Henry Robert Stewart
| Henry Robert Stewart | ||||
|---|---|---|---|---|
![]() | ||||
Portret van Lord Castlereagh | ||||
| Geboren | 18 juni 1769 Dublin | |||
| Overleden | 12 augustus 1822 Loring Hall, Engeland | |||
| Politieke partij | Whig (1790-1795) Tory (1795-1822) | |||
| Partner | Amelia Hobart | |||
| Handtekening | ||||
| Minister voor Oorlog en Koloniën | ||||
| Aangetreden | 25 maart 1807 | |||
| Einde termijn | 1 november 1809 | |||
| Premier | William Henry Cavendish-Bentinck | |||
| Voorganger | William Windham | |||
| Opvolger | Robert Jenkinson | |||
| Minister voor Buitenlandse Zaken | ||||
| Aangetreden | 4 maart 1812 | |||
| Einde termijn | 12 augustus 1822 | |||
| Premier | Spencer Perceval Robert Jenkinson | |||
| Voorganger | Richard Wellesley | |||
| Opvolger | George Canning | |||
| ||||
Henry Robert Stewart (Dublin, 18 juni 1769 – Loring Hall (Kent), 12 augustus 1822), bekend onder zijn titel burggraaf van Castlereagh, was een Brits staatsman. Hij diende als minister van Buitenlandse Zaken ten tijde van het Congres van Wenen, waarbij de kaart van Europa na de nederlaag van Napoleon in 1815 opnieuw getekend werd. Hierbij was hij een voorstander van de oprichting van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden als bufferstaat tegen Frankrijk. Ook speelde hij een rol in het Congres van Aken in 1818. Daarnaast maakte hij onderdeel uit van de Privy Council.
Biografie
Vroege jaren
Stewart werd geboren als de zoon van een presbyteriaanse landeigenaar uit Ulster, Robert Stewart. Zijn moeder, Sarah Frances Seymour, was de dochter van de markies van Hereford en daarmee was ze ook naaste familie van het Britse koningshuis. Door deze relaties wist Robert Stewart op te klimmen in de sociale hiërarchie en in 1789 werd hij baron van Londonderry en binnen zeven jaar wist hij markies te worden.[1]
Stewart verkreeg zijn scholing in Armagh en studeerde aan het St John's College van de Universiteit van Cambridge. Aanvankelijk was hij een voorstander van de Franse Revolutie, maar in het begin van de jaren negentig maakte Stewart zijn grand tour en aanschouwde hij de wanorde en losbandigheid die op dat moment in Frankrijk heerste. In 1796 verwierf Stewart de titel van burggraaf van Castlereagh; in hetzelfde jaar werd zijn vader graaf.[1]
Politieke carrière
In 1798 verkreeg Castlereagh van William Pitt de positie van gouverneur-generaal (Chief Secretary) van Ierland. Vanuit deze functie speelde hij een actieve rol in het neerslaan van de Ierse opstand van dat jaar. Vervolgens was hij ook een drijvende kracht achter de Act of Union. Hiervoor werd hij in brede kring beschimpt. Zo noemde Lord Byron hem een wrede despoot.[2]
Vervolgens bewees Castlereagh dat hij een kundige minister van oorlog en koloniën was in de korte tijd dat hij deze positie bekleedde.[2] In deze functie trad hij in 1807 aan en twee jaar later ondersteunde hij in deze functie de invasie die leidde tot de Walcherenexpeditie. Toen zijn collega George Canning, minister van Buitenlandse Zaken, dit vernam werd hij furieus, want Canning had extra troepen toegezegd aan generaal Arthur Wellesley. Premier William Henry Cavendish-Bentinck was te ziek om in te grijpen en de gemoederen tussen Castlereagh en Canning liepen zo hoog op dat dit leidde tot een duel tussen de twee op 21 september 1809. Castlreagh wist zijn tegenstander bij een tweede schot te verwonden. Hij zag vervolgens kans om premier te worden omdat Cavendish op sterven lag. De koning benoemde echter Spencer Perceval als nieuwe premier en hierom trad Castlereagh nog datzelfde jaar af.[3]
In 1813 zette Castlereagh zich in voor een onafhankelijk Nederland nadat Napoleon aanvankelijk verslagen was. Volgens hem was een Nederlandse staat van cruciaal belang voor de Britse nationale veiligheid.[4] Bij het Congres van Wenen wist hij het voor elkaar te krijgen om Nederland binnen de Britse invloedssferen te houden, in plaats van de Pruisische.[5]
In 1821 volgde hij bij de dood van zijn vader op in de titel markies van Londonderry. In 1822 werd hij, al of niet valselijk, beschuldigd van homoseksualiteit, waarop hij zelfmoord pleegde. Dat was in die dagen een misdrijf, waarvoor de overledene werd vervolgd en waarbij zijn bezittingen verbeurd konden worden verklaard. Maar aangezien deze zelfmoord werd geweten aan een staat van waanzin, kreeg Castlereagh toch een eervolle begrafenis in Westminster Abbey. Buiten de kerk demonstreerde een woedende menigte tegen deze ongelijke behandeling.[6]
Persoonlijk
Castlereagh stond bekend als een gereserveerde, gevoelige man die van bloemen en van dieren hield. Hij was ook een toegewijde echtgenoot en hield er een sober huishouden op na.[2]
Castlereagh was gehuwd met Amelia Hobart, de dochter van diplomaat John Hobart. Zij hadden samen geen kinderen. Daarnaast onderhield hij jarenlang een innige vriendschap met Harriet Arbuthnot, wier gepubliceerde dagboeken een inkijkje geven in de Engelse politieke mores in de vroeg negentiende eeuw.
- 1 2 A. Zamoyski, De Fantoomterreur: Revolutiedreiging en de onderdrukking van de vrijheid 1789-1848 (Tweede druk; Amsterdam 2015), 117.
- 1 2 3 Zamoyski, De Fantoomterreur, 118.
- ↑ Victor Enthoven, "Een haven te ver: De Britse expeditie naar de Schelde", Idem. (red.), Een haven te ver: De Britse expeditie naar de schelde van 1809 (Nijmegen 2009), 114.
- ↑ Ido de Haan, "Een nieuwe staat" in: Ido de Haan, Paul den Hoed en Henk te Velde, Een nieuwe staat: Het begin van het Koninkrijk der Nederlanden (Tweede druk; Amsterdam 2014) 20.
- ↑ Emiel Lamberts, "Het Verenigd Koninkrijk als Europese creatie", in: Ido de Haan, Paul den Hoed en Henk te Velde, Een nieuwe staat: Het begin van het Koninkrijk der Nederlanden (Tweede druk; Amsterdam 2014) 122.
- ↑ Zelfmoord werd na de dood bestraft, Historia, 8 januari 2023. Gearchiveerd op 31 mei 2023.
