Good King Wenceslas

Good King Wenceslas of Good King Wenceslas look'd out[1] is een Engels kerstlied van de anglo-katholieke priester John Mason Neale uit 1853.
De moralistische tekst gaat over goede daden van Wenceslaus de Heilige, in het Engels Wenceslas, die met zijn page in de snijdende kou eten en brandhout naar een arme sloeber brengt. De tekst en de muziek rusten op uiteenlopende Midden-Europese tradities.
De historische Wenceslaus was in de 10e eeuw hertog van Bohemen en werd in 929 vermoord.[2] Al kort na zijn dood werd hij aangeroepen als beschermheilige van Bohemen en promoveerde keizer Otto de Grote hem tot koning.
Metrum: 13e-eeuws via Finse bundel
Voor het metrum werd het 13e-eeuwse Tempus adest floridum gebruikt. Neale zelf gaf al aan dat dit een lentelied was,[3][1] zoals ook blijkt uit de titel, die De lente laat bloemen ontluiken betekent.
Het lied is bekend uit de Piae Cantiones, een bundel Latijnse liederen en gedichten uit Midden-Europa, uitgegeven in 1582 voor de lutherse gemeenschap in Finland en Zweden. De bundel kreeg in de 19e eeuw bekendheid in Engeland, mede door de publicaties van Neale, die een van de weinige overgebleven exemplaren had gekregen van de Engelse gezant in Stockholm.[3]
Tekst
De koning is historisch, al was hij tijdens zijn leven hertog. De gebeurtenissen zijn fictief en de page ook, maar die komt al voor in 10e-eeuwse hagiografieën uit Beieren en Bohemen. De Engelse tekst is uit het midden van de 19e eeuw, gebaseerd op een Praags gedicht uit dezelfde tijd dat teruggrijpt op Boheemse verhalen.
Beierse en Boheemse wortels
Neales tekst is afgeleid van een verhalend gedicht dat Václav Alois Svoboda in 1847 in Praag publiceerde onder de titel Sanct Wenceslaw und Podiwin. Legende in böhmischer, teutscher und lateinischer Sprache. Dat gedicht volgt de Boheemse volksverhalen en legenden waarin Wenceslaus er 's nachts op uittrekt om de armen en ongelukkigen te helpen. De Podiwin, Podiven of Podevin in de titel is de page die voorkomt in het Engelse lied.
De vertelling staat in een duizendjarige traditie. De page wordt al bij naam genoemd in Crescente fide, een hagiografie van Wenceslas uit Beieren, vanwaaruit Bohemen al decennialang gekerstend werd. Zoals grote delen van christelijk Europa benoorden de Alpen viel Bohemen destijds onder het Beierse aartsbisdom Regensburg. Voorlopers van het manuscript zijn al rond het overlijden van Wenceslas gekopieerd in de Beierse kloosters van Benediktbeuern en Tegernsee. De oorspronkelijke auteur zou een priester zijn die vanuit Regensburg uitgezonden was naar de Boheemse hoofdstad Praag.[4]
De rol van de page wordt uitgewerkt in een soortgelijke tekst uit 983, die met lokale details geschreven is voor Emma van Bohemen, de vrouw van Boleslav II.[5]
Engelse uitgave en traditie
In Svoboda's gedicht trekken de koning en zijn page anoniem langs de deuren om brandhout achter te laten bij de armen,[5] maar Neale personifieert de armoede in een man die op de naamdag van Stefanus (26 december) bij het paleis hout aan het sprokkelen is en het goede hart van de koning raakt. Hij wil de man overladen met giften en brengt die naar het huis. De page heeft het moeilijk met de kou en wil opgeven, maar Wenceslaus manifesteert zich nu als wonderdoende heilige: zijn voetsporen zijn op wonderbaarlijke wijze warm, zodat de page verder kan.
De gebeurtenissen vinden plaats in het eerste, derde en vijfde couplet. In de andere twee coupletten bespreken de koning en de page de situatie.
Het lied verscheen voor het eerst in de bundel Carols for Christmas-Tide die Neale met zijn collega-priester Thomas Helmore had samengesteld. Het is populair bij de carolzangers, de Engelse straatkoortjes.
Het thema past in een Engelse traditie om armen op het Stefanusfeest een aalmoes of geschenken te geven, vaak resten van het kerstmaal. Het lied werd enigszins gemythologiseerd en door velen opgevat als Engels erfgoed.[1] Een boek uit 1936 stelde bijvoorbeeld:
Dit oude liedje was heel geliefd bij de carolzangers die eeuwen geleden om aalmoezen bedelden.
