Gillis I Berthout
| Gillis I Berthout | ||
|---|---|---|
![]() | ||
Ruiterzegel van Gillis (Egidius) I Berthout uit 1217; legende: Sigillum Egidii Bertout. | ||
| Heer van Keerbergen, Berlaar, deel van Geel, Ouwen (Grobbendonk), Broechem, Vremde en Millegem | ||
| Regeerperiode | ca. 1200-1229 | |
| Kamerheer van Vlaanderen Heer van Leffinge, Lichtervelde en Oudenburg (de iure uxoris) | ||
| Regeerperiode | 1205-1217[1] | |
| Militaire informatie | ||
| Slagen/oorlogen | Vijfde Kruistocht: Beleg van Damietta (1218) | |
| Huis | Berthout | |
| Vader | Wouter II Berthout | |
| Moeder | Guda van Loon, dochter van graaf Lodewijk I van Loon | |
| Geboren | 1175/1180 | |
| Gestorven | 18 februari 1241 | |
| Partner | Catherina van Belle | |
![]() | ||
Gillis I Berthout met den Baard[2] (1175/1180[3]–18 februari 1241[4]) was een edelman die meevocht in de Vijfde Kruistocht, erfelijk kamerheer van het graafschap Vlaanderen en een ridder van de Duitse Orde. Hij was de stichter van de abdij van Rozendaal.
Leven
Gillis was de zoon van Wouter II Berthout en Guda van Loon, dochter van graaf Lodewijk I van Loon. De familie Berthout bezat gronden in Mechelen en in het markgraafschap Antwerpen.
Omstreeks 1200 werd hij heer van Keerbergen, Berlaar, een deel van Geel, Ouwen (Grobbendonk), Broechem, Vremde en Millegem.
Rond 1205 trouwde hij met de Vlaamse adellijke weduwe Catherina van Belle, dochter van Gerard, burggraaf van Oudenburg,[5] en weduwe van Boudewijn van Grammene.[6] Zij hadden twee zonen, Gillis II Berthout (die heer van Berlaar zou worden; 1227 - januari 1236) en Lodewijk I Berthout (ca. 1233 - 1270/1271),[6] en minstens twee dochters, Elisabeth Berthout en Oda Berthout.
Namens zijn vrouw en stiefkinderen bekleedde Gillis vanaf 1206 het erfelijke kamerheerschap van Vlaanderen en bestuurde hij de heerlijkheden Leffinge, Lichtervelde en Oudenburg.
Vanaf 1207 diende hij de belangen van koning Jan zonder Land van Engeland en ontving hij regelmatige betalingen van hem en bezocht hij diens hof.[7] Hij heeft mogelijk meegevochten in de slag bij Bouvines.[8]
In 1219 sloot hij zich samen met zijn vrouw aan bij de Vijfde Kruistocht en nam deel aan het Beleg van Damietta.
Hij was in 1221 terug in Vlaanderen. In 1227 stichtte hij de abdij van Rozendaal voor zijn dochters.[9]
Hij trad in 1229 toe tot de Duitse Orde, waarbij hij het erfgoed van zijn stiefkinderen aan de Duitse Ridders overdroeg.[10]
Noten
- ↑ Eerste vermelding als kamerling van Vlaanderen op 14 oktober 1206 (A.C.F. Koch, Oorkondenboek van Holland en Zeeland (715-1299), I, ‘s-Gravenhage, 1970, nr. 280, pp. 482-486) en laatste vermelding als kamerling in juli 1217 (F. Vande Putte, Cronica et cartularium monasterii de Dunis, II, Brugge, 1864, p. 493).
- ↑ In 1303 of 1304 wordt hij “her Gileys Berthaut gheheeten metten barde” genoemd in een document van Floris Berthout (J.T. de Raadt, Les seigneuries du pays de Malines, Berlaer et ses seigneurs: notice historique sur la commune de Berlaer, Antwerpen, 1889, p. 11).
- ↑ T. Luykx, Een typisch vertegenwoordiger van den XIIIe eeuwschen adel in onze gewesten: Gilles Berthout I met den Baard, kamerheer van Vlaanderen en broeder van de Duitsche Orde in Pitsemburg te Mechelen, in Mededeelingen van de Koninklijke Vlaamsche Academie voor Wetenschappen, Letteren en Schoone Kunsten van België, Klasse der Letteren 6.3 (1944), p. 9.
