Ibn Toemart

Mohammed ibn Toemart
Spaanse gravure van Ibn Toemart, de stichter en de Mahdi van het Almohadische Rijk
Spaanse gravure van Ibn Toemart, de stichter en de Mahdi van het Almohadische Rijk
Mahdi van het Almohadische Rijk
Periode 1121 - 1130
Opvolger Abd al-Mu'min ibn Ali
Familie
Geboren c. 1080
Igiliz, Souss
Overleden 1130
Tinmel
Vader Toemert ibn Wagelid ibn Yamsal al-Harghi
Moeder Oemm al-Hoessein bint Waburken al-Meskali

Ibn Toemart (volledige naam: Mohammed ibn Toemart ibn Wagelid ibn Yamsal al-Harghi al-Masmudi) ook bekend bij zijn titel al-Imam al-Mahdi en ook bij zijn Shleuh naam Asafu ca. 1078 - 1130, was een geleerde en politieke leider uit de Souss. Hij stichtte het Almohadische Rijk en diende daar als de spirituele en eerste politieke en militair leider.[1]

Het Almohadische Rijk, een Masmudische Staat, werd opgericht en bestuurd door de Masmuda-Berbers of de Shleuhs van de Souss en de westelijke Hoge Atlas. Ibn Toemart lanceerde in de jaren 1120 een openlijke opstand van uit Tinmel tegen de heersende Almoraviden. Na zijn dood veroverden zijn volgelingen, de Almohaden, een groot deel van Noord-Afrika en een deel van Iberië.[2]

Jeugd

Mohammed ibn Toemart werd geboren rond het jaar 1080 in het dorp Igili n Warghen, dat zich in de Souss-regio bevindt. Hij is een Masmuda-Berber en behoort tot de Hargha stam.[3][1] Beide van zijn ouders zijn Masmuda-Berbers. Zijn vader Toemert ibn Wagelid ibn Yamsal behoort tot de Hargha-stam en zijn moeder Oemm al-Hoessein bint Waburken al-Meskali behoort tot de Ahl Tinmel-stam en de Meskala-clan.[4]

Ibn Khaldun vermeldt dat Mohammed 'Asafu' werd genoemd. Asafu is een woord in het Tashelhiyt dat 'licht' betekent, en het zou zo zijn dat Ibn Toemart zo werd genoemd omdat hij 'de lamp in de moskee aanstak om te lezen en te bidden'.[5]

Ibn Toemart's reis

Córdoba

Nadat Ibn Tumart zijn dorp Igili n Warghen in Souss had verlaten, zou hij een eerste reis naar het Iberisch schiereiland hebben gemaakt waar hij zich in het jaar 1106 tijdelijk vestigde in Córdoba, destijds het belangrijkste culturele en religieuze centrum van het Almoravidische gebied in Al-Andalus. Hij zou daar worden beïnvloed door de leer van Abu Bakr al-Turtushi, de Andalusische Malekitische Asharitische filosoof en politicoloog. Rond het jaar 1106 - 1108 vertrok Ibn Tumart uit Córdoba om naar het oosten reizen om zijn studies voort te zetten.[2]

Moskee van Córdoba

Reis naar het oosten

Baghdad

Daarna ging Ibn Tumart naar het oosten om zijn studies te verdiepen, waar hij onder invloed kwam van de ideeën van al-Ghazali. Hij ontmoette al-Ghazali in Baghdad en studeerde onder hem. Hij ontmoette en studeerde onder zowel Moetazilistische als Asharitische theologen. Hij sloot zich aan bij de Ash'aritische theologie en de Zahiri school van jurisprudentie, maar met de geloofsbelijdenis van Ibn Hazm, die aanzienlijk verschilde van die van de vroege Zahirieten door de verwerping van taqlid en het vertrouwen op de rede.

Het is waarschijnlijk dat ibn Tumart in Bagdad in die tijd een eigen systeem begon te ontwikkelen door de leringen van zijn Asharitische meesters te combineren met delen van de doctrines van anderen, met een vleugje soefi-mystiek die afkomstig was van al-Ghazali. Almohaden-hagiografen beschrijven dat ibn Tumart in de aanwezigheid van al-Ghazali was toen het nieuws kwam dat de Almoraviden al-Ghazali's recente grote werk, Ihya' Ulum al-Din, hadden verboden en publiekelijk hadden verbrand, waarop al-Ghazali zich naar verluidt tot ibn Tumart zou hebben gekeerd en hem, als inwoner van die landen, met de missie hadden belast om de Almoraviden te corrigeren.

Ibn Tumart's idee

Ibn Tumart's hoofdprincipe was een rigide unitarisme (tawhied), dat het bestaan van de eigenschappen van God ontkende als onverenigbaar, en daarom een polytheïstisch idee. Ibn Tumart vertegenwoordigde een opstand tegen wat hij beschouwde als antropomorfisme in de islamitische orthodoxie, maar hij was een rigide predestineer en een strikte navolger van de Islamitische wet. Hij gaf de heersende dynastie van het Almoravidische Rijk de schuld van de "theologische tekortkomingen" van het rijk. Ibn Tumart verzette zich krachtig tegen hun steun aan de Malikitische rechtsschool, die hij ervan beschuldigde de soenna en hadith (tradities en uitspraken van Mohammed en zijn metgezellen) te verwaarlozen en te veel te vertrouwen op idjma (consensus van juristen) en andere bronnen, een gruwel voor het striktere zahirisme dat Ibn Tumart voorstond. Ibn Toemart veroordeelde de subtiele redeneringen van Malikitische geleerden als "innovaties" (bid'ah), obscurantistisch, pervers en mogelijk ketters. Ibn Tumart gaf het Almoravidische bestuur ook de schuld van de vrijheid die hij in de Maghrebijnse samenleving vond, met name de openbare verkoop van wijn en varkensvlees op de markten, levensmiddelen die verboden waren voor moslims. Een andere hervorming was de vernietiging of het verbergen van religieuze kunst in moskeeën. Zijn heerschappij en die van de Almohaden erna waren vol hervormingen die probeerden het gebied onder zijn controle te veranderen in een plaats waar zijn doctrines de boventoon voerden.

Mekka

Na zijn studies in Bagdad zou Ibn Tumart op bedevaart naar Mekka zijn gegaan (Hadj). Nadat Ibn Tumart aan zijn verplichting had voldaan als moslim de Hadj te verrichten, keerde hij terug naar zijn plaats van herkomst, Souss.