Grote Veld

Grote Veld
Natuurgebied
Grote Veld (Gelderland)
Grote Veld
Situering
Locatie Vorden
Coördinaten 52° 8 NB, 6° 20 OL
Informatie
Oppervlakte 4,18 km²
Beheer Natuurmonumenten

Het Grote Veld is een natuurgebied in de Nederlandse provincie Gelderland.

Eeuwenlang was het een groot heideveld waar je kilometers ver kon kijken. Rond 1920 is het bebost, met name naaldbos is toentertijd aangeplant.

Vereniging Natuurmonumenten, eigenaar van meer dan de helft van de gronden in het Grote Veld, spant zich in om het in stand te houden als en waar nodig om te vormen tot een gevarieerd natuurgebied.[1]

Ligging en naam

Het Grote Veld, (of het "Groote Veld", zoals het vroeger werd aangeduid), ligt in de Achterhoek, tussen de rivier de Berkel aan de noordkant, de lijn Lochem-Vorden in het zuidoosten en de lijn Vorden-Almen in het zuidwesten.

Het gebied had in 1991 een totale omvang van 420 ha; daarvan was 233 ha eigendom van Natuurmonumenten, 12 ha van Staatsbosbeheer, 15 ha van de gemeente Lochem en 160 ha van het Ministerie van Defensie en particulieren.[2]

Alhoewel een belangrijk deel van het Grote Veld tegenwoordig bedekt is met bos, was het, tot anderhalve eeuw geleden, grotendeels open. Men kon er midden in het gebied zonder moeite de torenspitsen van Lochen en Vorden zien. Het was een (open) "veld" in letterlijke zin, maar vooral in de betekenis van een plek op de heide waar plaggen werden gestoken. Dat plaggen was een gebruik dat in de Achterhoek en grote delen van Oost-Nederland werd uitgeoefend op de uitgestrekte heidevelden die er toen bestonden.[3] Boeren lieten er hun schapen grazen en gebruikten de heideplaggen in hun stallen en schaapskooien; daar werden ze gemengd met dierlijke mest. Uiteindelijk belandden die plaggen op de akkers.[4]

Geschiedenis

Vanaf de 13e eeuw werden de "woeste gronden" beheerd door de marke, een samenwerkingsverband van de boeren rondom de heidevelden. Dat duurde tot de Bataafse Revolutie, eind van de 18e eeuw. Met het einde van de marke-organisatie kwam er ook een einde aan de uitgestrekte, open heidevelden.[5]

Natuur

De schrale bodem van de heide bood een uitstekende groeiplaats voor de struikhei (Calluna vulgaris). Veel andere plantensoorten konden er niet leven. In de vochtigere delen kwam de dophei (Eria tetralix) tot ontwikkeling. Op de hei kwam nog wel de klokjesgentiaan (Gentiana pneumonanthe) voor, en plaatselijk kon men de jeneverbes (Juniperus communis) ontmoeten.[6]