Geurkaars

Een geurkaars is een kaars waarin een geurtje is verwerkt.

Methode

Na het tonken (dompelen) van een kaars wordt er een geurpilletje in de grote ton gelegd waar vloeibare was in zit, dit zakt langzaam naar de bodem en smelt. Daardoor verspreidt de geur zich en komt in aanraking met de was, de kaars wordt dan nog een keer getonkt en als de was eenmaal is gestold blijft de geur erin zitten en is het resultaat een geurkaars.

Er zijn vele soorten geuren die bruikbaar zijn bij het bereiden van kaarsen. De meest gebruikte zijn citronella, dennen, appel, rozen en mirre. Geurpillen zijn verkrijgbaar in hobbyzaken. Een natuurlijke was waar geur in zit is de bijenwas.

In het Ertsgebergte in Duitsland is het gebruik van kleine, kegelvormige geur- of rookkaarsen, met name om een aroma te verspreiden (Räucherkerzen) sinds omstreeks 1750 een advents en kersttraditie. Een bedrijfje dat deze artikelen maakt met de naam Knox, te Wilsdruff bij Dresden, is in geheel Duitsland bekend.

Makers van traditionele houten kerstartikelen uit het Ertsgebergte hebben in de 19e eeuw het idee van het Räuchermännchen (rookmannetje) bedacht. Men plaatst een geurkaarsje in het poppetje, steekt het aan, en een geurige rook komt uit de mond van het mannetje.