Hendrik Cohen (Engelandvaarder)

Hendrik Cohen (Haarlem, 5 september 1919Sobibór, 11 juni 1943[1]) was Engelandvaarder.

Biografie

Hendrik Cohen werd geboren in Haarlem als zoon van Hartog Cohen en Rika Hartog.[2] Zijn vader was een broer van Hendrik Cohen, de grootvader van Job Cohen.

Engelandvaart

Toen de Tweede Wereldoorlog uitbrak was Hendrik Cohen student farmacie. Samen met Jelke Bosch, Henk Bouvy, Rudolph Cort van der Linden, Joop van der Meij, John Siliacus en Johannis Evert van der Slikke probeerde Cohen naar Engeland te gaan. Ze vertrokken vanuit de westpunt van Wieringen, waar ze de boot van de dijk konden laten glijden naar het Amsteldiep.

Het plan werd bedacht door Joop van der Meij, geholpen door twee voormalige officieren van de Hr.Ms. Van Galen, Henk Bouvy en John Siliacus. Ze kochten een boot van 6,45 meter lang, met ingebouwde motor en een extra buitenboordmotor. Bouvy moest ervoor zorgen dat de motoren goed werkten, Siliacus ging met Van der Meij naar een geschikte plaats zoeken voor de afvaart. Om de kosten te dekken werden nog vier mannen meegevraagd: Bosch, Cohen, Cort van der Linden (gestuurd door de Ordedienst) en Van der Slikke. Jelke Bosch had al een eerdere poging gedaan om naar Engeland te ontsnappen vanaf Petten, maar die was mislukt.

Op 21 september 1941 was het goed weer. Er was geen maan, er was oostelijke wind. De motor werkte en alles leek goed te gaan. Bij fort de Harssens bij Den Helder liep de boot even vast, maar dat was gauw verholpen. De reis werd vervolgd door het Marsdiep en het Westgat. Van der Meij was stuurman, er werd richting Great Yarmouth gevaren, totdat de motor warm liep. De buitenboordkoeling bleek niet te werken. Dat probleem werd ook verholpen maar helaas kwamen ze een escader Duitse mijnenvegers tegen. een van die schepen kreeg ook motorpech en zag ze. Op tijd hadden ze belastend materiaal in zee gegooid. De mijnenveger bracht de zeven jongens naar Hoek van Holland, waar ze verhoord werden. Ze hadden een goed verhaal ingestudeerd en lieten alleen de naam los van de leverancier van de boot, Doornbos in Diemen. Ook hij had een ingestudeerd verhaal. Toen de Duitsers hem vroegen wie Van der Meij was, antwoordde hij "Luitenant-ter-zee Hijmans van de Nederlandse Zeereddingsdienst".

Na zijn arrestatie werd Cohen met d eanderen in het Oranjehotel gevangengezet.[3] Hun eerste rechtszaak was eind 1941 en ze werden toen niet veroordeeld tot de doodstraf in verband met 'Feindhilfe' maar ze kregen tuchthuis straffen vanwege het illegaal overschrijden van de landsgrenzen. Dat vonnis werd niet bekrachtigd door de generaal Christiansen (opperbevelhebber van het leger in Nederland. Uiteindelijk werd de rechtszaak meerdere malen overgedaan, maar steeds met hetzelfde-relatief gunstige - resultaat. Dat alles nam van eind 1941 tot het voorjaar van 1943. Op 3 juli werden ze van de gevangenis in Scheveningen overgebracht naar de Wehrmachtsgefangnis in de Gansstraat in Utrecht, waar ze het veel beter hadden. Uiteindelijk wordt het vonnis definitief in mei 1943. Hij krijgt een straf van 4 jaar tuchthuis in Duitsland met aftrek van voorarrest en hij denkt tot het laatst dat hij die straf gaat uitzitten net als zijn scheepsmaten. Maar, op 6 juni 1943 werd hij getransporteerd naar het vernietigingskamp Sobibór in Oost-Polen, waar hij op 11 juni 1943 werd vermoord. De andere mannen overleefden de oorlog.

Eerbetoon

Zie ook