Het gouden paard

Het gouden paard
Stripreeks Suske en Wiske
Volgnummer 45
Scenario Willy Vandersteen
Tekeningen Willy Vandersteen, Eduard De Rop
Lijst van verhalen van Suske en Wiske
Portaal  Portaalicoon   Strip

Het gouden paard is het vijfenveertigste stripverhaal uit de reeks van Suske en Wiske, geschreven en getekend door Willy Vandersteen. Het werd gepubliceerd in het stripweekblad Kuifje van 26 februari 1958 tot en met 23 april 1959. De eerste albumuitgave kwam tien jaar later. Eduard De Rop, die net was begonnen als vaste medewerker van Vandersteen, tekende ook aan dit verhaal mee.

Het was het achtste en tevens laatste Suske en Wiske-verhaal dat Vandersteen voor Kuifje maakte. Vandersteen begon direct na dit verhaal nog aan De sonometer, maar dit verhaal heeft hij nooit zelf voltooid.

Personages

Suske, Wiske, Lambik, Dokus de molenaar, Don Alvarez de Leon (een afgevaardigde van Fernando Cortezconquistador), het gouden paard Pepita, kapitein Don Cabralo en diens bemanning, piraten, Diego Velázquez de Cuéllar, aanhangers van Velasquez, Gerónimo de Aguilar, Tabascanen, Montezuma (Hueyi tlahtoani/keizer van de Azteken), verkenners en zonnepriesters van Montezuma, de hoofdpriester Axaya, Vandersteen zelf (in een cameo aan het eind)

Het verhaal

Het is het jaar 1519. Lambik heeft een tijdlang als scheepsdokter gewerkt aan boord van een oorlogsschip en hij is nu chirurgijn-barbier in een kuststadje in de Nederlanden. Suske en Wiske wonen bij hem in. Op een avond klopt een oude vriend van Lambik, Don Alvarez de Leon, onverwacht aan. Meteen daarna wordt hij door twee onbekende mannen neergeschoten. Lambik kan Don Alvarez nog redden en verpleegt hem. Don Alvarez vertelt dat hij een geplande ontmoeting had met een man met een gele hoed in de herberg. Suske gaat nu hierheen in Don Alvarez' plaats, maar wordt onderweg aangevallen. Wiske redt Suske en de twee kinderen gaan hierna samen naar de herberg. De man met de gele hoed verklapt dat er een geheime lading in de ruïne van een molen afgeleverd moest worden, wat hij intussen al heeft gedaan. Intussen worden ze stiekem afgeluisterd. Suske, Wiske en Lambik gaan naar de betreffende molen. Ter plekke worden ze opnieuw door onbekende mannen aangevallen en de molen wordt in brand gestoken. Lambik weet de geheime lading op tijd te redden. Het blijkt een gouden paard te zijn, genaamd Pepita.

Don Alvarez legt hun alles uit: in opdracht van de Spaanse conquistador Cortez moest hij Pepita aan boord van het galjoen Vittorio zien te brengen, voor een reis naar Vera Cruz. Daar wil Cortez het paard namelijk aan de Azteekse koning Montezuma schenken, om zich op deze manier zoveel mogelijk bij de keizer in de gunst te werken en zo uiteindelijk zelf de macht te krijgen over de Azteken en hun schatten. Om nog meer indruk te maken, liet Cortez het paard compleet vergulden. De vrienden besluiten om Pepita in een sloep zelf aan boord van de Vittorio te brengen. Het galjoen blijkt echter inmiddels te zijn gekaapt door de handlangers van Diego Velasquez, de gouverneur van Cuba. Dit blijken dezelfde mannen te zijn die eerder de molen in brand staken. Velasquez wil namelijk verhinderen dat Cortez al te goede banden aanknoopt met de Azteken, uit vrees dat Cortez anders straks alle Azteekse rijkdommen voor zichzelf zal houden.

