Houtappelkapel

Houtappelkapel
Houtappelkapel
Locatie
Land Vlag van België België
Plaats AntwerpenBewerken op Wikidata
Adres Hendrik Conscienceplein 12Bewerken op Wikidata
Coördinaten 51° 13 NB, 4° 24 OL
Gewijd aan MariaBewerken op Wikidata
Onderdeel van Sint-Carolus BorromeuskerkBewerken op Wikidata
Status en tijdlijn
Gebouwd in 1621Bewerken op Wikidata
Bouwkundige informatie
Type zijkapel
Kerkprovincie en -genootschap
Denominatie katholicismeBewerken op Wikidata
Bisdom             Bisdom AntwerpenBewerken op Wikidata
Portaal  Portaalicoon   Christendom
Maria-tenhemelopneming
Peter Paul Rubens, Maria-tenhemelopneming

De Houtappelkapel is een zijkapel in de Sint-Carolus Borromeuskerk in Antwerpen. Deze is gewijd aan Maria en wordt daarom ook officieel de Mariakapel, of soms de Rubenskapel genoemd. Ze is een van de mooiste en meest uitgewerkte barokke familiekapellen buiten Italië.

Stichting

Deze kapel werd tussen 1620 en 1622 opgericht door de zussen Houtappel, zijnde: Maria, Anna, Christina en Lucretia-Suzanna Houtappel en hun nicht Anna ’s Grevens.[1] Zij waren telgen uit een van de prominentste koopmansfamilies van de stad en waren als geestelijke dochters aan de Antwerpse jezuïetenkerk verbonden. Hun persoonlijke biechtvader was rector Carolus Scribani. Ze hebben als enige erfgenamen hun hele familiefortuin ingezet voor de financiering van de Sint-Carolus Borromeuskerk en de inrichting van hun familiekapel. Ze gaven daarvoor opdrachten aan de prominentste kunstenaars van hun tijd, waaronder Peter Paul Rubens. De zussen Houtappel waren de grootste financiers van de jezuïetenorde in Antwerpen. Een groot deel van de artistieke pracht van de Sint-Carolus Borromeuskerk is dan ook aan hen te danken.

Interieur

De rijk gedecoreerde kapel vormt een totaalkunstwerk waarin architectuur, ornament, sculptuur en schilderkunst samen worden gebracht. Centraal hierin is het altaarstuk de ‘Maria-tenhemelopneming’ door Rubens.[2] Vandaag is hiervan een replica te zien in de kapel, het origineel bevindt zich in het Kunsthistorisches Museum in Wenen. Naast het altaarstuk ontwierp Rubens waarschijnlijk ook de monumentale omkadering van het werk. De iconografie van het schilderij wordt namelijk verdergezet in de marmeren sculptuur van God de Vader op de top van het altaar. Deze reikt zijn hand naar beneden en plaatst een kroon op het hoofd van Maria in het schilderij. Rubens ontwierp ook het plafondreliëf van de kapel, later uitgevoerd door beeldhouwer Andries Colyns de Nole.

De kapel is volledig bekleed in kostbare marmers, waaronder verschillende zeldzame soorten en spolia uit antieke bouwwerken.[3] Op de predellawand van het altaar bevinden zich ook schilderingen op marmer door Hendrick van Balen. Ze tonen acht scènes uit het leven van Maria. De kunstenaar maakte hierin gebruik van het natuurlijke marmerpatroon als decor voor zijn taferelen. Tegen de wanden van de kapel bevinden zich levensgrote heiligenbeelden in wit marmer, uitgevoerd door Robrecht en Andries Colyns de Nole en later door Sebastiaan de Neve en Jacques Couplet. Ze representeren de patroonheiligen van de zussen: de Maagd Maria, Sint-Anna, Sint-Christina, Sint-Suzanna en Sint-Catharina van Alexandrië. Deze heiligen geven ook de deugd van vrouwelijke maagdelijkheid weer; een thema dat dicht verbonden is met de identiteit van de zussen als geestelijke dochters. Deze sculpturen vertegenwoordigen de zussen en bevestigen hun rol als stichters van de kapel.

Familiekapel

In de familiecrypte werden de ouders van de zussen begraven, Godfried Houtappel en Cornelia Boot. Als persoonlijk herinneringsmiddel hingen origineel ook twee portretten van hen in de kapel, geschilderd door Gortzius Geldorp. Verder vonden de vier zussen en hun nicht Anna er hun laatste rustplaats. Ook Anna Muns werd er begraven, de dienstmeid van de familie die haar hele leven voor hen gewerkt had. Ten slotte zorgden de zussen er ook voor dat hun spirituele vader Carolus Scribani in hun familiecrypte begraven werd, ondanks dat dit volgens de regels van de jezuïeten verboden was.[4] Het geeft een unieke blik op wie de zussen als hun naaste familie beschouwden.

Deze kapel is door de zussen Houtappel vormgegeven als een publiek monument voor hun familie. Zo prijkt hun familiewapen op de achterwand van de kapel. Dit verwijst naar de adellijke status waartoe de familie opgeklommen was. Hun vader Godfried Houtappel had zijn fortuin verdiend in de internationale handel en koos ervoor zijn status te bevestigen door het kasteel van Zevenbergen aan te kopen. Hier hing de titel van Heer van Ranst aan vast en het bijhorende wapenschild. Ook de familie van Anna ’s Grevens droeg een adellijke titel. Haar wapen bevindt zich op de arcade boven het koor. Een marmeren herdenkplaat voor het altaar houdt de namen van alle familieleden levendig. Het eert ook de rol van de familie Houtappel als een van de vroegste bijstanders van de jezuïeten.