Herfst (Verkade-album)
| Herfst | ||||
|---|---|---|---|---|
| Auteur(s) | Jac. P. Thijsse | |||
| Illustrator | Willem Wenckebach, Cornelis Rol, Jan Voerman | |||
| Uitgever | Verkade | |||
| ||||
Herfst is een Verkade-album uit 1908, geschreven door Jac. P. Thijsse. Het album vormt een reeks met de jaargetijden Lente (1906), Zomer (1907) en Winter (1909). Illustraties voor in het album konden worden verkregen door het inleveren van bonnen die bij Verkade-producten zaten ingesloten. Zij werden getekend door L.W.R. Wenckebach, C. Rol en Jan Voerman jr.[1]
Inhoud van het album
Het album toont de verschillende natuurverschijnselen van de herfst, zoals verkleurende bladeren en paddenstoelen. Thijsse omschrijft dit seizoen als een periode waarin voor natuurbezoekers in de stad en op het platteland veel te ontdekken is.[2] In zeven hoofdstukken worden de verschillende aspecten van de herfst behandeld, verzamelde plaatjes kunnen worden ingevoegd om de tekst te illustreren.
1. De tuin in de herfst bevat exotische bloemen uit diverse werelddelen, waaronder de tabaksplant (Zuid-Amerika), zonnebloem (Peru), begonia (China), de phlox (Noord-Amerika) en de grote springbalsemien (Tibet).
2. Langs wegen, sloten, plassen en aan zee zijn nog inheemse wilde bloemen te vinden zoals de paardenbloem, cichorei en zeeaster. Ook andere soorten — van blauwe knoop en scabiosa tot tandzaad, herfsttijloos en parnassia — tonen nog hun opvallende kleuren en vormen. In november zorgt de laat bloeiende klimop voor de laatste nectarmaaltijd van bijen en hommels.
3. In de herfst trekken de zomergasten onder de vogels naar het Zuiden. De wintergasten als roodstaartjes en zwartkopjes verschijnen uit Afrika, terwijl bonte kraaien uit Scandinavië arriveren. Vinken, lijsters en spreeuwen vormen tijdens hun tocht naar België, Noordwest-Frankrijk en Zuid-Engeland indrukwekkende vliegformaties. De goudhaantjes vestigen zich in Nederland in sparrenbomen. Fazanten en patrijzen worden bejaagd in het jachtseizoen.
4. September is druivenmaand, oktober appel- en perentijd. Giftige bessen van planten zoals bitterzoet en wolfskers moeten vermeden worden. Wild voedsel omvat bramen, hazelnoten en kastanjes. Vogels voeden zich met lijsterbessen, duindoornbessen en eikels.
5. Bladerkleuring begint in augustus bij iepen met vuurrode kleuren en gele kronen. Berberis, meidoorn en kardinaalshoedje vertonen felle herfstkleuren. Eiken en beuken houden hun blad het langst vast.
6. Paddenstoelen zijn de opruimers van het bos. Zij leven van dood organisch materiaal en breken gevallen bladeren af. Terwijl ze dat doen, komen belangrijke voedingsstoffen vrij in de bodem, zodat bomen en planten die opnieuw kunnen opnemen. In loofbossen verschijnen champignons en vliegenzwammen, terwijl naaldbossen juist soorten herbergen met opvallende tinten, zoals de paarse amethistzwam. Sommige boleten verkleuren als ze worden aanraakt of ingesneden.
7. Dieren en planten bereiden zich in de herfst op de winter voor. Een boom bereidt zijn knoppen voor op de winter door ze stevig in te pakken en de hormonale groei te remmen. Vogels ruien, eekhoorns bergen noten op, spinnen vangen insecten, vlinders zoeken schuilplaatsen en egels begraven zich onder bladeren.