Ibrahim Adil Shah II

Ibrahim Adil Shah II, omstreeks 1615 geschilderd door een onbekende kunstenaar[1] uit de regio

Ibrahim Adil Shah II (Bijapur, 1570 – Bijapur, 12 september 1627) was de zesde sultan van het Indiase sultanaat Bijapur, dat tijdens zijn bewind zijn bloeiperiode beleefde tijdens een gouden eeuw voor India.[2] Hij staat bekend als een tolerant en kosmopolitisch vorst, die kunst en cultuur stimuleerde en zijn rijk verder uitbreidde naar het zuiden.

Ibrahim II werd in 1580 sultan na de dood van zijn oom Ali Adil Shah I. Hij was toen negen jaar en er volgde een chaotische periode waarin drie rivaliserende generaals elkaar opvolgden als regent. In 1590 nam Ibrahim II het bestuur zelf in handen. Hij was een soennitische moslim, maar zijn instelling was syncretisch en hij schiep in Bijapur een kosmopolitische hofcultuur met behulp van kunstenaars van verschillende disciplines uit de hele regio. Ook Europeanen waren welkom, zoals de Nederlandse kunstschilder Cornelis Heda. Dankzij de welvaart en het intensieve contact met buitenlanders lagen de markten volgens de gezant van het uitgestrekte Mogolrijk vol zeldzame goederen waar men in andere steden zelfs niet van gehoord had.[1]

Ibrahim bespeelde diverse muziekinstrumenten, sprak meerdere talen en gaf zichzelf de titels Jagatguru en Abala Bali. De eerste is Sanskriet voor wereldleraar, waarmee de geestelijk leider van het hindoeïsme aangeduid werd; de tweede is beschermer van de zwakken.[3] Beroemd is zijn Kitab-i Nauras,[3] een verzameling hoogstaande gedichten, met veel lofprijzingen van de Hindoeïstische goden van kennis en wijsheid Ganesh en Sarasvati, de profeet Mohammed en de Soefi-heilige Bande Nawaz. Volgens Umair Mirza was Nauras een neologisme met de betekenis nieuwe komst, tevens verwijzend naar de rasa's in de sanskritische literatuur.[2]

Ibrahim Rauza in Bijapur, 2012

Enkele kilometers ten westen van Bijapur stichtte hij in 1599 de nieuwe stad Nauraspur, bedoeld als centrum voor architectuur, kunst en wetenschap. Als voorbeeld dienden Fatehpur Sikri en Isfahan. Nauraspur werd in 1624 al weer verwoest door het leger van het naburige sultanaat Ahmednagar.

Ibrahim II regeerde tot 1627[1] en overleed in september van dat jaar. Hij werd begraven in het door zijn weduwe Taj Sultana gebouwde Ibrahim Rauza-mausoleum in Bijapur. Dit is een indo-islamitisch complex dat bestaat uit een tombe en een moskee, met ertussenin een vijver en een fontein, terwijl een grote poort leidt naar omringende tuinen.[4] Ibrahim II werd opgevolgd door zijn zoon Mohammed Adil Shah.