Nijlpaarden

Nijlpaarden
Fossiel voorkomen: Laat-Mioceen - recent
Nijlpaarden (Hippopotamus amphibius)
Taxonomische indeling
Rijk:Animalia (Dieren)
Stam:Chordata (Chordadieren)
Klasse:Mammalia (Zoogdieren)
Orde:Artiodactyla (Evenhoevigen)
Familie
Hippopotamidae
Gray, 1831
Afbeeldingen op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Nijlpaarden op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Zoogdieren

Nijlpaarden (Hippopotamidae) zijn een familie van de evenhoevigen en walvissen. De nijlpaarden zijn uniek onder de evenhoevigen, omdat ze een semi-aquatische levensstijl hebben behouden en alle vier hun tenen helpen om hun gewicht te dragen.

Beschrijving

Het volwassen dwergnijlpaard weegt 160–270 kg, terwijl het gewone nijlpaard gemiddeld 1.450 kg weegt.[1] Beide bestaande nijlpaardsoorten hebben een tonvormig lichaam, korte poten, brede snuit met hooggeplaatste, naar boven gerichte, afsluitbare neusgaten en hooggeplaatste oren. De poten hebben vier tenen met zwemvliezen. Ze hebben een dikke, vrijwel haarloze, grijsbruine huid zonder talg- en zweetklieren. In plaats daarvan scheiden ze een roodachtige, olieachtige substantie af die de huid beschermt. Beide soorten zijn beide herbivoor, met een dieet van grassen en bladeren, en gebruiken hun slagtanden ter verdediging. Beide soorten zijn semi-aquatisch en brengen tijd door in het water om hun dunne, gladde huid te beschermen tegen uitdroging door de zon. Het gewone nijlpaard brengt meer tijd door onder water en eet relatief meer gras dan het dwergnijlpaard. De dieren brengen hun dagen door in het water om koel te blijven en uitdroging te voorkomen. Nijlpaarden hebben een spijsverteringsstelsel dat lijkt op dat van herkauwers. In de voormaag vindt microbiële fermentatie plaats, die de spijsvertering ondersteunt door de productie van vluchtige vetzuren en vitaminen.[2]

Ontstaan en evolutie

De laatste gemeenschappelijke voorouder van de walvissen en de nijlpaarden leefde vermoedelijk iets meer dan 50 miljoen jaar geleden in het vroege Eoceen.[1] De nijlpaarden familie is hoogstwaarschijnlijk ontstaan in Afrika tijdens het Midden-Mioceen. Soorten uit deze familie migreerden sinds het late Mioceen diverse keren richting Eurazië. Tijdens de overgang van het Mioceen naar het Plioceen diversifieerde de familie zich en werd zeer talrijk in Afrika. Fossielen van nijlpaarden behoren tot de meest voorkomende zoogdieren die op verschillende paleontologische locaties worden gevonden. Hun succes lijkt verband te houden met hun semi-aquatische levenswijze. De leefwijze waarbij de dieren rusten in zoetwater is waarschijnlijk oud en mogelijk leefde de laatste gemeenschappelijke voorouder van alle nijlpaarden al zo.[2]

Tegenwoordig zijn er nog slechts twee levende soorten, maar drie andere soorten hebben tot in het Holoceen op Madagaskar geleefd. Er zijn vrij veel fossielen gevonden, maar niet erg oud en de meeste behoren tot het geslacht Hippopotamus of Hexaprotodon. Er hebben vroeger ook nijlpaarden in Europa geleefd. Hippopotamus antiquus en Hippopotamus incognitus zijn beide bekend uit ongeveer heel Europa. Op sommige eilanden in de Middellandse Zee leefden in het Pleistoceen ook nijlpaarden. Hoewel nijlpaarden altijd tot de evenhoevigen (Artiodactyla) gerekend zijn, is uit DNA-onderzoek gebleken dat de walvissen vrij direct aan ze verwant zijn. De beide nog levende soorten zijn het dwergnijlpaard (Choeropsis liberiensis), dat in bepaalde delen van West-Afrika voorkomt, en het nijlpaard (Hippopotamus amphibius), dat in het grootste deel van Afrika voorkomt. De oudste fossielen zijn gevonden in Kenia en Tunesië in het midden- en laat-Mioceen; deze behoren tot het geslacht Kenyapotamus. Fossielen van moderne nijlpaarden zijn van het laat-Mioceen en het Plioceen bekend.

Verwantschap

Vergelijking van DNA en anatomie suggereert dat evenhoevigen en walvisachtigen een groep vormen. Walvisachtigen zijn diep genesteld binnen de evenhoevigen en de nieuwe groep heeft de nieuwe wetenschappelijke naam Cetartiodactyla gekregen. Deze groep bestaat uit vier hoofdtakken: kameelachtigen (Tylopoda), varkens en pekari's (Suina), herkauwers (Ruminantia) en nijlpaarden plus walvisachtigen (Whippomorpha).

De veronderstelde afstammingslijnen binnen de evenhoevigen kunnen worden weergegeven in het volgende cladogram:[3][4][5][6][7]

 Tylopoda (kameelachtigen) 

 Artiofabula 

 Suina (varkenachtigen) 

 Cetruminantia 
 Ruminantia herkauwers) 

 Tragulidae (dwergherten) 

 Pecora (hoorndragers) 

 Whippomorpha 

 Cetacea (walvissen) 

 Hippopotamidae (nijlpaarden) 

Soorten