Gerrit Cramer

Gerrit Cramer
Algemene informatie
Geboortedatum 1696Bewerken op Wikidata
Geboorteplaats Deventer
Overlijdensdatum 23 augustus 1755Bewerken op Wikidata
Overlijdensplaats Groningen
Werk
Beroep instrumentmakerBewerken op Wikidata
Werkplaats Groningen
De informatie in deze infobox is afkomstig van Wikidata.
U kunt die informatie bewerken.

Gerrit Cramer (ook wel Cremer of Kramer; † Groningen, 1755) was een mathematisch en optisch instrumentmaker werkzaam in Groningen. Hij was de zoon van Steven Cremer, een bierbrouwer uit Deventer. In 1718 kwam hij in Groningen wonen. Het ‘Burgerboek’ aldaar vermeldt althans op 13 febr. 1730: “Gerrit Stevens Cramer, geboortig van Deventer en alhier 12 jaar hebbende gewoond, krijgt burgerrecht”. In Groningen trouwde hij op 9 juli 1729 met Trijntje Jacobs uit die stad. Later blijkt zij de achternaam ‘Hovel’ te dragen.

Cramers eerst bekende werkstuk dateert uit 1731. Hij ontwerpt dan samen met “J. Doornbusch” in de tuin van het Groningse Prinsenhof een zonnewijzer die in 1743 ‘de grootste en kunstigste’ uit die tijd wordt genoemd. Het ontwerp van die zonnewijzer wordt in het Tresoar in Leeuwarden bewaard.[1]

Zonnewijzer in de Prinsentuin in Groningen

De tweede maker, Jan Luits Dorenbosch, was een doopsgezind koopman die sinds 1723 voor de helft eigenaar was van de Borg ‘Ekenstein’ in Tjamsweer bij Appingedam. Diens broer Berend Luijts Dorenbosch was in 1720 getrouwd met Grietje Stevens Cremer, een oudere zuster van de hier behandelde instrumentmaker. De twee makers van de Groningse zonnewijzer waren dus aangetrouwde familie. Van deze familie Dorenbosch kochten Gerrit Cramer en zijn vrouw in 1734 ook hun woonhuis in de Steentilstraat.

Jaren later, in 1748, ontwierp Cramer ook een zonnewijzer voor de Groningse Martinikerk. In het Museum van het Waalse Leven wordt van zijn hand ook nog een ovaal vergulde reiszonnewijzer bewaard die door Ernst Zinner als “eine schone arbeit” is aangeduid.[2] Ook in de collectie van de Groningse verzamelaar Harmannus Wolthers was in 1789 zowel een “extra fraaije in ’t vuur vergulde zonnewijzer”, als een “koperen vergulde” zakzonnewijzer aanwezig.[3] Andere instrumenten van Cramers hand zijn microscopen in de collecties van Rijksmuseum Boerhaave,[4] het Utrechts Universiteitsmuseum,[5] het Museum for the History of Science in Oxford,[6] en de Collectie Zuylenburgh te Oud Zuilen.[7] Een lange lenzenkijker gemaakt door Gerrit Cramer bevindt zich in de Louwman Collection of Historic Telescopes in Den Haag.[8]

Een iconische microscoop met een beschildering gebaseerd op het werk van Jan Swammerdam wordt vaak gebruikt als voorbeeld van de achttiende-eeuwse fysicotheologisch geïnspireerde liefhebberij voor natuurstudie (zie de afbeelding).

Luxe Stam-microscoop toegeschreven aan Gerrit Cramer (Rijksmuseum Boerhaave, Leiden, V07083)

In de veilingcatalogus van het instrumentenkabinet van Hendrik Willem Kiers (†1760) kwam een dergelijke microscoop voor met de volgende beschrijving: Een uytmuntend staande microscoop door G. Cramer waarvan het koper door ‘t vuur verguld is en niet meer dan drie zijn gemaakt van de welke den overledenen Stadhouder er een heeft bekomen. Dat instrument bracht op die veiling 135 gulden op.[9]

