Hoessein Dei

Hoessein Dei
Portret van Hoessein Dei, Koninklijke Collectie
Portret van Hoessein Dei, Koninklijke Collectie
Dei van Algiers
Regeerperiode 1 maart 1818 - 5 juli 1830
Voorganger Ali Khoja
Opvolger Functie afgeschaft
Geboren Ca. 1765
İzmir/Urla (Ottomaanse Rijk)
Gestorven 1838
Alexandrië (Ottomaanse Rijk)
Religie Soennisme

Hoessein Dei (İzmir/Urla, circa 1765Alexandrië, 1838) was de laatste dei van Ottomaans Algerije en regeerde tussen tussen 1818 en 1830 toen Algiers werd veroverd door de Fransen.

Biografie

Achtergrond

Hoessein kwam uit een aanzienlijke familie en werkte aanvankelijk in de tabakshandel voor hij naar de militaire school ging.[1] Hij trad eerst toe tot de kanonniers van de sultan voor hij naar Algiers vertrok waar hij succes had als kaper en koopman.[2] In Algiers wist hij ook uit te groeien tot een van de vertrouwelingen van dei Ali Khoja. Van hem verkreeg hij de titels imam en khoja. Hij diende tevens als belastinginner en voor zijn dood beval Ali Kohdja Hoessein aan als zijn opvolger.[1]

Conflicten met Europese staten

Nadat Hoessein verkozen werd tot dei streefde hij ernaar de kaapvaart te verdedigen en te versterken. Zodoende stuurde hij in 1818 ook een ambassadeur naar Londen om zijn belangen te vertegenwoordigen. De ambassadeur keerde terug met een Brits ultimatum waarin Hoessein werd een einde aan de kaapvaart moest maken of hij zou de militaire macht van de Europese grootmachten tegenover zich hebben.[3]

Op 3 september 1819 arriveerde er een Frans-Engels vlooteskader bij Algiers, die na het Congres van Aken de taak hadden gekregen om met intimidatie een einde te maken aan de kaapvaart. Hoessein ontving de vertegenwoordigers hartelijk. Hoessein weigerde hen een geschreven verklaring te geven, maar weigerde het dictaat te ondertekenen. Hierop vertrok de vloot uit Algiers.[4]

In 1824 besloot Hoessein om een oorlog met Groot-Brittannië uit te lokken. Dit resulteerde in een mislukt bombardement op Algiers door de Britten, maar resulteerde wel in het vertrek van de Britse ambassadeur en werd daarom als een overwinning beschouwd. Vervolgens zette hij de Nederlanders onder druk om het Verdrag van Alcalá met de Spanjaarden te beëindigen. Koning Willem I zegde het verdrag inderdaad op, omdat het "van bijzondere omstandigheden beschouwd wordt als ten einde geloopen".[5]

Vliegenmepperincident

Het vliegenmepperincident

Op 29 april 1827 vond tijdens de ramadan het "vliegenmepperincident" plaats. Op die dag ontving Hoessein de Franse ambassadeur Pierre Deval en met hem besprak Hoessein enkele diplomatieke onderwerpen, waaronder verdragen die Frankrijk niet nakwam. Daarop verklaarde Deval: "Mijn regering voelt niet de noodzaak zich te verlagen door te reageren op een man als u." Hoessein werd om deze uitspraak boos en gaf Deval drie klappen met de vliegenmepper. Kort na het incident keerde Deval terug naar Frankrijk en overhandigde hij zijn regering een oorlogsverklaring aan Algiers.[6] Toen Hoessein weigerde om een knieval voor Deval te maken en zijn excuses aan te bieden verklaarde Frankrijk hem ten oorlog.[7]

Aanvankelijk resulteerde de oorlog in een blokkade van Algiers, maar in 1830 ging Frankrijk over tot een grootscheepse invasie. Op zijn beurt had Hoessein zichzelf ook voorbereid op de komende strijd. Na de verloren Slag bij Stambouli was het duidelijk dat Algiers geen partij meer was voor de Fransen en besloot Hoessein dat hij een akkoord wilde sluiten met de Franse generaal Bourmont. Op 5 juli 1830 gaf Hoessein de stad over aan de Fransen. Hij kreeg een vrijgeleide en vertrok eerst met zijn gevolg naar Napels en vervolgens naar Parijs. Uiteindelijk sleet hij zijn laatste dagen in Alexandrië.[8]

Nalatenschap

Een voorstad van Algiers is naar Hoessein Dei vernoemd, alsook de voetbalclub NA Hussein Dey.