Gotische oorlog tegen Aegidius
| Gotische oorlog tegen Aegidius | ||||
|---|---|---|---|---|
| Onderdeel van Romeinse burgeroorlog (461) | ||||
| Datum | 462-463 | |||
| Locatie | Gallië | |||
| Resultaat | nederlaag Goten | |||
| Strijdende partijen | ||||
| ||||
| Leiders en commandanten | ||||
| ||||
| Troepensterkte | ||||
| ||||
De Gotische oorlog tegen Aegidius is een relatief obscure episode uit de late Oudheid. De oorlog vond plaats in Gallië (het huidige Frankrijk) tijdens de chaotische jaren voorafgaand aan de val van het West-Romeinse Rijk. Informatie over deze oorlog is schaars en gefragmenteerd. Priscus wordt gezien als de belangrijkste bron van de militaire campagnes tegen Aegidius. Zijn teksten zijn grotendeels verloren gegaan, doch fragmentatisch overgeleverd door latere auteurs zoals Jordanes, Gregorius van Tours en Marius van Avenches. Verder geeft Hydatius een chronologische vermelding van de gebeurtenissen en geven de brieven van Sidonius Apollinaris inzicht in de relaties tussen de Romeinse elite en de Germaanse heersers. Hiermee kan het verloop van de oorlog gereconstrueerd worden, zij het summier.
Historische context
Betrokken partijen
Het conflict vond plaats tijdens de burgeroorlog die uitbrak kort na de moord op keizer Majorianus, en kan in zekere zin worden gezien als een direct gevolg ervan. De voornaamste betrokkenen waren Aegidius, een Romeins generaal en magister militum per Gallia die feitelijk een semi-onafhankelijke macht uitoefende in Noord-Gallië en rex Theodorik II, koning van van de Goten in Aquitanië die trouw bleef aan het centraal Romeins gezag in Italië. Op de achtergrond acteerde Ricimer, de machtige Romeinse generaal die verantwoordelijk was voor de val van Majorianus en de benoeming van Libius Severus tot keizer.
Aegidius, een aanhanger van Majorianus, verzette zich tegen de machtsgreep. In dit machtsspel van de Romeinen speelde Theodorik II een sleutel rol. Zijn steun aan Ricimer, in zijn hoedanigheid als foederati van de West-Romeinse keizer, was van wezenlijk belang. Direct bewijs ervan ontbreekt, maar historici leiden het wel uit de context, dat de Bourgondische rex Gundioc, die een zwager was van Ricimer en evenals Theodorik II een foederatus, wellicht ook betrokken was bij de oorlog tegen Aegidius, mogelijk zelfs militair.
Gallië
Na de moord op keizer Majorianus verloor het Romeins gezag in Italië vrijwel alle controle over Gallië. Het Gallische leger stond onder bevel van Aegidius, terwijl Ricimer slechts beschikte over het Italaanse leger. Dit leger kon hij echter niet zonder risico inzetten: de verdediging van de Italiaanse kust tegen invallen van de Vandalen had prioriteit, en een militaire confrontatie met Aegidius zou zijn eigen machtspositie verzwakken.[1] In een poging het Gallische leger toch onder controle te krijgen, liet Ricimer op eigen initiatief de keizer Agrippinus tot militum per Gallias benoemen - als tegengewicht van Aegidius.
Andere spelers waar rekening mee moest worden gehouden waren de Gotische en Bourdondische foederati: de Goten in Aquitania onder leiding van Theodorik II en de Bourgonden door Gundioc. Door diplomatie van Agrippinus wist Ricimer Theodorik als bondgenoot te winnen. De steun van Thedorik werd vooral ingegeven door eigen belang. Enkele jaren eerder had hij immers zelf een opstand ontketend met als doel meer macht en gebiedsuitbreiding te vergaren.
Omvang van de legers
Het leger van Aegidius bestond grotendeels uit troepen van het keizerlijke leger dat van oudsheer in de omgeving van Parijs was gestationeerd. Volgens Priscus beschikte hij over een groot leger dat door modern historici wordt geschat op zo'n 6.000 tot 10.000 soldaten.[2] Naast reguliere eenheden - de comitatenses en limitanei- omvatte zijn strijdmacht ook uit eenheden van Alanen en Sarmanten, wiens nederzettingen in de buurt van Orleans lagen.[3] Gregorius van Tours suggereert in zijn Historia Francorum dat Childerik I samen optrok met Aegidius.[4]
Het Gotische leger van Theodorik II, was waarschijnlijk kleiner dan dat van zijn vader Theodorik I (418-451), die ooit 20.000 man op de been bracht in samenwerking met Aetius. Toch beschikte Theodorik II vermoedelijk over 10.000 tot 15.000 strijders. Dit was geen vaststaand leger, maar bestond uit een krijgsmacht van vrije mannen die hun eigen wapens meebrachten. De kern bestond uit infanterie, aangevuld met een aanzienlijke cavalerie-eenheid gevormd door de elite. Veel van hun tactieken waren ontleend aan die van de Romeinen.
