Graafsepoort (Oss)

De Graafsepoort of Graafse Poort (ook wel Geldersepoort of Oostpoort genoemd) was een stadspoort in de Nederlandse stad Oss die er van 1407 tot 1925 heeft gestaan.[1]
De Graafsepoort was gesitueerd aan de huidige Heuvel en Hooghuisstraat. De poort dankte haar naam aan het feit dat de hoofdweg vanuit de poort naar de stad Grave liep en ook naar het hertogdom Gelre, het huidige Gelderland. De poort maakte samen met de Boschepoort deel uit van de voormalige vesting Oss, die tussen 1399-1410 werden aangelegd in opdracht van Johanna van Brabant.
Geschiedenis
In 1407 werd in een akte melding gedaan van een bewoner van de poerte van Osch genaamd Jan van der Dussen, schout van de stad Oss. Hij moest de militaire functie van zijn woning behouden en bescherming bieden aan burgers in nood. Boeren- plattelanders en bewoners van de dorpen Berghem en Heesch moesten helpen met het onderhoud van de vesting en poorten en konden bij noodweer of plunderingen veiligheid zoeken binnen de stad. Echter liepen de economische verhoudingen tussen stad en plattelanders scheef; tijdens een opstand in 1478 stonden de plattelanders voor de muren en poorten om hun vergoedingsrecht op te eisen. De rust keerde terug, maar vanaf 1498 werd de stad diverse keren blootgesteld aan de Gelderse Oorlogen.[2]
Mogelijk kwam rond 1415 het poortgebouw aan jonker Herman van Oss. Deze jonker van Oss familie zou het poorterschap tot 1720 behouden, toen het geslacht met Adriaan van Oss uitstierf. Prominenten van deze familie waren onder andere Willem van Oss, regent van 's-Hertogenbosch, die in 1546 tot ridder werd geslagen door Keizer Karel V. Cornelis van Os, een telg uit de 17e eeuw en schepen van Oss, plaatste een zonnewende op de poort, waarvan een stuk terug gevonden is bij archeologische opgravingen in de 21e eeuw.[3]

Bij de bouw van de twee stadspoorten werd vermoedelijk gebruik gemaakt van steenresten van het Kasteel van Oss, dat iets noordelijk lag van de vesting en haar functie al verloren had.
De stadspoort zou een donjon of woontoren, U-vormig gebouw, met twee verdiepingen en kelder hebben gehad, en een toegangspoort met smalle traptoren die het "Slotje" of "Spriettoren" werden genoemd. Mogelijk werd de donjon door de eeuwen heen opnieuw vervangen door een andere met nieuwe gebouwen ernaast voor militaire en veiligheids- doeleinde. Vanaf de 16e eeuw stond er een trapgevelhuis aan de stadszijde voor accijns- en belastingheffing voor mensen die de stad in wilde.
Rond 1732 maakte Cornelis Pronk een tekening van de poort in de toestand hoe die hij aantrof, waarbij de stadsommuring al grotendeels weg was. Vanaf 1771 werd de poort drastisch verbouwd en ontstond een riant huis genaamd 't Hooghe Huis, twee verdiepingen hoog met kelder en een zadeldak. Mogelijk werd het Hooge Huis op de oude funderingen van de poort gebouwd, maar niet uitgesloten is dat een groot deel van de oude wachttoren opgenomen werd in het huis. Het huis werd in de volgende eeuwen bewoond en gebruikt door ambtsbekleders, woon- en winkelcomplex, verpleeghuis en inrichting voor beperkten, bedrijfspand en houthandel. In 1925 moest het pand wijken voor een doorgaande weg naar Berghem.
- Referenties
- ↑ Kronyk van Ossentia, Graafse Poort Historie, sv502
- ↑ Asseldonk, M.M.A. (2002). De Meierij van 's-Hertogenbosch. De evolutie van plaatselijk bestuur, bestuurlijke indeling en dorpsgrenzen, circa 1200-1832 Deel 2. Oosterhout, Leonard p.99
- ↑ Museum Jan Cunen fragment van 16e-eeuwse zonnewijzer-wende