- ↑ AA Bornem. Hss., nr. 419, p. 26; Henricus, Vita venerabilis Idae Lovaniensis, p. 181 : "Est monasterium ordinis Cisterciensis, cui Vallis Rosarum est vocabulum, in Brabantie partibus ab illustri quodam viro, descendente de nobili prosapia Machliniensium dominorum, Egidio nomine, beate Marie semper Virginis in honore fundatum, et iuxia vicum Walem appellatum ab indigenis, in ripa Nethe fluminis aptissime situatum." T. Luykx, Een typisch vertegenwoordiger van den XIIIe eeuwschen adel in onze gewesten: Gilles Berthout I met den Baard, kamerheer van Vlaanderen en broeder van de Duitsche Orde in Pitsemburg te Mechelen, in Mededeelingen van de Koninklijke Vlaamsche Academie voor Wetenschappen, Letteren en Schoone Kunsten van België, Klasse der Letteren 6.3 (1944), p. 36. A. Goetstouwers, Gillis Berthout en de eerste heren van Berlaar, Geel en Duffel, in Handelingen van de Koninklijke kring voor oudheidkunde, letteren en kunst van Mechelen 56 (1952), p. 40.
- ↑ Akte van 1204 (DiBe 15756).
- 1 2 G. Croenen, Familie en macht: De familie Berthout en de Brabantse adel, Leuven, 2003, p. 308.
- ↑ Document van 8 oktober 1207 (DiBe 14020). H. Koeppen, Die Englische Rente für den Deutschen Orden, in Festschrift für Herman Heimpel zum 70. Geburtstag am 19 September 1971, II, Göttingen, 1972, pp. 402-421, hier pp. 403-404.
- ↑ T. Luykx, Een typisch vertegenwoordiger van den XIIIe eeuwschen adel in onze gewesten: Gilles Berthout I met den Baard, kamerheer van Vlaanderen en broeder van de Duitsche Orde in Pitsemburg te Mechelen (Mededeelingen van de Koninklijke Vlaamsche Academie voor Wetenschappen, Letteren en Schoone Kunsten van België, Klasse der Letteren 6.3), Antwerpen, 1944, p. 20.
- ↑ Oorkondes uit 1227 waarin Gillis I Berthout de tienden van Slijpe (DiBe_27209), Berlaar en Geel (DiBe_18192) schenkt aan de abdij van Rozendaal.
- ↑ G. Croenen, art. Berthout, Gillis (I), in Nationaal Biografisch Woordenboek 14 (1992), coll. 44-49; G. Croenen, Familie en macht: De familie Berthout en de Brabantse adel, Leuven, 2003, pp. 306-310.
Bronnen
- Dit artikel of een eerdere versie ervan is een (gedeeltelijke) vertaling van het artikel Gillis Berthout op de Engelstalige Wikipedia, dat onder de licentie Creative Commons Naamsvermelding/Gelijk delen valt. Zie de bewerkingsgeschiedenis aldaar.
Referenties
- G. Croenen, art. Berthout, Gillis (I), in Nationaal Biografisch Woordenboek 14 (1992), coll. 44-49.
- G. Croenen, Familie en macht: De familie Berthout en de Brabantse adel, Leuven, 2003, pp. 306-310.
- J.T. de Raadt, Les seigneuries du pays de Malines, Berlaer et ses seigneurs: notice historique sur la commune de Berlaer, Antwerpen, 1889.
- A. Goetstouwers, Gillis Berthout en de eerste heren van Berlaar, Geel en Duffel, in Handelingen van de Koninklijke kring voor oudheidkunde, letteren en kunst van Mechelen 56 (1952), pp. 24-45.
- T. Luykx, Een typisch vertegenwoordiger van den XIIIe eeuwschen adel in onze gewesten: Gilles Berthout I met den Baard, kamerheer van Vlaanderen en broeder van de Duitsche Orde in Pitsemburg te Mechelen (Mededeelingen van de Koninklijke Vlaamsche Academie voor Wetenschappen, Letteren en Schoone Kunsten van België, Klasse der Letteren 6.3), Antwerpen, 1944.

