Gerrit Adrianus de Raadt
| Gerrit Adrianus de Raadt | ||||
|---|---|---|---|---|
![]() | ||||
| Algemeen | ||||
| Geboortedatum | 20 maart 1818 | |||
| Overlijdensdatum | 31 december 1883 | |||
| ||||
Gerrit Adrianus de Raadt (Barendrecht, 20 maart 1818 – Dordrecht, 31 december 1883) bekleedde diverse openbare functies, waaronder die van burgemeester van Dordrecht.
Loopbaan
Na het gymnasium gevolgd te hebben in Culemborg, studeerde De Raadt rechten aan de Universiteit Utrecht, waar hij ook promoveerde. Hij vestigde zich als advocaat in Dordrecht en werd daar ook aangesteld als rechter in de arrondissementsrechtbank. Na in november 1856 verkozen te zijn als lid van de Dordtse gemeenteraad, werd hij op oktober 1862 aangesteld als burgemeester van Dordrecht. Gedurende een aantal jaren was hij lid van de Provinciale Staten van Zuid-Holland en werd op 19 oktober 1871 lid van de Eerste Kamer. Ook was hij acht jaar lid van de Tweede Kamer. Onder zijn nevenfuncties tellen we het dijkgraafschap van de Zwijndrechtse Waard, regent van het weeshuis en curator van het gymnasium in Dordrecht.[1]
In 1866 werd hij benoemd tot ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw.[2]
Externe link
- G.A. de Raadt op de website Parlement.com.
| Voorganger: Martinus Gerardus Timmers Verhoeven |
Burgemeester van Dordrecht 1862-1883 |
Opvolger: Hermanus Adrianus Nebbens Sterling |
.jpg)