Herman Hugo
%252C_RP-P-BI-2217.jpg)
Herman Hugo of Hermannus Hugo (Brussel, 9 mei 1588 - Rheinberg, 11 september 1629) was een jezuïetenpriester, geleerde en aalmoezenier.
Biografie
Jeugd en opleiding
Herman was de zoon van Willem Hugo en Catharina le Muau. In Brussel ging hij naar de parochieschool van de St. Nicolaas en de Latijnse school. Daarna studeerde hij aan de Universiteit van Leuven, eerst de vrije kunsten (afgerond in 1604), daarna theologie (afgerond in 1606).[1] Op zijn zeventiende trad hij toe tot het college der Jezuieten, en gaf hij college in retorica en dichtkunst. In 1613 werd hij gewijd tot priester. De opvolgende zeven jaar was hij prefect van de Jezuietenschool in Brussel.
Aan het hof en Pia desideria
Philips van Aremberg, Hertog van Aerschot, benoemde Hugo tot zijn biechtvader.[1] Hij nam hem mee op zijn reis naar Spanje. Tijdens deze reis stelde Hugo zijn bekendste werk op: Pia desideria. Deze embleembundel zette aan tot spirituele contemplatie. Hugo schreef gedichten in het Latijn, die werden voorzien van afbeeldingen door Boëtius à Bolswert. Pia desideria werd gepubliceerd in Antwerpen, en in de decennia die volgde werd het in vele talen vertaald en opnieuw uitgegeven.
Op het slagveld
Na zijn reizen trad Hugo in dienst als aalmoezenier van Ambrogio Spinola. Zo was hij getuige van het beleg van Breda, dat hij later beschreef. Later zou Hugo zich voegen bij het leger van Hendrik van den Bergh. Diens inval van de Veluwe in 1629 was geen militair succes, en de troepen trokken zich terug achter de Duitse grens. Hier werden de soldaten getroffen door de Pest. Hugo, verzwakt, overleed aan de ziekte die hij overgedragen kreeg terwijl hij de zieken bijstond.[1]
Voornaamste werken
- Pia desideria, Antwerpen 1624, en vele heruitgaves.
- Obsidio Bredana armis Philippi IIII, Antwerpen 1626, opgedragen aan landvoogdes Isabella Clara Eugenia.
- De militia equestri antiqua et nova, Antwerpen 1630.
- Referenties
- 1 2 3 Van der Aa. Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek (NNBW), "HUGO (Hermannus)", Deel 8-2, p. 1412-1416.