Greet Hofmans

Greet Hofmans
Graf Greet Hofmans
Graf Greet Hofmans
Algemene informatie
Volledige naam Margaretha Hofmans
Geboren 23 juni 1894
Amsterdam, Nederland
Overleden 16 november 1968 (74 jaar)
Amsterdam, Nederland
Beroep Paranormaal genezer en handoplegster
Bekend van Greet Hofmans-affaire
Portaal  Portaalicoon   Esoterie

Margaretha (Greet) Hofmans (Amsterdam, 23 juni 1894 – aldaar, 16 november 1968) was een Nederlandse alternatieve genezeres en handoplegster.[1] Ze was negen jaar lang een vriendin en adviseur van koningin Juliana der Nederlanden en verbleef daarbij vaak op Paleis Soestdijk. Haar aanwezigheid aan het hof leidde tot een constitutionele crisis in het koningshuis die bekendstaat als de "Greet Hofmans-affaire".

Levensloop

Margaretha Hofmans werd in Amsterdam geboren als dochter van een sportleraar. Zij was, net als koningin Juliana, een groot bewonderaar van Jiddu Krishnamurti, die in zijn kamp in Ommen vanaf 1924 tot 1930 bijeenkomsten hield. Greet Hofmans was daar een trouwe bezoekster. In Amsterdam, maar later ook in Hattem, waar ze woonde op het landgoed Molecaten, bewoond door baron Walraven van Heeckeren van Molecaten, organiseerde ze in cafés bijeenkomsten waar ze haar "doorgevingen" en "aangolvingen" kreeg en "de lijdende mens aan God opdroeg".

De "Greet Hofmans-affaire"

Greet Hofmans werd via vrienden van koningin Juliana bij haar geïntroduceerd[2] en in 1948 ingeschakeld om de ongeneeslijke oogziekte van prinses Marijke (de latere prinses Christina) te behandelen. Deze ziekte was ontstaan doordat haar moeder besmet was met rodehond tijdens de zwangerschap. Afgezien van het feit dat Juliana wanhopig op zoek was naar hulp voor haar jongste kind, voelde zij zich eenzaam in de vervulling van haar nieuwe taak als koningin. Reeds bij de eerste kennismaking bleek van Juliana uit een grote verbondenheid met Hofmans' spirituele gedachtegoed.

De invloed van Hofmans aan het Hof beperkte zich aanvankelijk tot gesprekken in occultisme-richting tussen de koningin en de gebedsgenezeres, waarin adviezen werden uitgebracht die op zichzelf een meer huiselijk karakter hadden, maar ook met haar pacifistische ideeën kreeg Hofmans steeds meer invloed op Juliana. Bernhard was in deze periode van de Koude Oorlog, in overeenstemming met de visie van de Amerikaanse regering, juist voorvechter van een sterke bewapening en een krachtige, met de Verenigde Staten verbonden NAVO-politiek.[2]

Vanwege deze tegenstelling ontstond een crisis in het koninklijk gezin. Al in 1949 begon de politie een onderzoek naar Hofmans, die ondertussen in paleis Soestdijk zelfs in een eigen kamer haar intrek had genomen.[2] Er waren over de behandeladviezen van Hofmans meerdere klachten ingediend door artsen en patiënten, waaronder het ontraden van insulinegebruik bij diabetes en medicatie bij epilepsie. Na een bijeenkomst met Hofmans in 1950 spraken artsen hun zorgen uit over haar niet-wetenschappelijke werkwijze en haar afstand tot de realiteit.[3] In 1950 kwamen vervolgens de eerste openlijke tekenen van Bernhard's frustratie over de gang van zaken: hij liet Hofmans uit het paleis vertrekken.[2] Strafvervolging werd niet ingesteld, aangezien dit zou leiden tot publieke onrust en reputatieschade.[3]

De spanningen en de gedeeltelijke breuk met Hofmans weerhielden haar er echter niet van om haar invloed en reputatie verder uit te bouwen door in de zomer van 1951 de zogenaamde Oude Loo-conferenties mede te organiseren, samen met onder andere haar adviseur Wim Kaiser. Bijeenkomsten op het Oude Loo waar de deelnemers met elkaar spraken over oecumenisch-religieuze onderwerpen. Hofmans was daar beschikbaar voor individuele consulten, maar speelde in de internationale debatten verder geen rol aangezien ze de Engelse taal niet machtig was. Vele genodigden luisterden op deze conferenties naar voordrachten van binnenlandse en buitenlandse sprekers, en debatteerden met elkaar over de totstandkoming van een universele religie. Juliana raakte steeds meer onder de indruk van de bijbehorende pacifistische ideeën en bracht deze ook in toenemende mate naar buiten.