Het stimuleren van de opleiding van lokale instrumentmakers was destijds een bewust beleid van de Fries-Groningse stadhouder Willem IV van Oranje-Nassau. Toen de Leidse instrumentmaker Jan van Musschenbroek in 1746 aan de hof-fysicus Samuel Koenig vroeg waarom het Friese hof hem geen bestelling voor een luchtpomp had gegeven, moest Koenig hem vertellen dat de prins er de voorkeur aan gaf getalenteerde personen uit de Noordelijke Provinciën, ‘wier genialiteit en ijver waren opgemerkt’, de kans te geven zich te ontwikkelen. [10] Cramer heeft van dat beleid ook geprofiteerd, net als de Friese telescopenbouwer Jan van der Bildt. Samen bouwden ze omstreeks 1750 een grote spiegeltelescoop, waarbij Cramer de behuizing maakte en Van der Bildt de reflecterende spiegel. Beide instrumentmakers tekenden in 1751 ook in op de Nederlandse uitgave van Robert Smith, Volkomen zamenstel der Optica (Amsterdam: Isaac Tirion, 1753).

In 1755 overleed Gerrit Cramer. De Opregte Groninger Courant, gaf daarvan het volgende bericht:

“Hier is voorleeden Maandag na eene uytteerende ziekte overleeden de wytberoemde Mechanicus en Konstenaar de E.E. GERRIT KRAMER, Burger deezer Stad, by de Geleerde en Konstbeminnende Weereld zeer beroemd en bekend zynde, inzonderheyd in de konst van het slypen der Glaazen, als Microscopia & Telescopia, Vergroot Glazen, Verrekykers enz. zoo verre gekomen, dat men zonder ydele roem van den Man kon zeggen dat hy in die Weetenschap alle de Konstenaars van Europa overtrof.”[11]

Na Cramers dood werd zijn werkplaats voortgezet door zijn neef Jan Derks Cremer (ca. 1706–1780).[12] Cramers weduwe Trijntje Jacobs Hovel hertrouwde in 1758 met Gerrit Jansz Pol uit Overijssel. Deze Pol verkocht in 1767 het woonhuis in de Steentilstraat. Als weduwe Pol adverteerde Trijntje Hovel in 1782 in de Groninger Courant voor de verkoop van de inboedel uit haar huis in de Pelserstraat, waaronder “twee staande uurwerken, een grote telescoop, zon-. stam-, en zakmicroscopen, twee grote verrekijkers, een geschreven boek over de zonnewijzers en meer andere rariteiten, merendeels gemaakt door wijlen Gerrit Cremer”.[13] Een jaar eerder was door erven van wijlen Jan Derks Cremer ook al geadverteerd voor “een beste draaibank met een stel schotels, etc., tot de glasslijperij behorende, door wijlen G. Cremer gemaakt”. Er werd toen ook een stel slijpschotels aangeboden gemaakt door zijn neef, wijlen Jan D. Cremer.[14]

Uit een brief van de apotheker Boudewijn Tieboel uit Leeuwarden aan de Amsterdamse hoogleraar Jan Hendrik van Swinden blijkt dat deze de “de slijperij van wijlen de beroemde slijpers G. en J. D. Cremer” had gekocht ten behoeve van een uitvinder uit Leeuwarden, een zekere Willem Trapman.[15] “Na veel sukkelen in Leeuwarden is hij [Trapman] bij mij aangeland en heeft hij bewijzen gegeven dat hij het konde”, zo schreef Tieboel. Met die werktuigen kon Trapman “alles na de beste modellen slijpen, aangezien alles wat er toe behoort met de beste accuratesse is gemaakt”.[16]

In de Groninger Courant adverteerde hij daarmee als volgt:

“Mr. W. Trapman, glasslijper te Groningen, […] door inkoop machtig geworden de slijperij van wijlen de beroemde glasslijpers G. en J.D. Cremer biedt zijn diensten aan tot het slijpen van brillen, leesglazen en vergrootglazen en wat verder tot het gesicht behoort”.[17]

Trapman was tot in het begin van de negentiende eeuw in Groningen werkzaam, en maakte ook naam als uitvinder van een methode tot het vertinnen van blik, maar ging uiteindelijk failliet.[18] Wat er nadien met de optische werktuigen van de beide Cramers/Cremers is gebeurd is onbekend.