De vrienden slagen er toch in om aan boord van het galjoen te komen. Lambik weet de kapitein, Don Cabralo, eerst te overmeesteren. Al snel worden ze echter zelf weer overmeesterd door de Spanjaarden. Als Lambik vervolgens van de plank moet lopen, komt Pepita te hulp en daardoor raken veel bemanningsleden gewond. Omdat er geen andere dokter aan boord is, besluit Don Cabralo om Lambiks leven te sparen en hem aan boord te houden, zodat er iemand voor de gewonden kan zorgen. Aangekomen bij een eiland hebben Suske en Wiske een korte ontmoeting met piraten. Met een truc weten ze bijna iedereen van boord te lokken: ze laten Don Cabralo en diens mannen geloven dat de piraten op het eiland een enorme buit hebben die zo voor het grijpen ligt. De paar Spanjaarden die hierna aan boord van de Vittorio blijven om Suske, Wiske en Lambik en Pepita te bewaken, vluchten alsnog van het schip af als ze denken dat Suske en Wiske en Lambik de pest hebben. De drie vrienden hebben het galjoen nu helemaal voor zichzelf.

Na twee dagen zeilen belanden Suske, Wiske, Lambik met Pepita in een windhoos. Met het wrak van hun schip stranden ze hierna op de kust van Yucatán. Lambik vindt per toeval een geheime gang in een beeld. Hij bevrijdt ook de Spaanse ontdekkingsreiziger Geronimo, die in handen was gevallen van de Tabascanen, een inheems volk. Geronimo was een reisgenoot van Cortez, die de Tabascanen wil onderwerpen en hen tot bondgenoot maken om zelf indien nodig de Azteekse hoofdstad aan te kunnen vallen. Suske wordt door een Tabascaan overmeesterd, maar gered door Wiske en Lambik. Dan zien ze in de verte het schip van de zeerovers weer, dat inmiddels blijkt te zijn overgenomen door Calabro en diens mannen. Lambik ontdekt kort hierna het plan van de Spanjaarden: het gouden paard alsnog aan Montezuma schenken, maar dan in naam van Velasquez. Als Lambik het paard niet overhandigt, zullen ze Suske die nu in hun handen is doden. Met een zwaar gemoed besluit Lambik Pepita over te dragen, aangezien Suskes leven voor hem nog zwaarder weegt. Maar dan blijkt dat de Spanjaarden intussen een enorme schat van de Tabascanen hebben ontdekt, daardoor hechten ze totaal geen waarde meer aan hun oorspronkelijke opdracht. Ondertussen worden zowel de Spanjaarden als Lambik weer aangevallen door de Tabascanen, voor wie het allemaal ongewenste indringers zijn. Lambik weet in eerste instantie te ontkomen met Pepita. Als hij hoort dat er onder de Spanjaarden opnieuw veel gewonden zijn gevallen in de hevige gevechten met de Tabascanen, besluit hij om toch weer medische zorg aan de gewonde Spanjaarden te leveren. De Spanjaarden zijn Lambik hiervoor erg dankbaar, en Don Cabralo besluit om nu maar af te zien van zijn eerdere plannen. Hij geeft zich over en de Spanjaarden keren op bevel van Lambik terug naar Spanje.

Lambik, Suske en Wiske zijn nu alleen op het eiland, en ze hebben nu de taak om Pepita bij Montezuma af te leveren. Suske en Wiske worden even later echter overmeesterd door verkenners van Montezuma. De twee kinderen worden bij een beeld van Huitzilopochtli, de god van de oorlog, gebracht en op een offersteen gelegd. Als de zon op het beeld schijnt, zullen ze worden geofferd. Ze worden net op tijd gered, doordat er een vat buskruit explodeert dat een van Montezuma's verkenners van Lambik had gestolen. Dan zijn ook de zonnepriesters van Montezuma ineens ter plekke. Zij leggen uit dat er volgens een oude legende ooit een blanke geest zou komen om het volk te straffen. Lambik wordt voor deze geest aangezien, en daarom hebben de Azteken diep ontzag voor hem.

De drie vrienden worden nu gastvrij onthaald en naar de Azteekse hoofdstad Tenochtitlan gebracht. De hoofdpriester, Axaja, wil koste wat kost verhinderen dat Pepita bij Montezuma kan worden gebracht. Axaja doet meerdere pogingen om Pepita te doden, maar slaagt hier niet in. In het keizerlijke park ontmoet Suske de jonge slaaf Mitlo. Mitlo waarschuwt dat het leven van Suske en de anderen in groot gevaar is als ze met Pepita naar het keizerlijk paleis gaan. Lambik laat zich hierdoor niet weerhouden en gaat toch.

