Henry Watkins Allen

Henry Watkins Allen
Brigadegeneraal Henry W. Allen
Brigadegeneraal Henry W. Allen
Geboren 29 april 1820
Farmville, Virginia
Overleden 22 april 1866
Mexico-Stad, Mexico
Rustplaats Old Louisiana State Capitol
Baton Rouge, Louisiana
Land/zijde Geconfedereerde Staten van Amerika
Onderdeel Confederate States Army
Dienstjaren 1861-1863 (CSA)
Rang brigadegeneraal (CSA)
Bevel 4th Louisiana Infantry Regiment
Slagen/oorlogen Amerikaanse Burgeroorlog
Henry Watkins Allen
Henry Watkins Allen
Zeventiende gouverneur van Louisiana
Aangetreden 25 januari 1864
Einde termijn 2 juni 1865
Voorganger Thomas Overton Moore
Opvolger James Wells
Lid van de
Louisiana House of Representatives
Aangetreden 1853
Einde termijn 1860
Lid van de
Mississippi House of Representatives
Aangetreden 1845
Einde termijn 1847
Portaal  Portaalicoon   Politiek

Henry Watkins Allen (Farmville, 29 april 1820Mexico-Stad, 22 april 1866) was een Amerikaans advocaat, plantage-eigenaar, politicus en militair. Na een politieke loopbaan nam hij bij het begin van de Amerikaanse Burgeroorlog dienst in het Confederate States Army. Hij klom op tot de rang van brigadegeneraal. Hij nam begin 1864 ontslag uit het leger om gouverneur van Louisiana te worden.[1]

Vroege jaren

Henry W. Allen werd geboren op 29 april 1820 in Farmville, Virginia. Hij was de zoon van Dr. Thomas Allen en Ann Watkins. Zijn moeder overleed toen Allen tien jaar was. Het gezin verhuisde naar Lexington. Hij vond een baantje als hulpje in een winkel. Daarna volgde hij twee jaar een opleiding aan Marion College. Toen hij zeventien was, liep hij weg van huis. In Grand Gulf in Mississippi vond hij werk als leraar op een plantage. Ondertussen studeerde hij rechten en werd op 25 mei 1841 beëdigd als advocaat.[2]

In 1842 verhuisde Allen naar de jonge Republiek Texas en diende kort in het Texaanse leger. Zes maanden later keerde hij terug naar Mississippi en huwde hij met Salome Ann Crane. Salome overleed in 1851 op 25-jarige leeftijd. Ze werd gebraven in Bruinsburg, Mississippi. In 1845 werd Allen verkozen in het parlement van Mississippi.[2][3]

Louisiana

Allen vestigde zich in februari 1852 in Louisiana. Samen met zijn zakenpartner, William Nolan, kocht hij Westover, een suikerrietplantage in West Baton Rouge Parish.[4][5] Drie jaar later, in 1855, verdeelden ze de plantage. Nolan behield de naam Westover Plantation. Allen gaf aan zijn deel de naam van Allendale Plantation.[6] Zijn plantage was meer dan 80 ha groot en telde 125 slaven. Allen liet ook een spoorweg aanleggen om de goederen gemakkelijker te kunnen transporteren.[7]

In 1853 werd Allen verkozen in het parlement van Lousiana voor de Know Nothing Party. Hetzelfde jaar begon hij aan een rondreis door de Zuidelijke staten. Zijn brieven werden onder het pseudoniem Guy Mannering gepubliceerd in de Baton Rouge Comet. Hij studeerde een jaar rechten aan de Harvard-universiteit; stelde zich verkiesbaar voor de senaat in 1855, maar verloor de verkiezingen. Toen het nieuws hem bereikte over de Italiaanse onafhankelijkheidsoorlog reisde Allen in 1859 naar Europa om dienst te nemen in het leger van Giuseppe Garibaldi. Toen Allen in Italië arriveerde, was het conflict al voorbij. Hij maakte van de nood een deugd en maakte een rondreis door Europa. Hij schreef een boek over zijn avonturen en publiceerde dit in 1861 met als titel Travels of a Sugar Planter.[8][2][7]

Tijdens zijn rondreis werd hij herverkozen in het parlement van Louisiana. Hij stapte over naar de Democratische Partij en werd aangesteld als fractievoorzitter.[7]

Amerikaanse Burgeroorlog

Toen Abraham Lincoln de Amerikaanse presidentsverkiezingen van 1860 won en verschillende Zuidelijke staten voor Secessie kozen, riep de gouverneur Thomas Moore een secessiebijeenkomst samen voor Louisiana in januari 1861. In 1860 had Allen dienst genomen als gewoon soldaat in de Delta Rifle Company en werd kort daarop benoemd tot luitenant-kolonel in het 4th Louisiana Infantry Regiment. Voordat de leden van de conventie hun eerste zitting hielden, gaf gouverneur Moore het bevel aan de militie-eenheden om alle federale gebouwen in te nemen. Allen maakte deel uit van de eenheid die het federaal arsenaal in Baton Rouge veroverde en was ook aanwezig bij de inname van een fort in Berwack Bay. Daarna werd hij aangesteld als bevelhebber van het garnizoen op Ship Island.[2][9]

