Henri Van der Haert

Henri Van der Haert
Zelfportret van Henri Van der Haert, ca. 1840-1842
Zelfportret van Henri Van der Haert, ca. 1840-1842
Persoonsgegevens
Volledige naam Henricus Anna Victoria Van der Haert
Geboren Leuven, 26 juli 1790
Overleden Gent, 8 oktober 1846
Geboorteland België
Opleiding en beroep
Beroep kunstschilder, tekenaar, lithograaf
Werkveld architectuurBewerken op Wikidata
Oriënterende gegevens
Werklocatie Brussel,[1] Parijs[1]Bewerken op Wikidata
RKD-profiel
Portaal  Portaalicoon   Kunst & Cultuur
België
Door Van der Haert ingevuld enquêteformulier voor De levens en werken der Hollandsche en Vlaamsche kunstschilders, beeldhouwers, graveurs en bouwmeesters van Johannes Immerzeel.

Henricus Anna Victoria (Henri) Van der Haert (Leuven, 26 juli 1790Gent, 8 oktober 1846) was een Belgisch kunstschilder, tekenaar en lithograaf.[2][3] Zijn familienaam wordt ook vermeld als Vander Haert en Vanderhaert.

Leven en werk

Henri Van der Haert was een zoon van gemeenteambtenaar Joannes Baptista Chrysostomus Van der Haert en Joanna Catharina Philippina De Hurtebize. Ten tijde van Henri's geboorte was zijn vader kapitein in het regiment jagers van het patriottische leger. Hij vernoemde zijn zoon naar Henri van der Noot, die eerder dat jaar het hoofd van de nieuwe confederale Zuid-Nederlandse republiek, de Verenigde Nederlandse Staten, was geworden.[4] Vanaf 9-jarige leeftijd werd Van der Haert opgeleid aan de Leuvense Academie, onder leiding van Josse Pierre Geedts. Hij won er eerste prijzen voor het tekenen. Hij kreeg daarnaast lessen van de portrettist Frans Jaquin. Na het overlijden van zijn vader in 1804, vestigde Van der Haert zich met zijn moeder in Brussel.

Toen Van der Haert 27 was, trok hij naar Parijs om werken van oude meesters te kopiëren. Terug in Brussel kreeg hij les de Franse schilder Jacques-Louis David en beeldhouwer François Rude. Rude had onder meer beeldhouwwerk gemaakt voor de Arc de Triomphe. Naast Van der Haert bezochten ook Guillaume Stas en Adolphe Jouvenel diens atelier. Van der Haert leerde er tekenen naar de natuur en beeldhouwen, maar zag dat laatste vooral als een middel om zijn tekenkunst te versterken.[4] Onder Charles Vander Straeten, hofarchitect van koning Willem I der Nederlanden, werkte hij in de jaren 1820 aan de decoratie van onder andere het Koninklijk Paleis van Brussel. Van der Haert trouwde in 1824 met Victorine Fremiet (ovl. 1839),[5] zus van de Parijse kunstschilderes Sophie Fremiet en daarmee schoonzus van François Rude.

Rond 1834 richtte Van der Haert in Elsene een avondschool op. In 1836 werd hij benoemd tot hoogleraar tekenen naar de oudheid aan de Koninklijke School voor Gravure in Brussel. Na het overlijden van Joseph Paelinck in 1839 trachtte hij tevergeefs diens functie als directeur van de Brusselse academie over te nemen. Wel was hij van 1841 tot aan zijn overlijden directeur van de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten van Gent.[6] Van der Haert had in die tijd een pied-à-terre in Brussel, waar hij in aanraking kwam met de hertog Prosper Lodewijk van Arenberg, en de beeltenis van de hertog en meerdere leden van diens familie vastlegde. Hij werd in 1842 benoemd tot Ridder in de Leopoldsorde[7] en in 1845 tot lid van de Koninklijke Academie van Wetenschappen en Letteren.

Henri Van der Haert overleed op 56-jarige leeftijd, hij werd begraven in de Sint-Stefanuskerk in Gent. Een aantal maanden later werd een gedenkpenning uitgegeven, gemaakt door zijn persoonlijke vriend Adolphe Jouvenel.[8] In 1850 werd in de Stefanuskerk Van der Haerts cenotaaf geplaatst, met allegorische beelden van de schilder- en beeldhouwkunst die werden gemaakt door Pieter De Vigne. Het Koninklijk Museum liet in 1882 een buste van Van der Haert maken door Emile Namur, het werd gegoten bij de Compagnie des Bronzes.[9]

Enkele werken


Zie de categorie Henri Van der Haert van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.