In het paleis voeren Lambik en Pepita eerst een dans uit voor de keizer. Hierna worden ze door de keizer uitgenodigd voor een gezamenlijke maaltijd. Pepita mag zich intussen verfrissen in de vijver, waar echter een heilige alligator in blijkt te zwemmen. Pepita weet zichzelf te redden, waarop Montezuma eindelijk overtuigd lijkt van haar macht. De "beloning" blijkt vervolgens te zijn dat Pepita zal worden geofferd. Als Lambik Pepita wil redden, moet hij bewijzen machtiger te zijn dan de Azteekse goden. Hiervoor moet Lambik het opnemen tegen twee jaguarkrijgers, twee arendkrijgers en een slangenkrijger. Met een paar slimme trucs weet hij alle gevechten te winnen. Montezuma lijkt nu eindelijk overtuigd te zijn om Pepita toch niet te offeren, maar dan blijkt dit opnieuw een misleiding te zijn: Suske, Wiske en Pepita worden naar een afgesloten ruimte in de tempel gelokt, waar ze worden bedwelmd om even later door de zonnepriesters te worden gedood. Ze worden net op tijd gered door Mitlo, en weten op Pepita's rug te ontsnappen aan de priesters.

Lambik wordt door enkele mannen van Montezuma in een draagstoel naar het leger van Cortez gebracht, om de boodschap over te brengen dat Cortez in vrede moet komen. Cortez' leger nadert inmiddels de Azteekse hoofdstad al behoorlijk. Door een samenloop van omstandigheden belandt Lambik in een geheime ondergrondse gang. Nadat hij hier een gesprek tussen Montezuma en iemand anders afluistert, weet hij degene die Montezuma's belager lijkt te zijn neer te slaan. Maar dan blijkt dit Montezuma zelf te zijn, die door de ander gevangen was genomen; het is Axaya in vermomming, die zich al die tijd met een masker voor de keizer uitgaf. De hoofdpriester wilde namelijk niet dat Montezuma vrede zou sluiten met Cortez en diens mannen. Bovendien wilde hij Montezuma uit de weg ruimen, om zo zelf aan de macht te komen.

Axaja weet hierna te ontsnappen. Met een zelf opgezette legermacht van opstandige Azteken valt hij later het paleis aan, waar de vrienden en Montezuma zich verschansen. Als ze dreigen te verliezen, komt Pepita te hulp. Dan arriveren ook de keizerlijke troepen. Axaja en zijn handlangers worden verslagen en gevangengenomen. Kort daarna arriveert ook Cortez voor de poorten van de stad. Hij heeft slechts driehonderd mannen en tientallen paarden meegenomen voor deze lange reis. De ontmoeting verloopt goed en Mitlo wordt beloond door Montezuma.

Tot slot wordt in één tekstplaatje verteld hoe het na Cortez' komst verder is gegaan in het Azteekse rijk. Dit blijkt geen positief verhaal te zijn, want de gesloten vriendschap tussen Cortez en de Azteken was van korte duur; de Azteekse cultuur en die van de Spaanse veroveraars liggen veel te ver uit elkaar om tot een goede samenwerking te komen, daarnaast is er vooral van Spaanse zijde veel winstbejag. Montezuma komt om in een nieuwe strijd tegen Cortez en diens opvolger moet zich onderwerpen aan het beleid van de Spanjaarden.

Achtergronden

Dit verhaal is gebaseerd op de conquistadores die in de 16de eeuw Midden- en Zuid-Amerika veroverden. Het verhaal speelt zich grotendeels af in het Azteekse rijk aan het begin van de voornoemde eeuw. In 1519 zeilde de 34-jarige Fernando Cortez in opdracht van stadhouder Diego Velasquez van Cuba naar Midden-Amerika, waar hij het rijk van de Azteken ontdekte. In deze historische context is het verhaal gesitueerd.

Vandersteen heeft zich voor het Gouden Paard mogelijk laten inspireren door het toppaard van de Romeinse keizer Commodus (161-192 v. Chr.). Die toonde zijn lievelingsdier bij wijze van afscheid tijdens wagenrennen aan het volk; voor het spektakel verfde hij het geel en vergulde de hoeven. Het paard heette Pertinax, wat dicht tegen de naam van Pepita aan ligt.

