Gerda Smit Sibinga

Gerda Smit Sibinga
Gerda Smit Sibinga
Algemene informatie
Volledige naam Gerharda Smit Sibinga
Geboortedatum 20 juni 1904
Geboorteplaats Amsterdam
Overlijdensdatum 30 januari 2002
Overlijdensplaats Amsterdam
Land Vlag van Nederland Nederland
Nationaliteit Nederlandse
Opleiding gevolgd aan Academie voor Theater en DansBewerken op Wikidata
Werk
Pseudoniem(en) Carla de Raet
Jaren actief 1930-1970
Beroep(en) Acteur
Lid van Binnenlandse Strijdkrachten, Vereenigd Rotterdamsch-Hofstad TooneelBewerken op Wikidata
(en) IMDb-profiel
Portaal  Portaalicoon   Televisie

Gerda Smit Sibinga (Amsterdam, 20 juni 1904 - aldaar, 30 januari 2002) was een Nederlands actrice die werkte onder de naam Carla de Raet. Ze is ruim 40 jaar verbonden geweest aan theatergezelschappen als actrice en was vanaf de jaren 50 een van de pioniers van het spelen voor televisie. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was ze actief in het verzet.

Leven en werk

Gerda Smit Sibinga wordt geboren in een familie waar in muziek een grote rol speelt. Haar moeder Sophia Schim van der Loeff is een pianopedagoge verbonden aan het Amsterdamsch Muzieklyceum en haar broer Theo wordt een gewaardeerd componist.

Smit Sibinga volgt de meisjes-HBS en wordt in 1921 toegelaten op de Toneelschool Amsterdam. In 1923 wordt ze vast acteur bij de Toneelgroep Comœdia in Amsterdam. Dit toneelgezelschap speelt in 1923 zeker 16 verschillende toneelstukken[1] en Smit Sibinga debuteert onder het pseudoniem Carla de Raet met kleine rollen in stukken als Dulcy helpt![2][3] waarvan de première plaatsvindt op 1 mei 1923 in het Centraal Theater te Amsterdam.

Smit Sibinga blijft tot 1965 vrijwel ononderbroken toneelspelen met name bij gezelschappen als die van Louis Saalborn en gezelschappen in Amsterdam, Rotterdam en Arnhem en Eindhoven. Met uitzondering van de periode 1942-1945 omdat ze geen lid wilde worden van de Kultuurkamer wat door de Duitse bezetter verplicht was gesteld om in de cultuursector te kunnen werken. Ze begint met kleine rollen in komedies en kluchten maar wisselt dat vaker af met serieuze rollen in klassieke en vernieuwende toneelstukken. (Of mice and men[4], Zingend in de wildernis[5] en Claudius[6]) Na 1965 verschijnt ze niet meer op toneel. Haar laatste rol was die van verjaagde koningin in Uburleske[7] (Ubu roi) van Alfred Jarry

In 1925 trouwt Smit Sibinga met acteur Ferdinand Sterneberg[8]. Sterneberg (1901-1987) komt in het seizoen 1923/1924 in dienst bij Comœdia waar De Raet debuteert. In 1924 fuseert Comœdia met De Haghespelers tot Vereenigd Tooneel[9]. In 1927 stappen ze over naar Vereenigd Rotterdamsch-Hofstad Tooneel waar ze onder andere samen spelen in Pygmalion en de De drie musketiers[10]. Het huwelijk wordt in 1931 ontbonden.

