Graafschap Rethel

Kaart van Frankrijk in 1477 met rechtsboven, in donkergeel het graafschap Rethel

Het graafschap Rethel, later hertogdom Rethel en hertogdom Mazarin, was een feodale politieke structuur in het koninkrijk Frankrijk. Het was gelegen rond Rethel, de Rethélois, dat voor een groot deel overeenkomt met het Franse departement Ardennes. Het graafschap-hertogdom bestond van het einde van de tiende tot het einde van de achttiende eeuw en werd geleid door enkele van de machtigste families van die tijd.

Graafschap

Het graafschap ontstond niet in Rethel maar in het nabijgelegen Omont. Daar stond een burcht gebouwd door de aartsbisschop van Reims. De heren van Omont breidden hun gebied uit, bijvoorbeeld met de landstreek Porcien in 1055, en kregen de grafelijke titel. Aan het begin van de elfde eeuw verhuisden ze naar het grotere Rethel. Tot de dertiende eeuw waren ze vazallen van de graven van Champagne. Toen werd de Champagne opgenomen in het koninklijk domein en werden de graven van Rethel vazallen van de Franse koning.

In 1384 werd Filips de Stoute, hertog van Bourgondië, via zijn echtgenote Margaretha van Male de graaf van Rethel. In de vijftiende eeuw werd het graafschap meegezogen in de Honderdjarige Oorlog.

Aan het einde van de twaalfde eeuw en het begin van de dertiende eeuw stichtten de graven van Rethel samen met de plaatselijke kerkelijke hiërarchie verschillende nieuwe steden (villes neuves). En ze kenden privileges toe aan de bestaande steden in hun graafschap, waarvan Rethel en Mézières de belangrijkste waren. Dit had tot doel de economie te bevorderen. Het graafschap was sinds 1405 als geheel vrijgesteld van de gabelle, de Franse zoutbelasting. De graven van Rethel hadden een eigen munt.

Al aan het begin van de dertiende eeuw benoemden de graven van Rethel een gouverneur, die het graafschap moest besturen tijdens hun vaak lange afwezigheden. Rond deze gouverneur ontstond in de volgende eeuwen een hele administratie rond domeinen als justitie, financiën en bosbeheer. De economie van Rethélois rustte voor een groot stuk op de bosbouw. Verder was er schapenteelt en vanaf de zestiende eeuw ook mijnbouw en metaalnijverheid.

Hertogdom

Hortense Mancini (portret door Jacob Ferdinand Voet)

In 1573 werd Rethel verheven tot hertogdom. Van het midden van de zestiende eeuw tot het midden van de zeventiende eeuw werd Rethélois het strijdtoneel in elkaar opvolgende oorlogen, de Hugenotenoorlogen, de Dertigjarige Oorlog en de Fronde. De bevolking werd bovendien geteisterd door hongersnood en verschillende pestuitbraken. Alleen al tussen 1636 en 1664 verloor de streek 30% van haar bevolking. Hele dorpen en parochies raakten ontvolkt.

Kardinaal Mazarin maakte gebruik van de verzwakte positie van het huis Gonzaga na de Fronde om het hertogdom in 1659 te verwerven voor zijn familie. Op zijn sterfbed regelde hij dat zijn nicht Hortense Mancini en haar nieuwe echtgenoot, Armand-Charles de la Porte de La Meilleraye, het hertogdom zouden ontvangen en voortaan de titel van hertogin en hertog van Mazarin zouden dragen. De overdracht werd bekrachtigd door de overdracht van een koopsom van twee miljoen pond aan Anna van Gonzaga in 1663.

Ook de nieuwe hertogen verbleven zelden in Rethel en vertrouwden op de hertogelijke administratie. Het gebied was verdeeld in acht gebieden, bestuurd door een provoost: Rethel, Le Châtelet, Brieulles, Bourcq, Omont, Donchery, Mézières en Warcq. Het hertogdom telde 226 parochies en deze verspreide gebieden omvatten bijna de helft van het latere departement Ardennes.

De Franse Revolutie maakte een einde aan het hertogdom. Alle feodale rechten en plichten werden afgeschaft.

Bron