Het Dijkhuis bij Veere

Het Dijkhuis bij Veere was een 17e-eeuws huis aan de Polredijk op Walcheren, in de Nederlandse provincie Zeeland. Het huis stond tussen Veere en Vrouwenpolder aan het Veerse Gat en werd eeuwenlang gebruikt door de Polder Walcheren, het waterschap dat bijna het gehele eiland onder haar hoede had. In 1944 werd het huis verwoest door de bombardementen voor de inundatie van Walcheren. Tegenwoordig bevindt zich op die plek de Jachthaven Oostwatering.
Geschiedenis
Het dijkhuis stond waar nu de strekdam van de jachthaven is. Tot 1944 liep de zeedijk over die strekdam en knikte naar rechts bij het eilandje dat nu aan het eind van de dam ligt.[1] Iets westelijker, net voor die knik stond het Dijkhuis. Wat wel nog over is van die oude dijk is de zogenaamde nol, een uitstekend stukje dijk dat een overblijfsel is van een oudere, ooit (waarschijnlijk begin 16e eeuw) doorgebroken zeedijk. Want de Polredijk mag dan al vanaf ongeveer de twaalfde eeuw min of meer dezelfde loop hebben gehad, stormen sloegen er af en toe gaten in.
Onder de naam Het Dijkhuis: een verdwenen stukje Veere is in 2017 een tentoonstelling gehouden over de geschiedenis van huis en nol. Deze was te zien in Museum Veere, de Schotse huizen en het Veerse Stadhuis.[2]
Galghenolle

Zoals de geschiedenis laat zien lag deze nol op een strategisch belangrijk punt: de vaargeul, waarlangs zeeschepen de Veerse haven konden bereiken, liep er vlak langs. Al in de Middeleeuwen werd de nol gebruikt als galgenveld van het stadje, compleet met galg en rad. Zo werden de scheepsbemanningen al vast gewaarschuwd het in Veere niet al te bont te maken. Galg en rad staan duidelijk ingetekend op de oudst bekende kaart van Veere uit circa 1550 van Jacob van Deventer. Eeuwenlang heeft de nol als zodanig dienst gedaan; nog in de 19e eeuw werd hij ook wel galghenolle genoemd.
Polder Walcheren
De polder, die door de Polredijk aan de noordzijde werd afgesloten heette de Oostwatering. Walcheren kende vier van deze 'wateringen', die in de Middeleeuwen ieder hun eigen dijkgraaf hadden. Later werden ze bestuurlijk samengevoegd tot wat bekend zou worden onder de naam Polder Walcheren. Deze was voortaan verantwoordelijk voor het onderhoud en de veiligheid van de dijken.
Landwacht
.jpg)
Ook de beveiliging tegen buitenstaanders was van belang; op de dijken werd wacht gehouden zodat indringers niet ongezien aan land konden komen. Al in 1540 richtte de watering een landwacht op,[3] een eigen bewakingsdienst die vooral in de Tachtigjarige Oorlog een belangrijke rol speelde. Bij de Galghenolle werd een veldschans (redoute) aangelegd. Op de kaart uit 1659 wordt die aangegeven met Batery en Redout aen 't Leverhuys. Met andere woorden: bij het Leverhuys. Elders wordt de plek aangeduid met Smerenburg; wellicht werd daar levertraan gemaakt, vergelijk de naam Smeerenburg op Spitsbergen.

Een eeuw later, in 1753, is in de naamgeving het woord 'aen' verdwenen. De tekst is ook anders: in plaats van batery en redout staat er nu battery en wagthuis. Kennelijk was het fortje inmiddels niet meer nodig en stond er een wachthuis voor de manschappen dat Leverhuys genoemd werd. Dit was een lang, smal huis, qua vorm en locatie hetzelfde huis als het Dijkhuis van latere generaties.

Dijkopzichters
De rol van de landwacht raakte langzaam uitgespeeld en in 1796 werd zij opgeheven.[4] Al in de loop van die 18e eeuw verschijnt er op landkaarten een nieuwe naam voor het huis: commisenhuis. Commies was een ambtelijke rang en in dit geval werden er de dijkopzichters mee bedoeld die de arbeiders aanstuurden bij het onderhoud. Het Dijkhuis was al van de Polder Walcheren en kon na het opheffen van de Landwacht direct gebruikt worden voor de huisvesting van de dijkopzichters. De naam Landschuurweg voor de afslag van de Polredijk naar de Bosweg iets verderop, herinnert aan de Landschuur met de materialen voor het dijkonderhoud.