Uitgaven

Van de acht Suske en Wiske-verhalen die Vandersteen speciaal voor het stripblad Kuifje maakte zijn er in de periode 1952-1957 zeven uitgegeven in de blauwe reeks. Dit laatste verhaal is echter nooit als album in deze reeks uitgebracht. De eerste albumuitgave van Het gouden paard was pas in 1969, in de Vierkleurenreeks die toen inmiddels was gestart. Het verhaal kreeg hierin albumnummer 100. In deze albumuitgave werd het verhaal iets ingekort, om aan het standaardformaat van 58 pagina's te voldoen.

De volledige versie van Het gouden paard verscheen in 1987 voor het eerst alsnog in een bibliofiele uitgave. In 1997 werd het verhaal ook in de Klassiek-reeks opnieuw in zijn integrale vorm uitgegeven. Bij deze uitgave kreeg het ook alsnog een blauwe kaft.[1]

Publicaties

Publicaties
Krant of tijdschrift Nummer Publicatiedatum Voorganger Opvolger
Kuifje 8 26 februari 1958 - 23 april 1959 De groene splinter (De sonometer)
Ons Volkske 8 15 mei 1958 - 16 juli 1959 De groene splinter geen
Albumuitgaven
Stripreeks of collectie Nummer Eerste druk Voorganger Opvolger
Vierkleurenreeks 100 oktober 1969 De kwakstralen De kaartendans
Suske en Wiske Collectie 1986
Bibliofiele uitgave 1987
Blauwe klassiek reeks 8 oktober 1997 De groene splinter geen
Uitgave voor Shell 2 30 november 2005 De apekermis De fleurige Floriade
X-Large 4 14 juni 2006
Stripfestival Middelkerke (bundeling) 15 juli 2006
Witte reeks 8 12 september 2017 De zwarte zwaan De zwarte madam
Anderstalige uitgaven
Taal Reekstitel Albumtitel Datum Opmerkingen
Frans Bob et Bobette le cheval d'or

Varia

  • Dit verhaal is een duidelijk voorbeeld van alternatieve geschiedenis. Suske, Wiske en Lambik maken vrijwel dezelfde reis vanuit Europa naar Midden-Amerika als Cortés, alleen net iets later dan Cortés zelf, en ze beleven dezelfde dingen. Tevens zorgen ze dat alles in banen is geleid voor Cortés wanneer die zelf arriveert. Jerónimo de Aguilar, die in dit verhaal voorkomt als Gerónimo, werkte ook in werkelijkheid samen met Cortés (voor wie hij tolkte). In werkelijkheid leed hij schipbreuk, en werd hij niet door de inheemse bevolking gevangengenomen. Hij kwam al een aantal jaar eerder dan Cortés bij de Indianen terecht en leerde in de tussentijd hun taal.[2]
  • De naam Tabascanen verwijst naar de oorspronkelijke bewoners van Tabasco, tegenwoordig een van de deelstaten van Mexico. In de historische periode waarin Het gouden paard is gesitueerd, woonden hier vooral Zoque en bepaalde Maya-volkeren.
  • Er is ook enige controverse gerezen over dit verhaal, omdat het te kolonialistische standpunten zou uitdragen. De hoofdpersonages helpen immers de Spaanse conquistadores met het onderwerpen van de Aztekencultuur.[2] In de echte geschiedenis zouden de Spaanse kolonisten later deze authentieke cultuur vernietigen. Ook roeiden ze het Aztekenvolk uit (aan het eind van Het gouden paard wordt dit in een paar woorden verteld, enigszins verhullend).
  • Het allerlaatste verhaalstrookje bevat een zogeheten doorbreking van de vierde wand, een grap die vaker in de serie wordt toegepast. Hier is Vandersteen zelf te zien in zijn tekenstudio, samen met de drie hoofdpersonages. Lambik vraagt aan Vandersteen wat er nu verder met Pepita moet gebeuren. Om Lambik gerust te stellen tekent Vandersteen Pepita nog een laatste keer in de groene wei, waar ze vredig de rest van haar leven zal doorbrengen. Het verhaal eindigt zodoende ook niet (zoals meestal) met een knipogende Wiske.