Hana Volavková

Hana Volavková
Hana Volavková (±1955)
Hana Volavková (±1955)
Algemene informatie
Geboortedatum 9 mei 1904, 3 mei 1904Bewerken op Wikidata
Geboorteplaats Jaroměř
Overlijdensdatum 29 maart 1985Bewerken op Wikidata
Overlijdensplaats Praag
Werk
Beroep kunsthistoricus,[1] bibliothecaris,[2] museoloog,[2] directeurBewerken op Wikidata
Werkveld bibliotheekwetenschap, museologie, kunstgeschiedenis
Functies museumdirecteur
Studie
School/universiteit Filosofische Faculteit, Karelsuniversiteit Praag
Academische graad doctoraat
Persoonlijk
Talen Tsjechisch, Engels
Plaats van gevangenschap Ghetto Theresienstadt
De informatie in deze infobox is afkomstig van Wikidata.
U kunt die informatie bewerken.

Hana Volavková (Jaroměř, 9 mei 1904Praag, 29 maart 1985[3]) was een Tsjechisch kunsthistoricus en directeur van het Joods Museum in Praag.

Leven en werk

Jeugd en opleiding

Volavková werd geboren als Hana Frankensteinová in een joods gezin van kleine ondernemers in de stad Jaroměř. Haar diploma behaalde ze in 1924 aan het gymnasium in Hradec Králové, waarna Volavková voornemens was om onderwijzer te worden. Uiteindelijk koos ze voor de richting kunstgeschiedenis, die ze tot 1929 studeerde onder J. Pekař, J. Šusta, V. Birnbaum, K. Chytil, A. Matějček en J. Cibulka. Tevens studeerde ze klassieke archeologie onder professor H. Vysoký aan de Faculteit der Letteren van de Karelsuniversiteit in Praag. Volavková studeerde in 1929 af.

Na afloop van haar studies was ze werkzaam in de openbare bibliotheek van Praag en vervolgens als directeur van het Museum voor Schone Kunsten (1933–1939), alwaar ze haar eerste onderzoeken publiceerde. In diezelfde periode was ze actief als curator op tentoonstellingen en redigeerde ze tentoonstellingscatalogi. Ook werkte Volavková aan projecten met haar toekomstige echtgenoot, de prominente kunsthistoricus Vojtěch Volavka. Het koppel huwde in 1933. Na haar huwelijk bekeerde Volavková zich tot het katholicisme en een jaar later werd haar zoon Jan ter wereld gebracht. Nog voor de Tweede Wereldoorlog ging het echtpaar uit elkaar, doch de twee bleven samenwonen.

Tweede Wereldoorlog

Vanwege de opkomst van het nationaalsocialisme werd Volavková omwille van haar joodse afkomst in 1939 ontslagen, maar ze weigerde met haar zoon naar Londen te vluchten, waar Vojtěch Volavka op dat moment deelnam aan een conferentie.[4] In de loop van 1942 hertrouwde het koppel, zodat Hana niet zou kunnen worden gedeporteerd naar een concentratiekamp.[5] Het jaar erop kreeg ze het aanbod om zich aan te sluiten bij een kleine groep binnen de Joodse gemeenschap van Praag. De groep had zich voorgenomen een museum op te richten, waar liturgische voorwerpen, boeken en archiefstukken uit alle toenmalige Joodse gemeenschappen in het Protectoraat Bohemen en Moravië tentoongesteld zouden worden. Dat museum ging uiteindelijk op in het Joods Museum. Volavková ondersteunde de opbouw van de collectie en het voorbereiden van tentoonstellingen, die echter niet toegankelijk waren voor het publiek. In februari 1945 werd ze alsnog gedeporteerd naar Theresienstadt,[6] waar reeds een aanzienlijk deel van haar familie was omgebracht.

Na de oorlog

Na de oorlog keerde Volavková terug naar Praag; ze was het enige lid van het museumpersoneel dat de oorlog had overleefd. In de hectische naoorlogse periode nam ze de complexe taak op zich om de museumcollecties intact te houden en van het museum een professionele instelling te maken.[7] Zo werd ze de eerste naoorlogse directeur van het Joods Museum.

Gedurende 1950 werden de museumcollecties eigendom van de staat. Dit bemoeilijkte Volavková's positie en het voortbestaan van het museum, omdat de toenmalige regering zich negatief tegenover Joodse thema's uitdrukte. Ze wist echter om de bestaanszekerheid van het museum te garanderen. Tot haar belangrijkste projecten buiten haar rol als museumdirecteur behoorden met name de oprichting van het monument voor Tsjechische en Moravische slachtoffers van de holocaust in de Pinkassynagoge, de uitlichting van kindertekeningen uit het voormalige concentratiekamp Theresienstadt en de zorg voor Joods onroerend erfgoed.[8] In 1961 legde ze onder druk van de communistische autoriteit haar werk als museumdirecteur neer, waarna ze zich opnieuw wijdde aan haar werk in de kunstgeschiedenis, hetgeen haar positieve kritieken opleverde.[9] Ook publiceerde ze door de jaren heen onderzoeken en boeken, zowel in het Tsjechisch als in het Engels.

Hana Volavková overleed in 1985 in Praag.

Bibliografie (selectie)

  • Soupis sochařského, met Josefa Václava Myslbeka, Praag (1929)
  • Mikoláš Aleš a česká kniha, Praag (1933)
  • Malíř Viktor Barvitius, Praag (1938, 1959)
  • Zmizelá Praha 3. Židovské město pražské, Praag (1947) — ISBN 80-7185-520-0
  • Židovské muzeum v Praze, Praag (1948)
  • Pražská muzea, Praag (1949)
  • The Synagogue Treasures of Bohemia and Moravia, Praag (1949)
  • The Pinkas Synagogue, Praag (1954)
  • Pinkasova škola, památník minulosti a našich dnů, Praag (1954)
  • Židovské město pražské, Praag (1959)
  • Zmizelé pražské ghetto, Praag (1961)
  • Mikoláš Aleš. Ilustrace české poesie a prózy, Praag (1964)
  • Hieronymus Bosch (1973)
  • Josef Mánes - malíř vzorů a ornamentu, Praag (1981)
  • Marta Jirásková, Praag (1981)
  • Mikoláš Aleš. Špalíček národních písní a říkadel, Praag (1985)
Zie de categorie Hana Volavková van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.