebeurtenis om literaire stukken voor zijn overleden familielid te schrijven. Daarnaast demotiveerde het hem ook niet om zelf een carrière binnen de ambtenarij na te streven.[1]

In 1140 kwam Isfahani bij zijn vader in Bagdad wonen nadat hij twee jaar lang scholing had gekregen in Kashan. In Bagdad zette hij zijn studie voort aan de madrassa. Hij studeerde rechten en werd jurist.[bron]

Carrière in Bagdad

In 1157 kreeg hij zijn eerste officiële aanstelling. Als administrator diende hij eerst in een ondergeschikte positie en later met volledige leiding in Wasit en Basra, namens vizier Ibn Hubeira. In januari 1163 kwam Isfahani bijna om het leven nadat zijn boot op de rivier omsloeg en de meeste van de opvarenden om het leven kwamen. Twee jaar later overleed Ibn Hubeira en dit leidde ook tot de val van zijn protegees. Isfahani kwam een maand vast te zitten.[3]

Carrière in Syrië

Zestiende-eeuws (fantasie)portret van Saladin, geschilderd door Cristofano dell'Altissimo.

In mei of juni 1167 verhuisde hij naar Damascus en kwam daar in dienst van Nur ad-Din. Deze positie kan hij te danken hebben aan zijn contacten met Ibn Hubeira, die in nauw contact stond met Nur ad-Din. Vanwege de oude contacten van zijn familie zochten Ajjoeb en Shirkuh hem ook op en dienden ze als de patronen van Isfahani. Hij maakte ook kennis met Saladin, met wie hij een sterke vriendschap opbouwde. Onder Nur ad-Din kwam Isfahani te werken in de kanselarij.[3]

Isfahani voerde ook diplomatieke missies voor Nur ad-Din uit. Zo bezocht hij in 1170 Bagdad, om de claim van Nur ad-Din op Mosoel te ondersteunen na de dood van diens broer.[4] Als jurist wist hij ook het nodige aanzien op te bouwen en in de jaren 1170 kreeg hij een positie aangeboden om aan de madrassa van Damascus te doceren. Hij accepteerde deze positie en behield deze tot aan zijn dood.[5] In 1174 overleed Nur ad-Din en Isfahani vreesde dat de Hashashin het op hem gemunt hadden en keerde daarom terug naar Bagdad. Tijdens zijn verblijf in Mosoel, onderweg naar Bagdad, werd hij ziek en aldaar hoorde hij dat Saladin naar Damascus optrok. Hij keerde direct terug naar Damascus om bij Saladin in dienst te treden.[4]

Officieel diende Isfahani als plaatsvervanger van Qadi al-Fadil, de secretaris van Saladin. Doordat al-Fadil de meeste tijd in Egypte doorbracht deed Isfahani dienst als secretaris tijdens de militaire campagnes van Saladin en op zijn winterkwartier. In deze functie schreef hij brieven, verdragen en instructies. Toen Saladin in 1185 ziek was schreef hij ook het testament van de sultan op. Daarnaast fungeerde hij als een ghostwriter avant-la-lettre, hij voorzag Saladin van passende gedichten of kleine proza-essays om in eigen handschrift naar kennissen en correspondenten te sturen.[6]

Isfahani raakte ziek tijdens de veldtocht die leidde tot de Slag bij Hattin. Voor een periode van acht weken was hij ziek en hij haakte pas weer aan bij het leger van Saladin op de na de overgave van Jeruzalem.[6] Na de dood van Saladin werd hij als gezant naar Egypte gestuurd en raakte hij geassocieerd met de opvolger van Saladin, sultan Al-Adil I. Isfahani was inmiddels te oud om zijn oude positie naar behoren te kunnen uitvoeren en trok zich terug in Damascus waar hij zijn dagen sleet met studeren en schrijven. Op 76-jarige leeftijd overleed hij in 1201 in Damascus.[7]

Werken

Omstreeks 1155 begon Isfahani al met het opstellen van een anthologie van contemporaine dichters. Omstreeks 1176 was deze compleet. In 1181 vertaalde hij De alchemie van geluk van Al-Ghazali vanuit het Perzisch naar het Arabisch. Daarnaast schreef hij ook de Geschiedenis van de Seltsjoeken dat hij in 1183 afrondde. Daarnaast is een van zijn bekendere werken de kroniek die hij aan de zijde van Saladin schreef, de Fath al-Qudsi. Isfahani begon hier in 1187 aan en een eerste versie was vijf jaar later al beschikbaar.[8] Na het beleg van Akko begon hij met het schrijven van al-Fatḥal-qussī fī ’l-fatḥ al-qudsī, waarin Isfahani een hommage aan Saladin schreef als de kampioen van de correcte islam en als strijder tegen de interne en externe vijanden van het geloof. Dit werk was in 1193 voltooid. Vervolgens schreef Isfahani een kroniek over zijn jaren met Nur ad-Din en Saladin, al-Barq al-Shāmī en stelde hij een bundel samen van zijn eigen poëzie.[9]

In populaire cultuur

De Brits-Soedanese acteur Alexander Siddig portretteerde een gefictionaliseerde versie van Isfahani in de film Kingdom of Heaven.[10]