Gertrud Elisabeth Mara

Gertrud Elisabeth Mara
Gertrud Elisabeth Mara
Ook bekend als Madama Mara
Geboortedatum 23 februari 1749
Geboorteplaats Kassel
Overlijdensdatum 20 januari 1833
Overlijdensplaats Tallinn
Leermeester(s) Johann Kirnberger
Zangstem sopraan
Instrument(en) stemBewerken op Wikidata
(en) MusicBrainz-profiel
Portaal  Portaalicoon   Klassieke muziek

Gertrud Elisabeth Mara (geboren Gertrud Elisabeth Schmeling, Kassel, 23 februari 1749 - Tallinn, 20 januari 1833), ook bekend als Madame Mara, was een Duitse sopraan. Als kind viel ze op door haar virtuoze vioolspel, maar ze werd gedwongen om dit instrument op te geven en zich te wijden aan de zangkunst. Haar zangcarrière bracht haar grote roem en ze was op vele Europese podia te vinden. Toen op latere leeftijd haar stemkwaliteit achteruit ging, kwam er een einde aan haar zangcarrière en verdiende ze haar geld met het geven van muzieklessen.

Levensloop

Gertrud werd geboren als het achtste kind van stadsmusicus Johann Schmeling. Haar moeder overleed al snel en Gertrud werd verwaarloosd. Door haar rachitis bleef ze binnenshuis waar ze hele dagen zittend doorbracht. Uit verveling maakte ze op een dag een viool stuk, waarna ze als straf viool moest leren spelen.[1] Ze bleek toen een muzikaal talent te zijn.

Ze kreeg in 1755 de mogelijkheid om samen met haar vader naar Frankfurt te reizen en zich daar verder te verdiepen in de muziek. In Wenen werd de jonge violiste gepromoot als een wonderkind. Hierna volgden muziekreizen naar onder andere Antwerpen, Rotterdam, Utrecht en Haarlem.[1]

Zangles in Londen

In 1759 vertrokken vader en dochter naar Londen waar Gertrud met haar viool optrad voor de Engelse koningin. Overigens moest ze het instrument noodgedwongen inruilen voor de zangkunst: haar omgeving vond het namelijk niet fatsoenlijk dat een vrouw op een viool speelde.[2] Ze had al enige ervaring met zingen opgedaan en kreeg nu zangles van Pietro Paradisi.

In 1760 reisden vader en dochter door Engeland, een jaar later door Ierland. In 1764 wilden ze terugkeren naar Duitsland vanwege het overlijden van Johanns tweede vrouw, maar hij werd gearresteerd wegens schulden. Gertrud wist een Hollandse mecenas zo ver te krijgen de boete te betalen, waarna ze met haar vader via Holland kon terugreizen naar huis.[2]

Leipzig

In 1765 was Gertrud terug in Duitsland. Een jaar later kreeg ze een aanstelling in Leipzig als eerste zangeres bij de concertreeks van Johann Adam Hiller. Ze maakte in 1767 een uitstapje naar Dresden waar ze haar operadebuut maakte.

In dienst bij Frederik de Grote

In 1771 wilde Gertrud naar Italië om muziekles te nemen. In Potsdam zong ze echter eerst nog voor koning Frederik de Grote, die haar vervolgens voor een salaris van 3000 thaler in dienst nam als belangrijkste zangeres van de hofopera van Berlijn. Hij was normaal gesproken weinig gecharmeerd van Duitse zangeressen, maar Gertrud maakte dermate veel indruk dat hij haar toch een aanstelling gaf. Van de geplande reis naar Italië kwam dus niets terecht.

In Berlijn leerde Gertrud kennismaken met de cellist Johann Baptist Mara (1746-1808). De twee wilden met elkaar trouwen, maar koning Frederik was hier fel op tegen. Mara stond bekend als een dronkaard met een gering muzikaal talent. Toen de twee probeerden Berlijn te ontvluchten, werden ze op last van de koning gearresteerd. Uiteindelijk kwam het tot een compromis: Gertrud en Johann mochten in 1772 trouwen, maar Gertrud zou dan wel voor vast moeten gaan werken voor de Berlijnse opera. Haar inkomen werd zelfs meer dan verdubbeld.[3] Daarnaast ging ze harmonieleer volgen bij Johann Kirnberger.

