IJslandse vrouwenstaking van 1975

IJslandse vrouwenstaking van 1975
Kvennafrídagurinn (Women's Day Off)
Vrouwenstaking in 2005 op de dertigste verjaardag
Vrouwenstaking in 2005 op de dertigste verjaardag
Datum 24 oktober 1975
Plaats Vlag van IJsland IJsland
Oorzaak loonkloof
Methode Vrije dag
Doel gendergelijkheid
Organisatie verscheidene vrouwenorganisaties
Aantal deelnemers 25.000
Portaal  Portaalicoon   Politiek

Op 24 oktober 1975 staakten IJslandse vrouwen een dag lang om "het onmisbare werk van vrouwen voor de IJslandse economie en samenleving te demonstreren" en om "te protesteren tegen loonverschillen en oneerlijke arbeidspraktijken". De actie werd in eigen land bekendgemaakt als Kvennafrídagurinn (Vrije dag voor de vrouwen). De deelnemers, onder leiding van vrouwenorganisaties, gingen de hele dag niet naar hun betaalde werk en verrichtten geen huishoudelijk werk of zorg voor de kinderen. Negentig procent van de vrouwelijke bevolking van IJsland nam deel aan de staking. Het IJslandse parlement nam het volgende jaar een wet aan die gelijke rechten voor vrouwen en mannen garandeerde.[1][2]

Voorgeschiedenis

IJslandse vrouwen die voor 1975 buitenshuis werkten, verdienden minder dan zestig procent van wat mannen verdienden.[1]

De Verenigde Naties kondigden aan dat 1975 het Internationaal Jaar van de Vrouw zou worden. Een vertegenwoordigster van een radicale vrouwengroepering genaamd de Rauðsokkahreyfingin (de rodesokken-beweging) opperde het idee van een staking als een van de evenementen ter ere daarvan. Het comité besloot de staking een "vrije dag" te noemen, omdat ze dachten dat deze term prettiger zou klinken en effectiever zou zijn om de massa te betrekken. Bovendien zouden sommige vrouwen ontslagen kunnen worden voor deelname aan de staking, maar een vrije dag kon hen niet worden ontzegd.[2]

Vrouwenorganisaties verspreidden het nieuws over de "Vrije Dag" door het hele land. De organisatoren van de "Vrije Dag" kregen radiostations, televisiestations en kranten zover om berichten te publiceren over genderdiscriminatie en de lagere lonen voor vrouwen. Het evenement trok internationale aandacht.

Vrije dag

Op 24 oktober 1975 gingen IJslandse vrouwen niet naar hun betaalde job en verrichtten ze geen huishoudelijk werk of zorg voor de kinderen thuis. Negentig procent van de vrouwen deed mee, ook vrouwen in plattelandsgemeenschappen.

Tijdens de "Vrije Dag" verzamelden 25.000 van de 220.000 inwoners van IJsland zich in het centrum van Reykjavik, de hoofdstad van IJsland, voor een demonstratie. Tijdens de demonstratie luisterden vrouwen naar sprekers, zongen ze en spraken ze met elkaar over wat er gedaan kon worden om gendergelijkheid in IJsland te bereiken. Er waren veel sprekers, waaronder een huisvrouw, twee parlementsleden, een vertegenwoordigster van de vrouwenbeweging en een vrouwelijke arbeider. De laatste toespraak van de dag werd gehouden door Aðalheiður Bjarnfreðsdóttir, die Sókn vertegenwoordigde, de vakbond voor de laagstbetaalde vrouwen in IJsland.

Werkgevers bereidden zich voor op de dag zonder vrouwen door snoep, potloden en papier te kopen om de kinderen te vermaken die hun vaders meebrachten naar hun werk. Worstjes, de favoriete kant-en-klaarmaaltijd van die tijd, waren in de supermarkten uitverkocht en veel echtgenoten kochten oudere kinderen om op hun jongere broertjes en zusjes te passen. Scholen, winkels, kinderdagverblijven, visfabrieken en andere instellingen moesten sluiten of op halve capaciteit draaien omdat de meeste fabrieksarbeiders vrouwen waren.

Nasleep

De "Vrije Dag" had een blijvende impact en werd in de volksmond bekend als 'de lange vrijdag'.[3]

Het IJslandse parlement nam het jaar daarop een wet aan die gelijke rechten garandeerde. De staking maakte ook de weg vrij voor de verkiezing van Vigdís Finnbogadóttir, de eerste democratisch gekozen vrouwelijke president ter wereld, vijf jaar later in 1980.[3]

In 1985, tien jaar later, werd op de verjaardag van de "Vrije Dag" door de vrouwen nogmaals eerder gestopt met werken als reactie op de loonkloof. Hetzelfde gebeurde ook in 2005, 2010, 2016, 2018, 2023 en 2025, ofwel in totaal acht keer.[4]

Op 24 oktober 2023 vond in IJsland de tweede eendaagse vrouwenstaking plaats. De actie was gericht tegen de aanhoudende loonkloof tussen mannen en vrouwen en geweld tegen vrouwen. Naar schatting namen 100.000 mensen deel aan de staking, die culmineerde in een massademonstratie in Reykjavik. Onder de deelnemers bevond zich de IJslandse premier Katrín Jakobsdóttir, die als doel stelde om in 2030 "volledige gendergelijkheid" in het land te bereiken.[5]

In 2024 bracht filmmaker Pamela Hogan de documentaire The Day Iceland Stood Still uit, die de staking van 1975 en de gevolgen ervan in beeld brengt. De film bevat archiefbeelden, interviews en animaties en werd vertoond op internationale festivals.[6]

Nalatenschap

  • De Zwarte Maandag (Czarny Poniedziałek) op 3 oktober 2016 waarbij duizenden vrouwen in Polen in staking gingen om te protesteren tegen het voorgestelde wetsvoorstel voor een volledig verbod op abortus, was gebaseerd op de IJslandse staking van 1975.[7]
  • De Internationale Vrouwenstaking (International Women's Strike of Paro Internacional de Mujeres), een wereldwijde variant geïnspireerd op de IJslandse staking, verspreidde zich in 2017 en 2018.[8]