Groningerstraat 2 (Zuidlaren)

Groningerstraat 2
Aanzicht in 2024
Aanzicht in 2024
Locatie
Plaats Groningerstraat 2, Zuidlaren
Status en tijdlijn
Start bouw 1919
Oorspr. functie Herenhuis
Architectuur
Stijlperiode Overgangsarchitectuur met kenmerken van de Art-Nouveau
Bouwkundige informatie
Architect(en) P. Mekkes
Aannemer(s) F. Hommes
Prijzen en erkenningen
Monumentstatus Provinciaal monument
Monumentnummer PM1-0049
Portaal  Portaalicoon   Civiele techniek en bouwkunde

De villa aan de Groningerstraat 2 is een monumentaal herenhuis in het Drentse dorp Zuidlaren. Het pand is gebouwd in een overgangsarchitectuur met duidelijke invloeden van de art nouveau. Sinds de jaren negentig van de 20e eeuw staat het pand geregistreerd als een provinciaal monument van de provincie Drenthe.

Geschiedenis

De bouw van de villa werd aanbesteed op 15 september 1919. De opdrachtgever was de molenmaker en fabrikant Jan Medendorp. Het ontwerp van het herenhuis is van de hand van Pieter Mekkes, die destijds tevens de functie van gemeente-architect van Zuidlaren bekleedde.

De villa is door de decennia heen in een zeer gave staat bewaard gebleven, al zijn er kleine wijzigingen aan de buitenkant opgetreden. Zo blijkt uit historisch beeldmateriaal dat het oorspronkelijke toegangshek is verdwenen en dat de detaillering van het balkonhekje op de verdieping in het verleden is gewijzigd.

Locatie

Het pand bevindt zich op een stedenbouwkundig beeldbepalende locatie op het knooppunt van de Groningerstraat en de uitvalswegen van het dorp. Het ligt direct tegenover het rijksmonument Huize Laarwoud (het voormalige gemeentehuis). Hoewel het perceel net buiten het officieel beschermd dorpsgezicht van Zuidlaren valt, vormt het een essentiële schakel tussen de historische brinkruimte en de bebouwing richting Groningen.

Architectuur en exterieur

Hoofdvorm en materiaalgebruik

De villa bestaat uit één bouwlaag op een samengestelde plattegrond en wordt gekenmerkt door een complex daklandschap. De muren zijn opgetrokken in rood genuanceerde baksteen boven een trasraam van paarse metselklinker. Het dak is gedekt met rood geglazuurde bouletpannen en is voorzien van decoratieve pironnen op de dakeinden.

Geveldetails

De gevels zijn rijk gedecoreerd met elementen die typerend zijn voor de Overgangsarchitectuur:

  • Vensters: De staande vensters hebben houten roedenverdelingen en bovenlichten met decoratief bewerkte tussenstijlen.
  • Kleurgebruik: In de segmentbogen boven de vensters is blauwe verblendsteen verwerkt, die contrasteert met het geel gepleisterde boogveld en de dubbele banden van gele verblendsteen in de gevels.
  • Fries: Onder de dakgoot bevindt zich een gemetseld fries met geel gepleisterde vlakken, onderbroken door houten consoles die de dakgoot ondersteunen.
  • Erker en balkon: Aan de zuidzijde bevindt zich een driekantige gemetselde erker met daarboven een balkon. De toegang tot het balkon geschiedt via een porte brisee (openslaande deuren) onder een gemetselde rondboog.

Entree

De hoofdentree bevindt zich centraal in de oostelijke gevel (straatzijde). De originele houten vleugeldeur bevat art-nouveau-elementen en een koperen trekbel. De toegang wordt geaccentueerd door een gemetselde stoep van vier treden en een bordes van gekleurde plavuizen.

Waardering

Het pand is door de provincie Drenthe aangewezen als provinciaal monument vanwege:

  • De cultuurhistorische waarde als uitdrukking van de huisvesting van de lokale notabelen in het begin van de 20e eeuw.
  • De architectuurhistorische waarde door de zorgvuldige detaillering en het esthetische ontwerp.
  • De stedenbouwkundige waarde vanwege de markante ligging als schakel tussen de bebouwing aan de Brink en de weg naar Groningen..
  • De gaafheid van het exterieur en de zeldzaamheid van dit type villa in de provincie.

Zie ook