Verloop van de oorlog
Voor Aegidius, die zijn macht over Noord-Gallië consolideerde, vormde Agrippinus geen bedreiging. Het plan om het Gallische leger los te weken mislukte, want de troepen bleven trouw aan Aegidius. De aliantie die Ricimer smeedde met Theoderik II vormde een veel groter gevaar al ging er enige tijd over heen voordat het Gotische leger op volle oorlogstrekte was. Het grootste deel van het Gotische leger voerde in Spanje oorlog tegen de Sueven. De bronnen melden voor het jaar 462 niet waar gevechten hebben plaatsgevonden, maar mogelijk vond er wel een aanval plaats op de stad Narbonne door de Goten waar Agrippinus in het nauw zou zijn gedreven door Aegidius.[5] Om die reden zou keizer Libius Serverus afstand doen van de stad Narbonne in ruil voor steun, waarmee hij de Goten toegang gaf tot de Middenlandse zee.[6] Behoudens dit gevecht bij Narbonne lijkt het erop dat Aegidius in 462 zijn domeinen met succes verdedigde tegen de Goten en zelf een poging deed om naar Italië door te stoten.[7]
Agrippinus werd in 462 of 463 vervangen door de Bourgondische rex Gundioc wiens foederati de opmars van Aegdius had weten te verhinderen. De vraag rijst op wat hiervan de reden was. Betekent dit dat Agrippinus ineffectief was geweest tegen de Aegidius en dat die taak aan Gundioc werd gegeven, of betekent het dat Gundioc zich had onderscheiden in de strijd tegen Aegidius, of betekent het simpelweg dat Ricimer de carrière van zijn barbaarse verwanten bevorderde?
Slag bij Orleans
In het jaar 463 werd de machtsstrijd in Gallië verder op scherp gezet als de Aquitaanse Goten het noorden binnen vielen en slaags raakten met Aegidius troepen. Theodorik had in Spanje vrede gesloten met de Sueven en kon daardoor troepen vrijmaken die ingezet konden worden tegen Aegidius. Dit leger werd aangevoerd door zijn jongere broer Frederik die in Spanje al de nodige gevechten had gevoerd. Aegidius mobiliseerde zijn leger en versterkte zijn hoofdleger met Frankische en Alaanse foederati. Volgens Marius van Avenches vonden tussen Loire en Loir gevechten plaats die uitmonden in een beslissende veldslag nabij Orléans, de stad die van groot belang was voor de controle over Midden- en Noord-Gallië. [8] Tijdens deze slag voerden de Goten een grootschalige aanval uit op de troepen van Aegidius, maar de Romein wist met zijn ervaren leger, stand te houden. De strijd was fel en bloedig, en het Gallo-Romeinse leger wist de Gotische linies te doorbreken. In de chaos van het gevecht sneuvelde Fredegar, de broer van Theodorik II, een zware slag voor de Goten.[9] Zijn dood betekende niet alleen een persoonlijk verlies voor Theodorik, maar ondermijnde ook de morele positie van de Goten in Gallië.
Gevechten bij Chinon
Mogelijk werden hierna de Goten ook in de buurt van Chinon verslagen, maar het bewijs hiervoor is flinterdun omdat de bronnen dit niet expliciet vermelden. Het verslag van Gregorius van Tours duidt op meerdere veldslagen waarbij de Frankische generaal Childerik bij betrokken was. [10]
Belang en gevolgen
De nederlaag bij Orléans dwong de Goten zich terug te trekken en gaf Aegidius de overhand in zijn machtsgebied ten noorden van de Loire, het “Romeins Gallië” dat soms ook wel het Regnum Aegidius wordt genoemd. Het verlies van Frederik was een grote persoonlijke en strategische nederlaag voor Theodorik II, maar het weerhield de Goten niet van verdere expansie in de daaropvolgende decennia.
Kort daarna (464 of 465) overleed Aegidius, onder mysterieuze omstandigheden – mogelijk vergiftigd. Na twee tussenpauzen: Paulus en Childerik, werd Aegidius opgevolgd door zijn zoon Syagrius. Zij hielden het Romeinse gezag nog zo’n 20 jaar in stand, tot het werd veroverd door Clovis in 486 tijdens de Frankisch-Romeinse oorlog.
Bronnen
- Priscus – Fragmenten
- Gregorius van Tours – Historia Francorum
- Hydatius – Chronicon
- Sidonius Apollinaris – Brieven
- Jordanes
- Prosper Tiro
- Prosopography of the Later Roman Empire (PLRE)
- Literatuur
- (en) MacGeorge, Penny (2002). Late Roman Warlords. Oxford University Press. ISBN 9780191530913.
- Wijnendaele, Jeroen W.P. (2024). De wereld van Clovis, De val van Rome en de geboorte van het Westen. Ertsberg.
- ↑ MacGeorge 2002, p. 94.
- ↑ MacGeorge 2002, pp. 153-158.
- ↑ Hughes, p. 29.
- ↑ Gregorius van Tours, II18
- ↑ MacGregore 2022, p. 92.
- ↑ Hydatius, s.a. 462
- ↑ Priscus, fr. 39.1
- ↑ Marius s.a. 463
- ↑ Hydatius s.a. 463
- ↑ MacGeorge 2002, p. 115.