Gertruds huwelijk was ook het begin van haar artiestennaam: ze presenteerde zich voortaan als Madame Mara.[2]

Gertrud bleef ontevreden over de beperkingen die haar waren opgelegd. De koning bepaalde haar carrière en als ze geen zin had om op te treden, liet hij haar zelfs door soldaten ophalen.[3] Ze probeerde daarom opnieuw te vluchten, zonder succes. In 1779 deed ze wederom een poging en die slaagde, waarna de koning besloot om haar te laten gaan.

Madame Mara in de rol van 'Armida', tijdens haar verblijf in Londen.

Mozart

In de jaren 1780-1781 maakte Gertrud een concertreis door Duitsland en de Nederlanden. Ze bezocht Wenen en München. In die laatste stad ontmoette ze Mozart, die overigens in een brief van 24 november 1780 noteerde dat hij weinig onder de indruk was van haar persoonlijkheid en haar muzikaliteit.

In 1782 was Gertrud voor optredens bij het Concert spirituel te Parijs. Een jaar later hield ze daar tijdens een van deze concerten een zangwedstrijd met Luísa Todi.

Succes in Londen

In de lente van 1784 was Gertrud opnieuw in Londen. Ze zong hier ter gelegenheid van het herdenkingsjaar van Georg Friedrich Händel. Ze boekte diverse successen en trad in februari 1786 voor het eerst op in het King’s Theatre. In 1787 had ze een succesvolle uitvoering als Cleopatra in Händels opera Giulio Cesare. Ze maakte nog enkele uitstapjes naar Turijn (1788) en Venetië (1789/1790 en 1792) maar werkte hoofdzakelijk in Londen, waar ze zong in opera's, oratoria en concerten.

In 1799 vond de echtscheiding van Gertrud en Johann Baptist plaats.[4]

Moskou en Tallinn

Gertrudes stem werd met het klimmen der jaren minder goed. Ze verliet Londen in 1802, samen met maar minnaar, de fluitist Charles Florio. De twee maakten een tournee door Frankrijk en Duitsland en kwamen in 1803 in Moskou terecht. Daar gingen ze uit elkaar, waarna voor Gertrud een moeilijker periode aanbrak. Ze gaf muziekles om aan inkomsten te komen en wist zo haar bezittingen in de stad verder uit te breiden. Ze raakte echter alles kwijt toen Moskou in 1812 in vlammen opging tijdens Napoleons veldtocht.

Madame Mara in 1828.

Gertrude vestigde zich nu in Tallinn. Ook hier voorzag ze in haar levensonderhoud door het geven van muziekles. In 1819 was ze weer in Londen voor een optreden, maar haar optreden maakte geen indruk en ze keerde terug naar Tallinn.

In 1833 overleed ze, waarna ze werd begraven op de lutherse begraafplaats van Tallinn.

Succes als zangeres

Gertrud Mara was een van de meeste succesvolle en populairste Duitse sopranen. Haar stem maakte indruk en kende een groot bereik; haar techniek was perfect. Ze stond dan ook op vele Europese muziekpodia en was een veelgevraagde soliste. Haar acteerwerk echter was van mindere kwaliteit en door de rachitis bewoog ze moeilijk op het podium. Ook werd ze als een weinig aantrekkelijke vrouw ervaren.[5]

Haar zangcarrière bracht haar grote faam. Dit had als keerzijde dat ze zich steeds meer ging gedragen als een verwaande prima donna.

Componiste

Gertrud Mara is voornamelijk bekend geworden als zangeres, maar ze heeft ook enkele composities geschreven. Het betreft zangstukken die ze speciaal voor haar eigen stem schreef. Slechts enkele van deze liederen zijn bewaard gebleven, zoals Caro, l’affanno mio en Ah, che nel petto io sento.[2]

Zie de categorie Elisabeth Mara van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.