Op 13 juni 1956 verscheen in het Duitse tijdschrift Der Spiegel een artikel met de titel Zwischen Königin und Rasputin, en al snel volgden veel meer publicaties in de buitenlandse pers. Naar hij zelf in een postuum verschenen interview toegaf was prins Bernhard de informant van het weekblad, waarmee hij probeerde te bereiken dat deze publicatie zou leiden tot het stopzetten van alle contacten met Hofmans en de verwijdering van een aantal hofdignitarissen die sterke banden met haar hadden.

Het kabinet-Drees voerde een importverbod in van het betreffende nummer van Der Spiegel. Vervolgens stelde het kabinet op 28 juni 1956 een onderzoekscommissie, bestaande uit oud-ministers Beel en Gerbrandy, en de laatste gouverneur-generaal van Nederlands-Indië, Jonkheer A.W.L. Tjarda van Starkenborgh Stachouwer. Op basis van hun bevindingen werden de contacten van Greet Hofmans met het hof beëindigd en werd de hofhouding gereorganiseerd.

Vervolg

In 2004 waren de bevindingen van de commissie-Beel nog geheim. Op 7 februari van dat jaar schreef prins Bernhard in een open brief aan de Volkskrant hier het volgende over:

Ten aanzien van de zogenaamde Hofmanszaak roep ik in herinnering dat de Commissie Beel hiernaar in 1956 een uitputtend onderzoek heeft ingesteld. Het rapport van deze commissie is om formele redenen nog niet openbaar, daarom volsta ik er hier mee mijn vertrouwen uit te spreken dat de openbaarmaking te zijner tijd de rol van alle betrokkenen in deze gecompliceerde aangelegenheid in het juiste daglicht zal stellen.

Door de geheimzinnigheid van officiële zijde en de zelfcensuur van de Nederlandse pers is de Greet Hofmans-affaire in de daaropvolgende decennia een eigen leven gaan leiden. Koningin Beatrix gaf in augustus 2005 de historicus Cees Fasseur toestemming de stukken omtrent de Hofmans-zaak in het Koninklijk Huisarchief te raadplegen en zijn bevindingen op papier te zetten. Tweede Kamerlid Ella Kalsbeek (PvdA) diende in december 2004 een motie in, waarin gesteld werd dat het Koninklijk Huisarchief een particulier archief is, waarop de Archiefwet van toepassing zou moeten zijn. Zij stelde daarom voor alle stukken die (mede) betrekking hebben op de uitoefening van de functie van het staatshoofd over te brengen naar het Nationaal Archief. De motie werd op 25 januari 2005 aangenomen.

Historicus Lambert Giebels stapte naar de Raad van State om inzage te krijgen in de stukken, maar dat college oordeelde dat de stukken uit het privéarchief van het Koninklijk Huis niet openbaar gemaakt hoeven te worden. Op 11 november 2008 werd het Rapport van de commissie-Beel openbaar gemaakt als bijlage bij het boek Juliana & Bernhard van Cees Fasseur. De primeur voor Fasseur riep verbazing en wrevel op bij Giebels, die eerder een biografie had geschreven over oud-premier Beel: "Het is een merkwaardige kwestie van gunnen. Het archief van het Koninklijk Huis is een privéarchief. Koningin Beatrix heeft vertrouwen gekregen in Cees Fasseur nadat hij de biografie over Wilhelmina schreef. Ze kennen elkaar al jaren. Zij heeft hem exclusieve toegang gegund."[4]

Door de publicatie van Fasseur's Juliana & Bernhard, Verhaal van een huwelijk 1936-1956 in november 2008 -- met toegang tot het Koninklijk Huisarchief als primaire bron -- zijn enige geruchten wel gevalideerd. Zo is bijvoorbeeld gebleken dat het conflict waarschijnlijk escaleerde door het dreigen met echtscheiding door Juliana, een gerucht dat al langer circuleerde.

Hoe hoog de affaire opliep, blijkt ook uit het feit dat twee leden van de voormalige Binnenlandse Strijdkrachten, H. Tromp en M.J. Schutte, eind oktober 1956 in een brief aan prinses Wilhelmina een gewelddadige oplossing suggereerden. Hofmans en koningin Juliana’s privésecretaris Walraven van Heeckeren werden door middel van een anonieme dreigbrief, ondertekend door een "Comité van Actie", met "liquidatie" bedreigd als zij zich niet vrijwillig uit Juliana’s omgeving zouden terugtrekken. Tevens werden bij Walraven van Heeckeren en anderen handgranaten achtergelaten. Overigens kon volgens Fasseur zelf uit de archieven niet opgemaakt worden of Bernhard hier weet van had, of zelfs opdrachtgever zou zijn.[5]

Naar aanleiding van het verschijnen van Fasseur's studie wist oud-journalist Friso Endt, die van 1945 tot 1972 redacteur bij Het Parool was en in 1956 een rol speelde bij de publiciteit rond deze affaire, het volgende te melden:

Tijdens de Hofmans-affaire deed het verhaal de ronde dat CIA-chef Allen Dulles naar Soestdijk was gereisd om door de prins te worden gewaarschuwd voor het communistische gevaar dat de gebedsgenezeres zou vormen. Bernhard geloofde dat laatste, hoewel het een verzinsel was. Hofmans was geen agent van Moskou. Toen ik Bernhard jaren later, halverwege de jaren zestig, na een gesprek over de aanstaande echtgenoot van zijn dochter Beatrix, vroeg naar dat CIA-verhaal, zei hij: „Daar kan ik mij niet over uitlaten.” „U zegt niet dat het niet waar is”, zei ik. „Ach, daar kan ik mij echt niet over uitlaten”, was het herhaalde antwoord. Geen bevestiging, maar ook geen ontkenning.[6]

Verdere levensloop

Na haar periode aan het hof hield Greet Hofmans 'praktijk' op verschillende plekken in Baarn en in Amsterdam, onder meer in de Bosboom Toussaintstraat.

De begrafenis van Greet Hofmans (1968)

Ook ging Greet Hofmans tot 1967 door met zogenoemde 'Open Veld'-bijeenkomsten. Zij hield tot aan haar dood bewonderaars uit de hogere kringen, die in haar de verpersoonlijking van het ideale leven zagen: sober, vreedzaam, onbaatzuchtig en gericht op de medemens. Anderen zagen in haar echter een charlatan, een intrigant, een gevaarlijke toverkol[7] of op zijn gunstigst een wereldvreemde figuur. Greet Hofmans staat op de 14e plaats van de top twintig van kwakzalvers uit de twintigste eeuw, uitgebracht door de Vereniging tegen de Kwakzalverij.[8] Zij overleed aan de gevolgen van kanker en is begraven op de begraafplaats Zorgvlied.

Nieuwe inzichten

Een in 2025 verschenen biografie over Greet Hofmans plaatst Hofmans’ rol aan het hof in een ander daglicht.[9] Het beeld dat Hofmans een Rasputin was, is vooral door prins Bernhard gecreëerd. Hij wilde Hofmans weg hebben van het hof, omdat hij in Hofmans' invloed op Juliana én Wilhelmina een bedreiging zag voor zijn vrijgevochten leven. Waar lange tijd werd gedacht dat zij een splijtzwam was die Juliana tegen haar omgeving opzette, lijkt het er volgens de historicus Han van Bree eerder op dat ze steun bood in een periode van onzekerheid. „Hofmans was iemand die mensen voortdurend zei dat het goed kwam; dat ze vertrouwen moesten hebben in zichzelf. Dat zal ze ongetwijfeld ook bij Juliana hebben gedaan. Eigenlijk heeft zij gedaan wat Bernhard had moeten doen”, concludeert de historicus.[10]

Trivia

Op 2 januari 2026, Openbaarheidsdag bij het Nationaal Archief in Den Haag, werd onder andere een dossier openbaar gemaakt waarin staat dat Juliana al in 1949 gewaarschuwd was door de Nederlandse regering, voor het eventuele gevaar en invloed van Margreet Hofmans op haar.[11]

Grafsteen Greet Hofmans

Zie ook

Literatuur

  • A.BREDENHOFF & J.T.OFFRINGA Greet Hofmans: occult licht op een koninklijke affaire, uitg. Kok Lyra, Kampen (1996) ISBN 90-242-7335-8
  • J.G. KIKKERT Crisis op Soestdijk: Nederland als bananenmonarchie, uitg. Papieren tijger, Breda (1996) ISBN 90-6728-079-8
  • Hans DAALDER Drees en Soestdijk: over de zaak-Hofmans en andere crises 1948-1958, uitg. Balans, Amsterdam (2006) ISBN 90-5018-739-0.
  • Hans Galesloot Mevrouw Majesteit: een roman over het leven van Koningin Juliana, uitg. Arena (2002) ISBN 90-6974-487-2.
  • Lambert J. GIEBELS De Greet Hofmans-affaire: hoe de Nederlandse monarchie bijna ten onder ging, uitg. Bakker, Amsterdam (2007) ISBN 978-90-351-3167-5.
  • Cees FASSEUR, Juliana en Bernhard. Het Verhaal van een huwelijk 1936-1956, uitg. Balans, Amsterdam (2008) ISBN 90-5018-955-5.
  • Jolande Withuis, Juliana. Vorstin in een mannenwereld , Hoofdstuk 15 De Profetes , uitg. De Bezige Bij, Amsterdam (2016) ISBN 978-90-234-3523-5.
  • Han van Bree, Het vertroebelde oog. Het onbegrepen leven van Greet Hofmans, uitg. Spectrum, Amsterdam (2025) ISBN 978-90-003-5451-1.