Na de scheiding trekt Smit Sibinga in bij haar moeder. Sophia Schim van der Loeff (1875-1950) en werkt op de Valeriusstraat 174b (A'dam)[11], ze geeft daar muziek en pianoles naast haar docentschap aan de "Eerste Particuliere Muziekschool en Conservatorium". Smit Sibinga blijft verder haar hele leven daar in het bovenhuis wonen. In februari 1946 trekt Engelandvaarder Emmy Rutten-Broekman bij hen in[12]. Smit Sibinga ontmoet Broekman vermoedelijk kort na de bevrijding in mei 1945. Hoogstwaarschijnlijk werden ze samen indertijd gefotografeerd op de Dam in Amsterdam. Ook vertelt Smit Sibinga in een artikel in het Parool dat zij tijdens de repetities voor het toneelstuk "Vrij volk" (vanaf 10 mei 1945) eten kregen van vrouwen van het VHK die met hun drietonners waaronder mogelijk Emmy Broekman, in de stad waren aangekomen[13][14]. Smit Sibinga en Broekman (die zich ondanks haar echtscheiding in 1955 tot op hoge leeftijd Rutten blijft noemen) ontwikkelen een hechte relatie en worden beiden overtuigd christen[15]. Ze blijven samen aan de Valeriusstraat wonen tot de gezondheid van Broekman het in de loop van de jaren negentig niet meer toelaat.

Vanaf het einde van de 1920er jaren werkt Smit Sibinga mee aan radioprogramma's. Ze declameert literaire teksten, speelt rollen in hoorspelen en rond 1930 speelt ze met het het Vereenigd Rotterdamsch-Hofstad toneel stukken op de radio waaronder Pygmalion en Ik heb een mensch gedood, zogenaamde microfoonopvoeringen. Ook na de oorlogsjaren blijft ze hoorspelen doen zoals Mijn naam is Cox een detective hoorspel in zeven episoden in 1956.

In 1954 verschijnt Smit Sibinga voor het eerst op televisie in Miss Sherlock Holmes[16] een registratie van een toneelstuk dat Smit Sibinga met De Toneelvereniging al een aantal maanden in het theater heeft gebracht. Pas in 1959 gevolgd door een tweede tv optreden in een bewerking door Nel Bakker en Luc van Gent van Elaine Morgan's Rest you merry, onder de titel Zijt wellekome[17][18]. In dat jaar speelt ze ook in een bewerking voor televisie van Truman Capote's verhaal Grasharp. In de jaren tot 1969 speelt Smit Sibinga vrijwel elk jaar in 1 of meerdere televisiespelen zoals bewerkingen van Arsenicum en oude kant, pirandello's Wat is de waarheid en Agatha Christies Tien kleine negertjes met Cox Habbema en Rudi Falkenhagen.

Ze speelde bescheiden rollen in de televisieseries Bas Boterbloem (1961) en Stiefbeen en zoon (1961) en was te zien in een aflevering van Hadimassa. Ze speelt een bijrol in de film Man zonder hart (1937) en daar is het wat betreft film bij gebleven. In 1951 spreekt ze de stem in van Alice's zuster Mathilda in de Nederlandse versie van Disney's tekenfilm Alice in wonderland.

De laatste keer dat Smit Sibinga aan een productie meewerkt, is in een documentaire waarin vier acteurs op leeftijd vijf dagen zijn "geconfronteerd met het bejaardenhuis"[19]. Of deze productie ook op televisie is uitgezonden, is onbekend. In 1995 geeft ze een interview aan het EO radioprogramma Een ontmoeting waarin ze vertelt over haar oorlogservaringen en geloof[20].

Verzet en Binnenlandse Strijdkrachten 1940-1945

Hoewel de Nederlandse Kultuurkamer op 25 november 1941 officieel wordt ingesteld duurt het voor acteurs nog tot 19 februari 1942 tot de aanmelding wordt verplicht als het Gilde voor Theater en Dans in werking treedt. Smit Sibinga is op dat moment onder contract bij het Gemeentelijk Theaterbedrijf Amsterdam. Op 16 februari worden de medewerkers ingelicht over de tekenplicht en dat "weigering beschouwd zou worden als sabotage en rebellie"[21]. Net als dramaturg August Defresne weigert Smit Sibinga het aanmeldingsformulier te tekenen. Ze zijn de enigen.[21] Smit Sibinga komt tot eind april 1942 voor op speellijsten in kranten maar dat ze hier daadwerkelijk heeft meegewerkt is gezien de gevolgen van de weigering twijfelachtig.