Deeds of Faith
Het lied volgt tamelijk nauwkeurig het elfde verhaal in het kinderboek Deeds of Faith dat Neale in 1849 voor zijn dochter Agnes schreef.[7][8] De tweede editie uit 1860 is bewaard gebleven en bevat het voorwoord uit de eerste druk. Daar stelt hij dat hij kinderen wil interesseren in de kerkgeschiedenis. Omdat het Wenceslas-verhaal 'een legende zou kunnen zijn', twijfelde hij, maar vanwege 'de uitzonderlijke schoonheid' nam hij het op.[9] Hij benadrukt de eenheid en het geestelijk erfgoed van de kerk, wat past bij zijn overgang van anglicaanse naar anglo-katholieke opvattingen.[10]
Het verhaal is in de adventstijd geplaatst, het gedicht op tweede kerstdag. Een andere afwijking is de belofte uit het lied dat men zegen zal ontvangen als men de armen een zegen geeft; deze is in het kinderverhaal niet te vinden. Wel wordt een vreemde wending opgehelderd; in het lied blijft het onduidelijk waarom de koning het eten en het haardhout niet rechtstreeks aan de man geeft, maar in het boek zijn er nog tussenliggende gebeurtenissen. De page, die daar Otto heet,[11] wordt weggestuurd om te informeren wat de man aan het doen is en te vragen waar hij woont. Het blijkt Rudolph de varkensherder te zijn, die geen vuur of voedsel heeft voor zijn gezin en hout zoekt om het huis te verwarmen. De koning laat de page eten halen en gaat zelf haardhout ophalen.
Uit solidariteit met de vodden van Rudolph trekt hij geen warme kleren of laarzen aan, maar gaat in zijn huiskledij op pad. De page doet hetzelfde. De reddende voetstappen gloeien hier met een heilig vuur.
Vorm en kritiek
De vijf kwatrijnen staan in stafrijm, met middenrijm in hetzelfde schema.
De tekst is heftig bekritiseerd: afschuwelijk, afgezaagd, rijmelarij. Een site die dit aanhaalt, relativeert de kritiek tegelijk: het is een ballade, waarbij traditioneel minder hoge eisen aan het taalgebruik worden gesteld. De bedoeling was bovendien dat de tekst voor kinderen begrijpelijk moest zijn.[12]
De kerkbestuurder en hymnoloog Percy Dearmer schreef dat Neale helaas een kerstliedje had gemaakt van dit voorjaarslied. In het invloedrijke werk The Oxford Book of Carols publiceerden hij en zijn medeauteurs in 1928 een eigen tekst, met als commentaar: Dit is een vrije vertaling en doxologie in woorden die passen bij Tempus Adest Floridum, […] met de suggestie deze te zingen als voorjaarslied en Good King Wenceslas op den duur te laten vallen.[12][13]
| Engels | Vrij vertaald |
|---|---|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Bewerkingen
Er zijn veel bewerkingen verschenen, zowel muzikale uitvoeringen als boeken en verfilmingen.
Zie ook:
Referenties
- 1 2 3 4 (en) Vainio, Margaret, Good King Wenceslas - an "English" Carol : the appearance of Piae Cantiones melodies in 19th century England. jyx.jyu.fi (1999). Geraadpleegd op 22 december 2025.
- ↑ (en) "Wenceslas I | Biography, Martyrdom, & Facts | Britannica", Encyclopedia Britannica. Gearchiveerd op 12 juli 2025. Geraadpleegd op 25 december 2025.
- 1 2 (en) Helmore and Neale's Carols for Christmas-tide - Museum of Music History. Geraadpleegd op 23 december 2025.
- ↑ (en) Kalhous, David (1 januari 2024). Many Lives of One Man. Strategies for Building Legitimacy through the Story of St Wenceslas in Early and High Medieval Hagiography (940s–1260s). Brepols Online, 241–265.
- 1 2 (de) Kølln, Herman, Die Wenzelslegende des Mönchs Christian p. 41. Kongelige Danske Videnskabernes Selskab (21 juni 2019). Geraadpleegd op 22 december 2025.
- ↑ Het volledige citaat bij Vainio luidt:
This ancient tune was a great favorite among the carol singers who used to beg for alms many centuries ago. It is based on the legend of King Wenceslas, the Holy, who was King of Bohemia in the Tenth Century. On the feast of St. Stephen (Dec. 26), this good king went out among the poor and gave liberally. - ↑ (en) John Mason Neale, Oxford University (1860). Deeds of faith : Stories for Children from Church History, pp. 129–135.
- ↑ The Legend of S. Wenceslaus - John Mason Neale. www.hymnsandcarolsofchristmas.com. Geraadpleegd op 25 december 2025.
- ↑ (en) John Mason Neale, Oxford University (1860). Deeds of faith : Stories for Children from Church History, pp. vii–x.
- ↑ (en) John Mason Neale. The Canterbury Dictionary of Hymnology. Canterbury Press. Geraadpleegd op 25 december 2025.
- ↑ (en) Good King Wenceslas. Hymnology Archive. Geraadpleegd op 25 december 2025.
- 1 2 (en) Good King Wenceslas. Hymnology Archive. Geraadpleegd op 19 januari 2026.
- ↑ (en) Dearmer, P., Vaughan Williams, R.; & Shaw, M (1928). The Oxford book of carols. Oxford University Press, Nr. 99, p. 204 tot 207 "This is a free translation, with a doxology, of the words proper to the melody of No 136 'Tempus Adest Floridum', the Spring carol which Neale unfortunately turned into a Christmas carol by writing his rendering of the legend of 'Good King Wenceslas'. We have therefore reprinted the proper tune here, with the suggestion that it should be sung as a Spring carol, and that 'Good King Wenceslas' might be gradually dropped."