Vanaf 1812 zijn de namen van de dijkopzichters bekend.[5] Het waren achtenswaardige ambtenaren tussen het polderbestuur van hoge heren en de arbeiders in. Ook maatschappelijk speelden ze vaak een belangrijke rol, zoals in besturen en de kerk.
Verkoop
In 1912 besloot het polderbestuur het huis te verkopen: “De voorzitter deelt mede het voornemen van het dagelijks bestuur om voortaan den opzichter der Oostwatering Veere als woonplaats aan te wijzen wat beter is in het belang van den dienst. Het tegenwoordige polderhuis heeft daardoor zijne bestemming verloren en is bovendien bouwvallig, waarom het dagelijksch bestuur machtiging verzoekt, dit polderhuis publiek of onderhandsch te verkoopen.”.[6] Voor de toenmalige dijkopzichter vonden ze een onderkomen aan de Kaai in Veere.
Het huis werd op 13 juni 1912 tijdens een openbare veiling verkocht aan Willem van Eenennaam,[7] commissionair te Middelburg. Hij betaalde er 460 gulden voor.[8] Voor 112, 50 gulden kocht hij er in 1917 nog 10 are (1000 m²) dijk, landtong en bosch bij van een landbouwer in ruste. Daarbij ging het dus om de nol en het strandje met aangrenzend bosje.[9]

Een jaar later wist Van Eenennaam het geheel met een prettige winst te verkopen aan een Amsterdams kunstenaarsechtpaar: ze betaalden er op 25 maart 1918 drieduizend gulden voor.[10]
Lensvelt & Bronger
Frits Lensvelt en Nell Bronger, het Amsterdamse echtpaar, zouden de laatste bewoners van het huis blijken te zijn. Vooral hij was op slag verliefd op het huis en de natuur eromheen en wilde eigenlijk niet meer weg. Het duurde een paar jaar, maar vanaf 1921 woonde het echtpaar er definitief met hun twee kinderen. Ze maakten al gauw vrienden onder de boeren in de omgeving en in Veere, Middelburg en Vlissingen. 's Zomers ontvingen ze veel gasten uit Holland. Lensvelt bouwde in de tuin een ruim atelier en bij opkomend water werd er gezwommen bij het strandje. Zoon Frits junior hield er een levenslange liefde voor zee, havens en natuur aa over.


Lensvelt was onder andere grafisch kunstenaar en legde het huis en het uitzicht meerdere malen vast, net als ettelijke van zijn kunstenaarsvrienden.
In 1933 had Nell Bronger genoeg van de eenzaamheid en het gebrek aan comfort (geen gas, geen elektra, water uit de put in dat tochtige oude huis bovenop een zeedijk) en het gezin verhuisde terug naar Amsterdam. Het huis werd vanaf dat moment gebruikt als vakantiehuis en als zodanig ook wel verhuurd.
In 1939 was de huurder een schilderes, Claire Bonebakker, die er verrukt van was. Met Frits Lensvelt in Amsterdam (Nell Bronger was al in 1935 overleden) voerde ze een drukke correspondentie[11] over kunst, de drukkende omstandigheden vlak voor en in het begin van de Tweede Wereldoorlog en vooral ook over het huis zelf.
Stützpunkt Fischhausen en verwoesting

In 1941 verhuisde Lensvelt terug naar de Polredijk en deelde het Dijkhuis een half jaar met Bonebakker. In 1942 maakten de Duitsers ernst met de aanleg van de Atlantik Wall en confisqueerden daarvoor ook het Dijkhuis; de nol werd onder de naam Stützpunkt Fischhausen weer een militaire stelling en het huis diende als onderkomen voor de manschappen.
In 1944 werd Lensvelt, die in Veere zelf was gaan wonen, de provincie uitgezet. Toen hij kort na de bevrijding (op 10 juni[12]) terugkeerde stond Walcheren grotendeels onder water en zag hij dat de Polredijk eind 1944 precies op de plek waar het Dijkhuis had gestaan weggebombardeerd was. Alleen de nol stak nog boven het water uit. Met een vrijgeleide van de Dienst Droogmaking Walcheren zwierf hij een aantal weken over het eiland om de ravage in tekeningen vast te leggen, waarbij hij ook de restanten van zijn eigen plekje niet oversloeg. Hij zorgde niet goed voor zichzelf en stierf op 23 juli in het ziekenhuis van Middelburg aan een longontsteking.
Werkhaven
Na de droogmaking werd de nol een klein eilandje, want de nieuwe dijk werd verder landinwaarts aangelegd (zie het kaartje van de huidige situatie). Toen er na de Watersnoodramp van 1953 serieus werk gemaakt werd van de Deltawerken, bleek de plek heel geschikt voor een werkhaven voor de bouw van de Veerse Gatdam.

