Gewone korstvuurzwam

Gewone korstvuurzwam
Gewone korstvuurzwam
Taxonomische indeling
Rijk:Fungi (Schimmels)
Stam:Basidiomycota (Basidiomyceten)
Klasse:Agaricomycetes
Orde:Polyporales
Familie:Hymenochaetaceae
Geslacht:Fuscoporia
Soort
Fuscoporia ferruginosa
(Schrad.) Murrill (1907 [1])
Synoniemen

Phellinus ferruginosus

Afbeeldingen op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Gewone korstvuurzwam op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Schimmels

De gewone korstvuurzwam (Fuscoporia ferruginosa) is een schimmel uit de familie Hymenochaetaceae. Hij leeft saprotroof op takken en stammen van loofbomen, vooral Eik (Quercus), ook op Beuk (Fagus), Wilg (Salix) en Meidoorn (Crataegus). Het komt het fequenst voor in gemengde bossen of loofbossen op voedselrijke bodem. Deze schimmel veroorzaakt witrot.[2]

Kenmerken

Vuurzwammen behorend tot het geslacht Fuscoporia (voorheen ondergebracht in Phellinus) zijn korstvormige (resupinate) bruine gaatjeszwammen met bruine hymeniale setae (20-95 µm). Dit zijn stekelvormige hyfeneinden die tussen de basidiën uitsteken in de buisjes. Sommige soorten hebben ook andere typen setae Het bruine weefsel van alle vuurzwammen (en weerschijnzwammen) worden zwart in kaliloog (KOH).[2]

Het heeft een dimitisch hyfensysteem. Generatieve hyfen zijn dunwandig, doorzichtig en kleurloos, met een diameter van 2–4 μm en met eenvoudige septa. Skeletachtige hyfen zijn geel tot roestbruin, dikwandig, 3,5–5 μm breed, met duidelijke lumen; in de trama min of meer parallel, in het subiculum onregelmatig gerangschikt. Er zijn twee soorten setae. Hymeniale setae zijn recht, donkerbruin, dikwandig en ontspringen aan de rand van het hymenium. Ze hebben een diameter van 5,5–12 μm, een lengte tot 300 μm en zijn meestal gemakkelijk te zien. In het hymenium komen ook talrijke, naaldvormige, gemodificeerde setae voor met een iets verlengde basis en een zijdelingse verdikking. Setae in de trama zijn verspreid aanwezig, schaars, evenwijdig aan de buisjes, en vaak moeilijk waar te nemen. Ze zijn 30–120 μm lang en 5–8 μm breed. De sporen zijn breed ellipsoïdaal, hyalien, dunwandig, niet-amyloïdaal en meten 4–6 × 3–3,5 μm.

Verwarrende soorten

De gewone korstvuurzwam (Fuscoporia ferruginosa) onderscheidt zich van de langsporige korstvuurzwam (F. ferrea) door de aanwezigheid van lange setae (115-300 µm) in het mycelium in het onderliggende hout. Deze setae zijn met een sterke loep tegen de lichte achtergrond van het hout met enige moeite waarneembaar. Ook de zeldzamere werkhoutvuurzwam (F. contigua) heeft zulke setae, maar deze soort heeft wijdere gaatjes (1-4 porën/ mm) dan de Gewone korstvuurzwam (4-6/ mm). De Langsporige onderscheidt zich verder van de Gewone korstvuurzwam door slankere sporen (resp. 5-7,5 x 2-2,5 µm en 5-7 x 3-3,5 µm) waardoor de sporen van laatstgenoemde meer eliptisch van vorm zijn. De vruchtlichamen van de Gewone korstvuurzwam zijn meestal wat levendiger bruin maar dit is geen betrouwbaar kenmerk.[2]

Verspreiding

Europese verspreidingsatlas

In Nederland komt de gewone korstvuurzwam algemeen voor.