Grofplaatrussula

Grofplaatrussula
Grofplaatrussula
Taxonomische indeling
Rijk:Fungi (Schimmels)
Stam:Basidiomycota (Steeltjeszwam)
Klasse:Agaricomycetes
Onderklasse:ongeplaatst (incertae sedis)
Orde:Russulales
Familie:Russulaceae
Geslacht:Russula
Soort
Russula nigricans
(Bull.) Fr. (1838)
Europees verspreidingsgebied
Afbeeldingen op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Grofplaatrussula op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Schimmels

De grofplaatrussula (Russula nigricans) is een algemeen voorkomende paddenstoel uit de familie Russulaceae. De paddenstoel heeft als alle Russula-soorten een broze structuur doordat deze is opgebouwd uit draadvormige hyfen en groepjes ronde cellen. De periode van fructificatie is juli tot en met oktober. Deze soort leeft zoals alle Russula-soorten in symbiose met bomen. De zwam is niet kieskeurig en vormt mycorrhiza's met eik, beuk, haagbeuk, berk, spar en zilverspar.

Kenmerken

Uiterlijke kenmerken

Hoed

De grofplaatrussula is een grote, plomp uitziende paddenstoel. De hoed is tussen (5) 7-17 (25) cm breed. Ondergronds witachtig en gebold, maar na opkomen al snel afgevlakt met verdiept midden en roetbruin tot zwart. De rand blijft soms lichter. De hoed is wat vettig met aangeplakt strooisel en scheurt vaak in met de leeftijd.

Lamellen

De recht aan de steel gehechte lamellen zijn dik en stijf en staan ver uit elkaar. Aan de hoedrand kan de afstand 5 mm of groter zijn. Ze zijn tot 15 mm hoog en er zijn veel tussenliggende lamellen. Aanvankelijk is de kleur geelwit met vaak een zalmroze zweem, later donkerder. Wanneer er druk op de lamellen wordt uitgeoefend versplinteren ze en worden steenrood en daarna grijszwart.

Steel

De steel is kort (3-8 cm lang) en dik (1,5-3 cm breed), glad, stevig en gekleurd als de hoed. Hij is meestal cilindrisch van vorm of verdikt naar de basis toe. Vlekt vuilrood en vervolgens zwart na beschadiging.

Vlees

Het vlees is ongewoon stevig en wit van kleur. Zoals alle witte delen van de zwam vertoont het na beschadiging binnen enkele minuten roodachtige vlekken die vervolgens binnen enkele uren grijsachtig tot zwart verkleuren.

Geur en smaak

De schimmel smaakt mild, soms licht scherp. De geur is onopvallend. Jonge exemplaren ruiken wat fruitig, terwijl oudere een muffe geur hebben.

Sporenprint

De sporenprint is wit (Ia volgens Romagnesi).

Microscopische kenmerken

De afgeronde tot ellipsvormige sporen zijn 6,4-8,5 µm lang en 5,4-6,6 µm breed. De Q-waarde (verhouding tussen lengte en breedte van de sporen) is 1,1-1,3. Het sporenornament is tot 0,4 µm hoog en bestaat uit talrijke, deels langwerpige wratten, waarvan de meeste netwerkachtig met elkaar verbonden zijn door fijne, zelden geribbelde verbindingen. De apiculus meet 1,25-1,37 × 1,12-1,25 µm. De grove, meestal 4-sporige basidia meten 40–55 × 8–10 µm. De cilindrische tot clavate cheilocystidia, 50-65 µm lang en 3,5-7 µm breed, bevatten een opvallend brekingsgehalte dat grijsbruin kleurt in sulfobenzaldehyde. De talrijke, gelijkvormige pleurocystidia meten 30-55 × 3,5-7 µm.

De hoedhuid bestaat uit haarachtige, 3-7 µm brede hyfeneindcellen, die min of meer cilindrisch zijn en soms iets naar boven gericht kunnen zijn. In sommige gevallen kunnen de hyfen met een of meer septa ook opgezwollen zijn tot een dikte tot 12 µm. Ze bevatten een vacuolair, bruin pigment. Pileocystidia komen niet voor.

Verspreiding

De grofplaatrussula is wijdverbreid en komt algemeen voor in heel Europa. Hij komt ook voor in Midden- en Noord-Amerika (Canada, VS, Mexico, Costa Rica), Noord-Afrika (Marokko) en Noord-Azië (Japan, Korea). In Nederland en België is de soort niet bedreigd en staat niet op de rode lijst.

Naam

De soortaanduiding nigricans betekent 'zwart wordend'; dit omdat de paddenstoel zwart verkleurt. De Nederlandse naam verwijst naar de zeer grove lamelstructuur, een onderscheidend kenmerk voor deze soort.

Toepassingen

De grofplaatrussula is zeer jong eetbaar, maar weinig smakelijk.