Begin maart 1862 werd Allen bevorderd tot kolonel. Zijn regiment werd ingedeeld in het Army of Mississippi onder leiding van generaal Albert Sidney Johnston. Allen nam deel aan de verrassingsaanval bij Shiloh waar hij gewond raakte in het aangezicht.[1][2][9] Na zijn herstel werd Allen naar Vicksburg gestuurd. Hij kreeg er de leiding over een brigade die bestond uit elementen van het 4th en 5th Louisiana Infantry Regiments. Toen Slag om New Orleans verloren was, stuurde generaal-majoor Mansfield Lovell drie zware batterijen naar Vicksburg. Allen kreeg de taak toegewezen om deze kanonnen op te stellen ter verdediging van de stad. Terwijl zijn soldaten bezig waren, weden ze onder vuur genomen door de Noordelijke marine. Allen trok zijn pistool en bedreigde iedereen die zijn post zou verlaten met de dood.[10]

Tijdens de Slag bij Baton Rouge, in een poging om New Orleans te heroveren, voerde Allen het commando over een brigade die de aanval op Nims' battery uitvoerde. Allen werd in beide benen geraakt door een kanonskogel. Hij weigerde een amputatie en zou voor de rest van zijn leven met krukken rondlopen. Terwijl hij herstelde van zijn verwondingen diende hij begin 1863 als een militaire rechter in Jackson, Mississippi. Hij raakte opnieuw gewond tijdens een brand in het hotel waar hij verbleef. In augustus 1863 werd hij bevorderd tot brigadegeneraal en werd naar Shreveport gestuurd om de voorwaardelijke vrijlating van krijgsgevangenen in goede banen te leiden.[7][9][11]

Gouverneur van Louisiana

Nadat gouverneur Moore beslist had om geen tweede ambtstermijn te beginnen, stelde Allen zich kandidaat voor het gouverneurschap van Louisiana. Hij was de enige kandidaat en werd op 25 januari 1864 geïnstalleerd als gouverneur in Shreveport. Twee weken voordien had hij ontslag genomen uit het Confederate States Army.[9] Zijn eerste beleidsdaad was het openen van een handelsroute naar Mexico via Texas om de Noordelijke zeeblokkade te omzeilen. Katoen en suiker werd geruild voor medicijnen, kledij en andere benodigdheden. Hij liet winkels openen die door de staat gerund werden en basisproducten aan betaalbare prijzen verkochten aan de burgers. Allen liet ook alle minerale grondstoffen in kaart brengen. Toen bleek dat zijn staat weinig grondstoffen had, kocht hij een groot aandeel van de ijzerfabrieken in Cas County, Texas. Hij liet een fabriek bouwen die katoenen kledij produceerde voor civiele en militaire doeleinden. In Shreveport en Minden liet hij een fabriek bouwen die goedkope medicijnen produceerde.[2][7][9]

Gouverneur Allen rekruteerde twee bataljons van de Louisiana militie. Hij stuurde ze naar het Army of Western Louisiana om hen te helpen in de Red Riverveldtocht. Toen het nieuws hem bereikte dat generaal Robert E. Lee zich begin april 1865 had overgegeven, wou Allen de strijd niet opgeven. Een maand later diende Louisiana zich ook gewonnen te geven. Allen drong erop aan dat de burgers hun volledige medewerking aan de overwinnaars gaven en vluchtte zelf naar Mexico omdat hij vreesde voor zijn leven.[7][9]

Na de oorlog

Tijdens de oorlog was een deel van zijn plantage vernietigd waaronder ook de suikerfabriek.[12][13] Allen werd door de Noordelijke autoriteiten vogelvrij verklaard. James Madison Wells, die gouverneur was Lousiana die door de Noordelijken was bezet, werd gouverneur van volledig Louisiana. Allen vestigde zich in Mexico-stad. Hij ging aan de slag als redacteur van de Mexico Times, een Engelstalige krant.[1]

Henry Watkins Allen overleed op 22 april 1866 in Mexico-stad aan de gevolgen van een maagziekte.[14] Hij werd begraven in het Mexico City National Cemetery and Memorial. Tien jaar later werd zijn stoffelijk overschot overgebracht naar New Orleans waar het bijgezet werd op de Lafayette Cemetery. In 1885, 19 jaar na zijn dood, werden zijn resten begraven op het terrein rond de Old Louisiana State Capitol in Baton Rouge, Louisiana. Zijn graf wordt gemarkeerd door een obelisk uit roze natuursteen.[15]

Zie ook