Smit Sibinga heeft contact met een aantal mensen die tot de top van het Nederlands verzet worden gerekend, waaronder Nico van der Stad[20][22], een leidinggevende op het Muzieklyceum die tijdens de bezetting werkt voor de verzetskrant Het Parool en lid is van de Ordedienst; Frederik (Frits) Nieuwenhuijsen[20], een zeer actieve verzetsman die zich vooral bezighoudt met inlichtingenwerk en mede aan de basis staat van de Binnenlandse Strijdkrachten; en Lambertus Neher[20] die verantwoordelijk was voor het opzetten van een geheim telefoonnetwerk en zo veel met Nieuwenhuijsen samenwerkte.

Op verzoek van Nieuwenhuijsen helpt Smit Sibinga bij het verzamelen van inlichtingen en het appartement aan de Valeriusstraat wordt gebruikt voor vergaderingen[20].

Zoals veel verzetsmensen wordt Smit Sibinga lid van de Binnenlandse Strijdkrachten[23], een samenwerking van de grote verzetsgroepen De Ordedienst (OD), De Landelijke Knokploegen (LKP), Raad van Verzet (RVV) opgericht in september 1944.

Weigeraar, tekenaar

Vrij volk

In het kunstenaarsverzet ontstaat al in 1943 het idee voor een herdenkingsstuk dat direct na de bevrijding opgevoerd moet worden door acteurs die geweigerd hebben. Het stuk Vrij volk wordt in opdracht van het verzet bedacht door Albert Helman en uitgewerkt door Maurits Dekker, Anton Coolen en August Defresne en Jeanne van Schaik-Willing. Vanaf januari 1945 worden er acteurs gezocht, waaronder Smit Sibinga (Carla de Raet). Meteen na de bevrijding op 10 mei nemen de acteurs de stadsschouwburg van Amsterdam in en de repetities beginnen de volgende dag. Het stuk gaat op 6 juni 1945 in première. Het gezelschap dat de naam Toneelgroep 5 mei '45 krijgt gaat vervolgens op tournee door Nederland. In de zomer speelt het gezelschap nog het toneelstuk De naamlozen van 1942 maar wordt daarna opgeheven.

Controverse

Door de groep makers en acteurs rond Toneelgroep 5 mei '45 wordt geprobeerd een nieuwe toneelbestel op te zetten met "onbesmette" acteurs waarin met schrijvers wordt samengewerkt, maar de groep heeft onvoldoende gewicht om dit te dragen. De weigeraars zijn een te kleine minderheid, veel van de grote gezichtsbepalende acteurs bleven in de oorlog doorspelen en werden tekenaars. Bovendien wordt vanuit de overheid al vanaf de premiere van Vrij volk openlijk mild geoordeeld over de "tekenaars". De motieven van de tekenaars waren divers maar worden over het algemeen niet gezien als pro-Duits, "ze waren wel slap geweest maar niet fout"[24]. En zo gingen de weigeraars en tekenaars al na een paar maanden overal samen verder. Dat het Smit Sibinga niet helemaal lekker zat blijkt uit de opmerking over haar aanwezigheid bij een toneeljubileum in 1995, "Ik was de enige weigeraar daar. Dat werd me nog kwalijk genomen. Dat kon ik merken."[25]

Een opmerking van Smit Sibinga over de acteur Louis van Gasteren sr. wordt in de controverse rond de familie van Gasteren[26] een aantal keren aangehaald. In 1991 laat Smit Sibinga in een artikel in HP/De Tijd op tekenen dat van Gasteren sr. in 1942 haar probeerde over te halen te blijven spelen omdat "we het dan geweldig krijgen, de Duitsers zijn zeer op kunst ingesteld..."[27]. Hoewel ze van Gasteren pro-Duits noemt[27] lijkt ze het toch meer te wijten aan zijn ijdelheid.