Huijbergen-dagen

De Huijbergen-dagen waren jaarlijkse studiedagen die van 1932 tot 1940 werden georganiseerd in het klooster van de Broeders van Huijbergen door de Algemene Katholieke Kunstenaarsvereniging (AKKV). Deze bijeenkomsten in Huijbergen speelden een cruciale rol in de ontwikkeling van de katholieke bouwkunst in Nederland en de theorievorming in de Delftse School. Het hoofddoel van de dagen was het bevorderen van eenheid in de katholieke kunst en het definiëren van een duidelijke, katholieke identiteit binnen de architectuur, tegen de achtergrond van de verzuilde samenleving en de moderne bouwstijlen van die tijd.

Achtergrond en doel

De bijeenkomsten stonden onder leiding van Marinus Jan Granpré Molière, een van de meest invloedrijke architecten en theoretici van zijn tijd. Na zijn bekering tot het katholicisme in 1927, ontwikkelde hij een diepgaande architectuurfilosofie die theologie en filosofie met elkaar verbond. Zijn gedachtegoed was geworteld in het neothomisme van de Franse filosoof Jacques Maritain, dat streefde naar een maatschappelijke ordening waarin God als het hoogste doel centraal stond. Tijdens de Huijbergen-dagen verkondigde Granpré Molière zijn leer, waarbij hij stelde dat architectuur theocentrisch moest zijn en God moest dienen. De nadruk lag op het creëren van gebouwen met een 'eeuwigheidswaarde' door het gebruik van natuurlijke materialen, ambachtelijkheid en eenvoudige, traditionele vormen. De leer van de Delftse School was in feite een reactie op de snelle maatschappelijke veranderingen en de opkomst van het functionalisme, waarbij de functie van het gebouw als maatgevend werd gezien. De moderne stromingen, zoals de Amsterdamse School en de nieuwe zakelijkheid, werden fel bekritiseerd door Granpré Molière. Hij beschouwde deze als a-religieus of 'ketters', en bestempelde ze als uitingen van het socialisme/communisme of het kapitalisme/liberalisme. Volgens Molière pasten deze ideologieën en bouwstijlen niet bij het corporatistische model dat door de kerk werd voorgestaan, en dienden zij de mens in plaats van God.

Verspreiding en oppositie

De theorieën die tijdens de Huijbergen-dagen werden besproken, werden verder uitgedragen via het tijdschrift R.K. Bouwblad. Dit tijdschrift fungeerde als de spreekbuis van de traditionalistische stroming en veroordeelde andere stijlen als 'on-katholiek'. De studiedagen en het bijbehorende tijdschrift zorgden voor een sterke consensus binnen een deel van de katholieke architectuurgemeenschap. Toch was er ook oppositie. Architecten zoals Jan van Hardeveld en Alphons Boosten streden tegen de eenzijdige benadering. Zij waren niet tegen de traditionalistische stijl op zich, maar vonden dat het R.K. Bouwblad ruimte moest bieden aan meerdere visies op katholieke architectuur. De kritiek van deze dissidenten leidde uiteindelijk tot de beslissing dat het tijdschrift vanaf 1939 niet langer het officiële orgaan van de AKKV zou zijn, wat de interne spanningen binnen de beweging illustreert.