Herbstosaurus
| Herbstosaurus Status: Uitgestorven Fossiel voorkomen: Laat-Jura | ||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
![]() | ||||||||||
| Het holotype | ||||||||||
| Taxonomische indeling | ||||||||||
| ||||||||||
| Geslacht | ||||||||||
| Herbstosaurus Casamiquela, 1975 | ||||||||||
| Typesoort | ||||||||||
| Herbstosaurus pigmaeus | ||||||||||
| Afbeeldingen op | ||||||||||
| ||||||||||
Herbstosaurus is een geslacht van uitgestorven pterosauriërs dat tijdens het Jura leefde in het gebied van het huidige Argentinië. De enige benoemde soort is Herbstosaurus pigmaeus.
Vondst en naamgeving
In 1969 vond de paleobotanist Rafael Herbst in de provincie Neuquén bij Picun Leufú in een laag zandsteen uit het Callovien, ongeveer 163 miljoen jaar oud, op 39.2° zuiderbreedte, 70.1° westerlengte (indertijd 36.6° zuiderbreedte, 32.2° westerlengte) een fossiel bestaande uit een aantal verspreide botten in een blok gesteente. Later werd gesteld dat de laag uit de Vaca Muerta- formatie vermoedelijk uit het Tithonien stamde en dus veel jonger was: 150 - 145 miljoen jaar oud.
De soort werd in 1975 benoemd door de Argentijnse paleontoloog en antropoloog Rodolfo Magín Casamiquela. Deze meende te doen te hebben met een kleine theropode dinosauriër behorend tot de Coeluridae. De geslachtsnaam eert Herbst. De soortaanduiding, afgeleid van het Klassiek Griekse pigmaios, 'dwerg', verwijst naar het vermeende feit dat het een van de kleinste bekende dinosauriërs zou betreffen.
In 1978 wees John Ostrom er echter op dat het vermoedelijk om een pterosauriër ging. Casamiquela had er al op gewezen dat het darmbeen erg lang was en het zitbeen erg kort voor een dinosauriër. Overigens is er geen zitbeen in het fossiel aanwezig: dit element is de prepubis.
Het holotype is CTES-PZ-1711 en bestaat uit een plaat en tegenplaat met sacrale ribben, het voorblad van het rechterdarmbeen tot aan het heupgewricht, de rechterprepubis, vijf bekkenwervels en de dijbeenderen. Het fossiel is erg platgedrukt op een oppervlakte van tien centimeter in het vierkant. De meeste elementen zijn geconserveerd als natuurlijke afgietsels. Maar weinig echt botmateriaal is bewaard gebleven. De identificatie als pterosauriër maakte het mogelijk ook ander materiaal aan de soort toe te wijzen waaronder wat vleugelbotten. Op het holotype is ook een exemplaar van de ammoniet Lytohoplites alternans aangetroffen.
In 2025 werd het holotype opnieuw beschreven door Martin Ezcurra.
Beschrijving
Herbstosaurus was een vrij kleine soort met een vleugelspanwijdte van ruim een meter.
In 2025 werd een aantal onderscheidende kenmerken aangegeven. Twee ervan zijn autapomorfieën, unieke afgeleide eigenschappen. Er bevindt zich een rij van vier, op een horizontale lijn gelegen, knopvormige uitstulpingen op de buitenzijde van het voorblad van het darmbeen. In vooraanzicht is de nek van het dijbeen duidelijk naar binnen gericht onder een hoek van 102° met het bovenste deel van de dijbeenschacht.
Daarnaast is er een unieke combinatie van op zich niet unieke kenmerken. De plaat van de prepubis is overdwars breder dan lang in zijaanzicht. Het bovenvlak van de plaat van de prepubis toont drie richels die uitwaaieren van een punt dat aan de binnenzijde geplaatst is van de overgang tussen de plaat en de schacht. De bovenzijde van het dijbeen toont op de voorste buitenzijde onder de trochanter major een richel die schuin van boven en binnen naar buiten en beneden loopt.
Er zijn minstens vijf sacrale wervels. Het voorblad van het darmbeen is rechthoekig. De dijbeenderen zijn ongeveer negen centimeter lang.
Fylogenie
.jpg)
Volgens Peter Galton in 1981 ging het om een lid van de Pterodactyloidea. Robert Lynn Carroll in 1988 bepaalde dat nader tot de Pterodactylidae. Peter Wellnhofer dacht in 1991 echter dat het om een basale pterosauriër ging, wegens de vorm van het bekken. Dat was in 1996 niet de mening van David Unwin, erop wijzend dat het hogere aantal sacrale wervels duidt op een afgeleide positie, die Herbstosaurus zag als een basaal lid van de Dsungaripteroidea. Dit werd in 2007 weer betwijfeld door Laura Codorniú en Zulma Gasparini.
Het belang van Herbstosaurus als een van de oudste bekende pterodactyloïden is flink afgenomen door de nieuwe datering.
De analyse uit 2025 had de volgende uitkomst.
| Pterodactyloidea |
| ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Literatuur
- R. M. Casamiquela, 1975, "Herbstosaurus pigmaeus (Coeluria, Compsognathidae) n. gen. n. sp. del Jurásic medio del Neuquén (Patagonia septentrional). Uno de los más pequeños dinosaurios conocidos", Actas del Primer Congreso Argentino de Paleontologia y Bioestratigrafia, Tucumán 2: 87-103
- Ostrom, J.H., 1978, "The osteology of Compsognathus longipes Wagner", Zitteliana, 4: 73-118
- P. M. Galton, 1981, "A rhamphorhynchoid pterosaur from the Upper Jurassic of North America", Journal of Paleontology 55(5): 1117-1122
- R. L. Carroll, 1988, Vertebrate Paleontology and Evolution, W. H. Freeman and Company, New York
- Unwin, D. M., 1996, "The fossil record of Middle Jurassic pterosaurs", In: Morales, M., ed. The continental Jurassic. Museum of Northern Arizona Bulletin, 60: 291-304
- Oliver W. M. Rauhut and Adriana Lopez-Arbarello, 2008, "Archosaur evolution during the Jurassic: a southern perspective", Rev. Asoc. Geol. Argent. v.63 n.4
- Ezcurra, Martín D.; Fernandes, Alexandra E.; Roig, Marcos; Von Baczko, Maria B. 2025. "A revision of the pterodactyloid pterosaur Herbstosaurus pigmaeus Casamiquela, 1975 from the Late Jurassic of Argentina". Anais da Academia Brasileira de Ciências. 97(suppl 1)
