H. Maria Maior

H. Maria Maior
Buitenaanzicht
Buitenaanzicht
Locatie
Land Vlag van Nederland Nederland
Plaats Dordrecht
Adres Voorstraat 120Bewerken op Wikidata
Coördinaten 51° 49 NB, 4° 40 OL
Status en tijdlijn
Gebouwd in 1842-1843
Monumentale status rijksmonument
Monument­nummer 13866
Bouwkundige informatie
Architect(en) G.N. Itz
Interieur
Preekstoel 1747
Doopvont 1843
Altaar L. van der Steen, 1843
Orgel Kam & van der Meulen, 1843
Kerkprovincie en -genootschap
Denominatie oudkatholiek
Detailkaart
H. Maria Maior (Binnenstad)
H. Maria Maior
Portaal  Portaalicoon   Christendom

De H. Maria Maior is een gebouw van de Oud-Katholieke Kerk aan de Voorstraat in de stad Dordrecht, in de Nederlandse provincie Zuid-Holland.

Schuilkerk

Na de Reformatie, omstreeks 1600, kon het katholicisme mocht destijds niet openlijk beleefd worden. Rooms-katholieken kwamen daarom in een huis aan de Voorstraat, in het blok tussen Heer Heymansuystraat en Mariënbornstraat, in beslotenheid bij elkaar voor misvieringen. In de tweede helft van de 17e eeuw werd de stedelijke overheid soepeler zodat er omstreeks 1700 een permanent kerkgebouw kon worden neergezet. Deze schuilkerk kwam direct achter een woonhuis te staan in het tuinengebied tussen de Voorstraat en de Wijngaardstraat.

Dordrecht kende in de 18e eeuw nog twee rooms-katholieke schuilkerken: de Bonifatiuskerk aan de Kuipershaven en Maria Minor aan de Hoge Nieuwstraat. In 1723 gingen de parochies Maria Maior en -Minor over naar de zogenaamde Oud-Bisschoppelijke Cleresie, een groep die zich had losgemaakt van de Rooms Katholieke Kerk. De Bonifatiuskerk bleef trouw aan de paus van Rome. In de loop van de 18e en 19e eeuw verloor de Oud-Bisschoppelijke Cleresie veel aanhang en werden kerken gesloten, waaronder in 1792 de Maria Minor.

Nieuwe kerk

Wegens bouwvalligheid werd in 1837 besloten de kerk af te breken en een nieuwe te bouwen. Omdat inmiddels alle kerkgenootschappen voor de wet gelijk waren gesteld kon de nieuwe kerk gewoon met de voorgevel aan de straat worden gebouwd. Omdat er in dat geval twee woonhuizen zouden moeten worden gesloopt werd besloten om de kerk toch zo'n twintig meter achter de rooilijn van de Voorstraat te plaatsen. Aangezien het aantal oudkatholieken bleef dalen werd door stadsbouwmeester George Nicolaas Itz in 1842 een aanzienlijk kleinere kerk gebouwd.

De inventaris van de oude kerk paste niet in de nieuwbouw, daarom werden alle grote stukken zoals altaar met opstand, communiebank, preekstoel en orgel van de hand gedaan. Het kerkorgel werd verkocht aan de 'Christelijk Afgescheiden Gemeente' en kwam in de Wilhelminakerk aan de Blekersdijk te staan. De nieuwe Maria Maior werd ingericht met de preekstoel, de communiebank en de 16-lichts kaarsenkroon uit de eerder afgebroken Maria Minorkerk. In 1844 bouwden de Rotterdamse orgelbouwers Kam & Van der Meulen een klein twee-klaviersorgel voor de kerk.

Herinrichting

Na 1860 leefde het ledental van de kerk weer wat op en gedurende de laatste decennia van de 19e eeuw werden er maatregelen genomen om in de kerkruimte meer kerkgangers te kunnen herbergen. Zo werd met het naar achteren plaatsen van de preekstoel en de communiebank de altaarruimte weliswaar kleiner, de bruikbare kerkruimte werd groter. De herenbanken en losse stoelen werden verwijderd om kerkbanken te kunnen plaatsen. Later werden de mat-witte ramen voorzien van gekleurd glas-in-lood. In 1939 werd het orgel dat niet meer voldeed verkocht. In de bestaande kas bouwde de Utrechtse orgelbouwer Sanders een nieuw orgel.

Restauratie

Na de Tweede Wereldoorlog bleek de buurt rond de kerk sterk verpauperd. Er kwam een voorstel voor sanering waarbij de kerk zou worden afgebroken. Toen dit plan eind jaren 1970 vaste vorm kreeg nam het kerkbestuur het besluit de kerk niet te slopen maar te laten restaureren. De kerk werd een rijksmonument en sloop was niet meer aan de orde. Ook werd het oude orgel teruggekocht en aan restauratie en uitbreiding onderworpen. Later zijn de bijgebouwen van de kerk gemoderniseerd.

Afbeeldingen