Henckel von Donnersmarck

Henckel von Donnersmarck is een van oorsprong Hongaars geslacht dat sinds 1456 tot de Hongaarse adel behoort, fkomstig uit het tegenwoordig Slowaakse Spišský Štvrtok (Donnersmark).

Geschiedenis

In 1417 werd aan drie broers door keizer Sigismund een Hongaars wapen verleend. Adelsbevestigingen vonden plaats in 1456 en in 1593. In 1651 en 1656 werd de graventitel verleend. In 1901 werd aan een nazaat de vorstentitel verleend met het predicaat "Doorluchtigheid" bij eerstgeboorte. De Donnersmarcken behoorden tot de rijkste geslachten van Duitsland door de mijnbouw op hun bezit in Opper-Silezië. In 1945 zijn ze onteigend door de Poolse staatt.

Enkele telgen

Georg Friedrich graaf Henckel von Donnersmarck (1611-1671)

  • Leo-Ferdinand graaf Henckel von Donnersmarck (1640-1699)
    • Carl-Joseph graaf Henckel von Donnersmarck (1688-1760)
  • Karl Maximilian graaf Henckel von Donnersmarck (1642-1720)
    • Karl Erdmann graaf Henckel von Donnersmarck (1695-1760)
      • Erdmann Gustav graaf Henckel von Donnersmarck (1734-1805)
        • Karl-Lazarus graaf Henckel von Donnersmarck (1772-1864)
          • Guido graaf Henckel, 1e vorst van Donnersmarck (1830-1916)
            • Guidotto graaf Henckel, 2e vorst van Donnersmarck (1888-1959); trouwde in 1909 met Anna prinses zu Sayn-Wittgenstein-Berleburg (1884-1963)
              • Guido graaf Henckel, 3e vorst van Donnersmarck (1909-1976)
                • Guidotto graaf Henckel, 4e vorst van Donnersmarck (1940), bankdirecteur