Er werd een strekdammetje aangelegd van de dijk naar de nol, waarbij in de luwte een haventje ontstond. In een poldertje ernaast werden de caissons gebouwd die het Veerse Gat in 1961 zouden afsluiten en daarmee het Veerse Meer creëerden.
Jachthaven
Na het vertrek van de dijkbouwers bleef het even stil rond de werkhaven tot die een nieuwe bestemming kreeg als de jachthaven Oostwatering; deze wordt in 1968 in een krant genoemd.[13] Aan het eind van de strekdam ligt daar de galghenolle nog.
Literatuur

- Er voert geen weg buitenom, Maxence van der Meersch, Zuid-Hollandsche Uitgevers Mij., Den Haag, 1938
- Dit is Walcheren, Jef Last, A. den Doolaard, Ed. Hoornik, Tjeenk Willink, Haarlem, 1945
- The Eighty-five days, R.W. Thompson, 1957, ISBN 9781787206793
- de Kanonnen van Walcheren, Albert Baldewyns en André Herman-Lemoyne, Het Volk-DAP, 1977
- Zeeland 1940 1945 deel 1, L.W. de Bree, den Boer, Middelburg, 1979, ISBN 9789070027650
- Encyclopedie van Zeeland I, II en II , Kon. Zeeuws Genootschap van Wetenschappen, Middelburg, 1982-1984, ISBN 9789070534028, ISBN 9789070534011, ISBN 9789070534011
- Worsteling om Walcheren’, Hein Bollen & Jantien Kuiper-Abee, 1985, ISBN 9789062552283
- Atlantikwall in Zeeland en Vlaanderen 1942-1944, Hans Sakkers en Hans Houterman, uitg. de Citadel, 1990, ISBN 9789080602311
- Zeeland 1940 1945 deel 2, Gijs van der Ham, den Boer, Waanders, Zwolle, 1990, ISBN 9789066302174
- Vaarzon Morel, een schildersfamilie, Ad Beenhakker, den Boer/de Ruiter, Middelburg, 2003, ISBN 9789074576420
- Dirk van Gelder in Veere, 1938-1963, Agnes van den Noort-van Gelder, Middelburg, den Boer/de Ruiter, 2007, ISBN 9789074576994
- Landschapsatlas van Walcheren, Kees Bosch en Jan Willem Bosch, Bosch & Böttcher, Middelburg 2008, ISBN 9789077525159
- Historische Atlas van Walcheren, Peter Blom, Peter Henderikx, Aad de Klerk, Peter Sijnke, van Tilt, Nijmegen, 2009, ISBN 9789460040337
- Bewogen Levens, de kunstenaarsfamilie ten Klooster in Veere, Walter ten Klooster, den Boer/de Ruiter, Middelburg, ISBN 9789074576932

- Johannes ten Klooster, a man with two lives, Bea Brommer, Tropenmuseum/KIT Publishers, Amsterdam, ISBN 9789068324860
- De oude kaarten van Zeeland, Aad de Klerk, W Books, Zwolle, 2015, ISBN 9789462580770
- Claire Bonebakker, Frits Lensvelt en het Dijkhuis, Ard Hesselink, uitg. de Drvkkery/Schrijverspodium, 2017, ISBN 9789492170279
- Het Dijkhuis: een verdwenen stukje Veere, tentoonstellingsbrochure, Museum Veere, 2017
- Eén groot avontuur, het leven van Veerenaar Boete Minneboo, eigen uitgave, Colijnsplaat, 2018
- Tussen Dam en Dijk, de levens van Nell Bronger en Frits Lensvelt, Ard Hesselink, Specialty Book Productions, Bellingwolde, 2021, ISBN 9789090342276
- ↑ Topotijdreis: 200 jaar topografische kaarten. Topotijdreis. Geraadpleegd op 8 januari 2026.
- ↑ https://www.nrc.nl/nieuws/2017/05/15/paradijs-verloren-aan-het-veerse-gat-9082483-a1558603
- ↑ Niet te verwarren met de landwacht uit de Tweede Wereldoorlog
- ↑ bron: Vlissingse Courant, 5 februari 1936
- ↑ archief Polder Walcheren, Zeeuws Archief, Middelburg
- ↑ notulen bestuursvergadering 6 april 1912, archief Polder Walcheren, Zeeuws archief, Middelburg
- ↑ advertentie in dagblad de Zeeuw, 11 juni 1911
- ↑ koopacte uit register notaris Johan Hosang te Middelburg, notarieel archief, Zeeuws Archief, Middelburg
- ↑ koopacte uit register notaris Willem Hioolen te Middelburg, notarieel archief, Zeeuws Archief, Middelburg
- ↑ koopacte uit register notaris J.C. Blaupot ten Cate te Middelburg, notarieel archief, Zeeuws Archief, Middelburg
- ↑ zie het boekje Claire Bonebakker, Frits Lensvelt en het Dijkhuis, de Drvkkery, Middelburg 2017
- ↑ zoals blijkt uit een brief aan zijn zoon van 3 juli
- ↑ "Op weidse Veerse Meer KISSEN OP DE REGENBOOGFOREL Uitgezette vis groeit puik", De Volkskrant, 18 mei 1968. Geraadpleegd op 8 januari 2026.