Valse radijsvaalhoed

Valse radijsvaalhoed
Valse radijsvaalhoed
Taxonomische indeling
Rijk:Fungi (Schimmels)
Stam:Basidiomycota (Steeltjeszwam)
Klasse:Agaricomycetes
Onderklasse:Agaricomycetidae
Orde:Agaricales (Plaatjeszwam)
Familie:Hymenogastraceae
Geslacht:Hebeloma
Soort
Hebeloma lutense
Romagn. (1965)
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Schimmels

De valse radijsvaalhoed (Hebeloma lutense) is een schimmel in de familie Hymenogastraceae. Hij komt voor bij kruipwilg (Salix repens).

Kenmerken

Uiterlijke kenmerken

Hoed

De hoed heeft een diameter van (10) 23–38 (59) mm, is meestal gewelfd en soms umbonaat. De rand is doorgaans glad, zelden gekarteld of gegroefd. Het oppervlak is vochtig kleverig. De kleur is meestal tweekleurig, met tinten variërend van geelbruin tot oker, oranjebruin, roodbruin of sepia.

Lamellen

Er zijn 40–58 volledige lamellen die rijken tot de steel. De lamelsnede is vaak wit gerafeld.

Steel

De steel is (15) 27–48 (90) lang en 3–7 (11) mm dik, aan de basis tot 18 mm dik. De vorm is meestal knotsvormig of cilindrisch. Het oppervlak is vaak berijpt, soms vlokkig, vooral naar de top toe. De steel wortelt niet en heeft geen rhizoïden. Het vlees is stevig; de steel is doorgaans hol.

Vlees

De geur is vaak radijsachtig, soms zwak, cacaoachtig of reukloos. De smaak is meestal bitter.

Sporenprint

De sporenprint is bruin- tot olijfkleurig.

Microscopische kenmerken kenmerken

De sporen zijn meestal amygdaloide (amandelvormig), soms limoniform, ellipsoïde of spoelvormig en meten 10–12–(12,5) × 5,2–6–(6,5). Onder microscoop zijn ze vaak geelbruin, soms bruin of lichtgeel. Olieachtige guttules komen voor, maar zijn variabel, en een papil ontbreekt meestal. De basidia zijn 4-sporig, slank en meten 26–40 × 5–8 µm (Q-waarde 4,0 tot 5,7).

De cheilocystiden zijn doorgaans knots- tot steelvormig, maar kunnen ook lageniform of ventricose zijn. Ze vertonen vaak een golvende vorm, soms septa of verdikkingen, en slechts zelden apicale verdikkingen, gespen, vertakkingen of slijm. Pleurocystiden zijn afwezig.

De hoedhuid bestaat uit een ixocutis met een slijmlaag die tot 180 µm dik kan zijn. De hyfen zijn tot 5 µm breed en vaak met korstjes bedekt. Daaronder liggen hyfen die meestal ellipsoïde, worstvormig of cilindrisch zijn, soms ook langwerpig tot 15 µm breed. De caulocystiden lijken op de cheilocystiden, maar zijn groter en kunnen tot 95 µm lang worden.

Ecologie

Deze soort is bekend van Salix (95,2%), Pinus (3,2%) en Alnus (1,6%).

Verspreiding

In Nederland komt de valse radijsvaalhoed zeldzaam voor.

Foto's